Mars’ mysterieuze langwerpige krater
Op het oostelijk halfrond van onze buurplaneet Mars is in de buurt van de evenaar een raadselachtige geografische depressie te vinden. Orcus Patera, zoals het gebied wordt genoemd, bevindt zich tussen de twee vulkanen Elysium Mons en Olympus Mons en is een krater waarvan de manier waarop het precies ontstaan is een raadsel blijft. Op een nieuwe opname die tot stand is gekomen dankzij de Europese ruimtesonde Mars Express is het gebied nu in zijn volle glorie te aanschouwen.
De krater strekt zich uit over een gebied van 380 bij 140 kilometer en heeft een rand die bijna 1800 meter boven de omliggende vlakten gelegen is. De bodem van de krater bevindt zich 400 tot 600 meter onder het oppervlak van de rode planeet.

Over de manier waarop het gebied gevormd is bestaat nog enige onzekerheid. Naast vulkanisme zijn er nog enkele andere mogelijke oorzaken. Orcus Patera zou een grote en oorspronkelijk ronde inslagkrater kunnen zijn. Daarnaast zou het het resultaat kunnen zijn van erosie in verschillende kraters die in een ver verleden op één lijn lagen. De meest aannemelijke verklaring is echter dat het gebied het levenslicht zag op het moment dat een object onder een zeer kleine hoek in botsing kwam met het Martiaanse oppervlak. De hoek tussen het oppervlak en de ruimterots bedroeg in dat geval minder dan vijf graden.
Het bestaan van tektonische krachten in het gebied blijkt uit de aanwezigheid van talloze riftvallei-achtige structuren die dwars door de krater lopen. De structuren zijn maximaal 2,5 kilometer breed en lopen in de meeste gevallen van oost naar west. Hun bestaan kan echter geen uitsluitsel geven over de manier waarop Orcus Patera is gevormd. Die blijft dan ook voorlopig nog een raadsel.
De ultraprecieze camera van Kepler is in staat om kleine dalingen in de helderheid van de moederster in kaart te brengen op het moment dat een planeet zich precies tussen zijn metgezel en de aarde bevindt. Aan de hand van deze metingen kan de grootte van het object en de afstand tussen de planeet en de ster bepaald worden. Het laatste kan bereikt worden door de tijd tussen de veranderingen in de helderheid te bepalen. 
De aarde en Venus worden vaak broer en zus genoemd. De manier waarop de tweede planeet vanaf de zon zich ontwikkeld heeft is in vergelijking met onze planeet echter geheel anders. Het oppervlak van de wereld is zeer warm, met temperaturen die 480 graden Celsius kunnen bereiken, en de druk aan het Venusiaanse oppervlak is negentig keer zo hoog als op onze planeet. Deze extreme omstandigheden zorgen voor grote moeilijkheden voor onderzoekers die proberen de mysteries van de lagere atmosfeer en het oppervlak van de schroeiend hete wereld te ontrafelen.
De onderzoekers hebben de potentiële inslagen voor deze asteroïde tot 2200 aan de hand van wiskundige modellen weten te bepalen. De baan van het in 1999 ontdekte hemellichaam werd eerder aan de hand van 290 optische observaties en dertien radarobservaties in kaart gebracht.
Naar aanleiding van een toespraak van Dimitar Sasselov, lid van het Kepler-team, op 
Bij dergelijke inslagen laten deze ‘vuile sneeuwballen’ sporen van water, koolstofdioxide, koolstofmonoxide, waterstofcyanide en koolstofdisulfide achter in de atmosfeer van de gasplaneten. Deze moleculen kunnen gedetecteerd worden in de straling die de planeten uitstoten naar de ruimte. Met een detector van de ruimtetelescoop Herschel hebben onderzoekers nu ook in de straling van de blauwe planeet Neptunus gezocht naar aanwijzingen van een impact.