M66: van vaag vlekje naar kleurrijk schouwspel

Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Een avond, begin mei 2008. Ik stond met mijn telescoop, één van het type Dobson van het merk Skywatcher de hemel af te speuren in een duingebied aan de kust van Zoutelande, een plaatsje in Zeeland. Onder een pikdonkere sterrenhemel stuitte ik in het sterrenbeeld Leeuw (Leo) op drie vage, min of meer langwerpige vlekjes: M65, M66, en NGC 3628, drie spiraalstelsels die 35 miljoen lichtjaar van ons verwijderd zijn en samen het Leo Triplet vormen.

Genieten. Van het drietal was M66 in verhouding het best zichtbaar. Mijn beschrijving van het object luidde destijds: “een ietwat langwerpig en egaal stelsel. Heeft de helderste kern, maar is ondanks de goede omstandigheden toch moeilijk zichtbaar.”

Die herinnering kwam naar boven toen ik vanmiddag de bovenstaande foto van het grootste stelsel van het Leo Triplet, te weten M66 zag. Op de nieuwe opname, welke gemaakt is door de ruimtetelescoop Hubble is niet een vaag vlekje zonder enig detail te zien, maar een stelsel met een ontelbaar aantal sterren, talloze roodkleurige broedplaatsen van sterren en lange stofbanen.

Het bijzondere aan M66 is dat het asymmetrische spiraalarmen heeft, hetgeen naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt wordt door één van diens metgezellen, die met elkaar in een gravitationele strijd verwikkeld zijn. Het zwaargewicht wint het met een doorsnede van circa honderdduizend lichtjaar echter wel in grootte van de andere twee stelsels.

Klik hier voor een grotere versie van de afbeelding.

1 reactie

  • Nils Peters

    19 april 2010

    Als er drie stelsels bij betrokken zijn dan bestaat de kans dat er eentje weggesmeten wordt wanneer de overige twee ‘samensmelten’, althans bij zwarte gaten werkt het zo, dus ik neem aan bij sterrenstelsekls ook. 🙂

Comments are closed.