NASA legt laatste hand aan eerste humanoïde robot in de ruimte

De astronauten aan boord van het internationaal ruimtestation ISS zullen over een niet al te lange tijd een nieuwe kamergenoot hebben. Dit keer geen mens, maar een humanoid. In september 2010 moet Space Shuttle Discovery de ruim 135 kilogram wegende robot Robonaut 2, ook wel bekend als ‘R2’, afleveren bij het ISS, waar het de eerste humanoïde robot zal zijn die reist naar en werkt in de ruimte. Het door NASA en General Motors ontwikkelde apparaat moet verschillende taken van de bemanningsleden in het complex over gaan nemen.

Het team dat zich bezighoudt met de missie van de robot hoopt de robot allerlei soorten dingen aan te leren in het ruimtestation. R2 zou bijvoorbeeld taken zoals het voorbereiden van wetenschappelijke experimenten voor de bemanning of iets simpels zoals het bedienen van een stofzuiger kunnen uitvoeren. Het deel van het ruimtestation waarin de nieuwe robot zal opereren blijft in eerste instantie beperkt tot het zogeheten Destiny Lab, maar het plan is dat het apparaat later ook door andere delen van het ruimtestation zal bewegen. Daarbij zal de robot net als een astronaut zijn handen gebruiken om zich te verplaatsen.

R2 zal zelf kunnen denken binnen de limieten die het op worden gelegd. Net als het geval is bij de Marsrovers Spirit en Opportunity zal men vanop het aardoppervlak instructies aan de robot geven. Er bestaat echter een verschil tussen het tweetal en R2. “Onze robot kan ‘zien’, en het duurt slechts twee tot zes seconden voordat we de beelden die het verzamelt ontvangen,” aldus Ron Diftler, manager van het project. Ter vergelijking: de reistijd tussen Mars en de aarde bedraagt vaak meer dan tien minuten. “Wanneer we zien dat R2 iets doet dat niet werkt, kunnen we onmiddellijk vertellen dat de robot daarmee moet stoppen en iets anders moet gaan doen.”

Voordat Robonaut 2 op weg gaat naar het ISS zal getest en geëvalueerd worden of het gevaarte goed kan opereren in gewichtloosheid en onder andere omstandigheden die optreden in de ruimte. Vervolgens moet het apparaat ter voorbereiding zowel simpele taken, zoals het in de gaten houden van zijn eigen conditie, als moeilijkere taken uit gaan voeren.