Niet alleen maar dood en verderf bij supermassief zwart gat

In het centrum van het melkwegstelsel zijn jonge sterren te vinden, maar niemand weet zeker hoe deze daar terecht zijn gekomen. De kern van het sterrenstelsel waar wij in leven staat onder de invloed van een supermassief zwart gat dat ruim vier miljoen keer zo zwaar is als de zon en moleculaire gaswolken uit elkaar trekt, waardoor de vorming van sterren tegen wordt gehouden. Ook is het vrijwel uitgesloten dat de objecten op een andere plek zijn geboren en later naar het kern van ons stelsel zijn ‘verhuisd’. Onderzoekers zijn echter op twee protosterren die zich slechts enkele lichtjaren van het galactische centrum bevinden gestuit en dus lijkt men eindelijk een verklaring voor de aanwezigheid van de sterren gevonden te hebben.

Het tweetal werd gevonden door astronomen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics en het Max Planck Institute tijdens observaties die uitgevoerd werden met een serie radiotelescopen van het Very Large Array in New Mexico. Het centrum van de Melkweg is een mysterieus gebied dat verborgen ligt achter een hoop stof en gas, wat het bestuderen ervan bemoeilijkt. In visueel licht kan men het niet onderzoeken, waardoor uitgeweken wordt naar andere golflengten, zoals infrarode straling en radiostraling, welke het stof veel beter kunnen doordringen. “De sterren die we ontdekt hebben bevinden zich nog in de ontwikkelingsfase,” zei onderzoeker Elizabeth Humphreys.

Zij en haar collega’s zochten naar zogeheten water-masers – radiosignalen die afkomstig zijn van protosterren die nog steeds omhuld worden door ‘geboortecocoons’. De twee gevonden objecten bevinden zich op zo’n tien lichtjaar van het supermassieve zwarte gat in het centrum van het melkwegstelsel. In combinatie met een eerder ontdekte protoster in het gebied, toont het tweetal aan dat stervorming bij de kern van ons stelsel toch mogelijk is. De vondst suggereert dat het moleculaire gas waarin de sterren geboren worden dichter is dan men eerder veronderstelde. Het zorgt ervoor dat het materiaal waaruit de sterren ontstaan bij elkaar blijft en zich niet ‘overgeeft’ aan de zwaartekracht van het zwarte gat.