Enorme explosie was laatste zucht van zeer massieve ster

Een enorme explosie die in 2007 gezien werd in een relatief nabijgelegen dwergstelsel was de dood van één van de meest massieve sterren die bekend zijn in het universum, zo suggereren nieuwe berekeningen. Metingen die in de achttien maanden na de uitbarsting werden gedaan aan het lichtspectrum van de supernova en de helderhied van diens nagloed wijzen uit dat de explosie, die omgedoopt werd tot SN 2007bi, het laatste teken van leven was van een ster die minstens honderd keer zo massief moet zijn geweest als de zon. Aangezien dergelijke sterren doorgaans een grote hoeveelheid materiaal verliezen naarmate ze ouder worden, veronderstelt men dat het object na diens geboorte een nog twee keer zo grote massa moet hebben gehad.

sn2006gy

Het is goed mogelijk dat de explosie in kwestie eentje is die alleen teweeggebracht kan worden door sterren die minimaal 140 keer zo zwaar zijn als de zon. Sterren die minder massief zijn vormen doorgaans zwarte gaten of neutronensterren nadat ze hun nucleaire ‘brandstof’ hebben verbruikt. Zwaardere sterren krijgen daar echter de kans niet voor. Naarmate zij het einde van hun leven naderen, zorgt de hoge druk en temperatuur in hun kern ervoor dat energetische fotonen in paren van elektronen en positronen veranderen. Dit proces heeft tot gevolg dat de druk in het inwendige van de ster in een hoog tempo afneemt en de ster op spectaculaire wijze uiteenspat.

Dergelijke supernovae kwamen mogelijk veelvuldig voor in het vroege universum, toen het gebrek aan elementen die zwaarder zijn dan waterstof en helium de vorming van zeer massieve sterren zou hebben gestimuleerd. Meer dan 22 zonnemassa’s aan silicium en andere zware elementen werden door SN 2007bi de ruimte in geblazen en dat is aanzienlijk meer dan de hoeveelheid materiaal die vrijkomt bij een normale supernova. Vermoedelijk had de verspreiding van deze elementen in de beginperiode van het heelal tot gevolg dat de groei van latere stellaire generaties versneld werd, omdat gaswolken die ijzer en andere zware elementen bevatten zich op kunnen hopen en hiermee vaak een relatief lichte ster leven inblazen.