Dode ster eet planeet op

In de afgelopen jaren hebben sterrenkundigen van de Universiteit van Californië GD 362 bestudeerd, een merkwaardigerwijs vuile witte dwergster die zich op een afstand van 165 lichtjaar van ons af in het sterrenbeeld Hercules bevindt. Men weet sinds kort bijna zeker waarom de bijna tienduizend graden Celsius warme atmosfeer van dit dicht en afkoelend overblijfsel van een ster die ooit vele malen groter is geweest zo vervuild is. Het object blijkt een planeet die de ster eerder omcirkelde te hebben verorberd en het puin dat hierbij ontstond is beland op GD 362.

Dat heeft het team van onderzoekers, dat onder leiding stond van Michael Jura, kunnen concluderen na de analyse van gegevens die verzameld zijn tijdens observaties van de ruimtetelescopen Spitzer, Hubble en XMM-Newton en het Keck-observatorium, dat zich bevindt op Hawaï. De atmosfeer van de kleine ster bleek verwonderlijk genoeg niet alleen uit waterstof en helium te bestaan, maar ook zeventien zwaardere elementen te bevatten, waaronder zuurstof, silicium, magnesium, calcium, titanium en ijzer. Geen van deze elementen zijn normaal te vinden in de normaal gesproken brandschone buitenste lagen van een witte dwerg – in een tijdsbestek van enkele tientallen of duizenden jaren zouden ze diep in de ster moeten verdwijnen.

Hoewel men niet weet hoe het proces waarbij de elementen op de ster terecht zijn gekomen precies is verlopen, denken de onderzoekers dat het zo is gegaan: enkele honderden miljoenen tot miljarden geleden werd GD 362 geboren als een normale ster met een massa die wellicht drie keer zo groot is als die van de zon. Waarschijnlijk had het, net als onze ster, enkele planeten van verschillende groottes. Nadat het laatste beetje waterstof in diens kern was verdwenen en de ster helium begon te verbranden, produceerde het object grote hoeveelheden zuurstof en stikstof, dat samen een soort nucleair as vormde. GD 362 zwelde op tot een rode reuzenster, wat er waarschijnlijk voor zorgde dat enkele van de meest nabijgelegen planeten opgeslokt werden en de buitenste planeten zich van hun moederster af begonnen te bewegen. De ster was in het laatste fase van diens leven beland.

Het object stortte ineen en er bleef een witte dwerg over die vandaag de dag gezien kan worden. Door de buitenwaartse migratie van de planeten die de dood van de ster overleefden zorgden de gravitationele interacties tussen het voor banen die onstabieler dan ooit waren. Waarschijnlijk had dit proces tot gevolg dat één van de planeten op ramkoers met diens moederster kwam te liggen en deze onder invloed van de zwaartekracht in talloze stukken brak. Aangezien de elementen die in de atmosfeer van GD 362 afkomstig zijn van het object dat werd verorberd kunnen sterrenkundigen voor de eerste keer de samenstelling van een rotsachtige exoplaneet onderzoeken, eentje die mogelijk veel overeenkomsten vertoonde met de aarde of de buurplaneten Mars en Venus.

3 reacties

  • Nick

    28 juli 2009

    De genoemde elementen zijn allen elementen die aan de basis staan voor buitenaards leven of ben ik nou gek?

  • Timo

    28 juli 2009

    Eh, hoe weet jij dat nou? Er is nog niet eens leven buiten de aarde ontdekt en je verkondigt dat al.

  • Nick

    28 juli 2009

    Methaan en Kooldioxide worden niet genoemd, maar waterdamp en zuurstof wel. In het artikel worden 8 elementen genoemd van de gevonden 19. Vraag mij niet hoe ze dat gevonden kunnen hebben, maar feit is wel dat Methaan, Kooldioxide, Water(damp)(stof) en zuurstof aan de basis staan voor enig bewijs van buitenaard leven. Dit zijn de elementen die minimaal benodigd zijn om leven te kunnen bevatten, uiteraard volgens onze Aardse begrippen. Dus dit verkondig ik niet als eerste, maar dit zijn verkondigingen die al eerder gemaakt zijn door wetenschappers van o.a. NASA. (N-ever A S-trait A-nswer;-))

Comments are closed.