Supermassief zwart gat bij M33-X7 nader verklaard

De Utrechtse sterrenkundepromovenda Selma de Mink heeft een verrassend simpele verklaring gevonden voor het zware zwarte gat in de nauwe dubbelster M33-X7, dat veel zwaarder is dan standaard-stermodellen kunnen verklaren. De Mink heeft gekeken naar de mengprocessen in dergelijke snel roterende, zeer nauwe dubbelsterren en concludeert dat die ervoor zorgen dat de dubbelsterren niet uitzetten, maar klein blijven, geen massa aan elkaar overdragen en op gewicht blijven. Haar bevindingen worden binnenkort gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics.

Het zwarte gat in M33-X7 in de Driehoeksnevel in het sterrenbeeld Triangulum is het op een na zwaarste stellaire zwarte gat dat bekend is, en stelde sterrenkundigen voor een raadsel. Alleen als de ster waaruit het zwarte gat is gevormd, geen massa zou hebben verloren, zou de massa kunnen worden verklaard. Maar dat correspondeert niet met de modellen die voorspellen dat een ster met een begeleider op zo’n korte afstand juist extra veel massa verliest door zwaartekrachtsinvloeden. De begeleidende ster behoort met een massa van 70 keer die van de zon tot een van de allerzwaarste sterren. Het zwarte gat bevindt zich in het midden van een schijf materiaal afkomstig van de sterrenwind van zijn begeleider.

“We waren zeer verrast toen we ontdekten dat menging door rotatie in dubbelsterren zulke grote gevolgen kan hebben”, licht De Mink toe. “Dubbelsterren zijn ingewikkelde systemen. Binnen de snel roterende sterren spelen zich complexe mengprocessen af.” Prof. dr. Norbert Langer noemt het resultaat “veelbelovend” en hoopt dat met deze nieuwe code ook raadsels rond andere dubbelsterren waarin een zwart gat en een gewone ster om elkaar heen draaien, kunnen worden opgelost.

Dit is een persbericht van de Nederlandse Onderzoeksschool voor Astronomie.