Browse Tag: Aarde

Mysterie jonge zon en vloeibaar water groter dan ooit

Er stroomt al ruim 3,8 miljard jaar vloeibaar water op de aarde, sinds vlak na het ontstaan van onze planeet. Het bewijs hiervoor komt van gesteente dat dateert uit de jaren waarin water zich over het aardoppervlak verspreidde. Paleontologen en geologen zitten echter met de handen in het haar, aangezien de zon destijds ongeveer dertig procent zwakker was dan vandaag de dag en zodoende niet genoeg warmte af zou hebben gegeven om het water op onze planeet vloeibaar te houden. Deze paradox houdt wetenschappers al sinds de zeventiger jaren bezig en een oplossing lijkt nog lang niet in zicht.

‘Europa verdwijnt langzaam onder Afrika’

Een team van onderzoekers onder leiding van Rinus Wortel van de Universiteit van Utrecht heeft aangetoond dat het continent Europa langzaam onder Afrika schuift en zodoende een nieuwe subductiezone ontstaat. De twee continenten komen al vele miljoenen jaren samen, waarbij de noordelijke rand van de Afrikaanse tektonische plaat in een langzaam tempo onder de Euraziatische plaat verdwijnt. De nieuwe studie van Wortel en collega’s laat echter zien dat dit proces is vastgelopen en de rollen langzaam maar zeker aan het omdraaien zijn.

Reeks zware aardbevingen: toeval of niet?

De alles vernietigende tsunami van 2004 in de Indische Oceaan, die aan bijna 250.000 mensen het leven kostte, was het gevolg van de eerste aardbeving met een kracht van 9,0 op de Schaal van Richter sinds 1967. Naar aanleiding van deze beving en de reeks kleinere, maar nog steeds verwoestende bevingen in Haïti, Chili en Nieuw-Zeeland, die dit jaar voorbij werden gestreefd door de zware zeebeving ten oosten van Japan, vragen onderzoekers zich af of het aantal zware aardbevingen toe aan het nemen is. Is het mogelijk dat er een verband bestaat tussen de bevingen of is er sprake van puur toeval?

Grote asteroïde passeert aarde aan het einde van het jaar

In november dit jaar zal één van de grootste potentieel gevaarlijke asteroïden die rondzweven in het zonnestelsel – als het gaat om de kans op een botsing met de aarde – onze planeet op een betrekkelijk kleine afstand passeren. De afstand tussen de aarde en de asteroïde 2005 YU55, een rots met een diameter van vierhonderd meter, bedraagt op 8 november slechts iets meer dan driehonderdduizend kilometer, wat overeenkomt met 0,85 keer de afstand tussen onze planeet en de maan.

‘Koraalrif tegen 2050 geheel verdwenen’

Het koraalrif op de zeebodem kan tegen 2050 geheel verdwijnen zijn, tenzij er met spoed maatregelen worden genomen om de gevaren die het ‘regenwoud van de zee’ loopt te verminderen. Een vandaag gepubliceerd rapport van de denktank van het World Resources Institute laat zien dat de opwarming van de zeeën, verzuring van de oceanen door de uitstoot van koolstofdioxide, scheepvaart, overbevissing, kustontwikkeling en afname van de bedrijvigheid in de landbouw een bedreiging vormen voor het koraalrif, waar honderden miljoenen mensen afhankelijk van zijn.

Aardkern draait opmerkelijk langzamer dan gedacht

Dankzij een nieuwe studie hebben onderzoekers de eerste nauwkeurige schatting van hoeveel sneller de kern van de aarde in vergelijking met de rest van de planeet draait weten te maken. Het was al langer bekend dat de aardkern sneller draaide, maar men heeft nu ontdekt dat eerder gemaakte schattingen onjuist waren en dat de kern veel langzamer beweegt dan eerder werd verondersteld – slechts één graad in een miljoen jaar in plaats van één graad per jaar.

Signaal voor ‘Martiaans’ methaan kwam mogelijk van de aarde

De bewering dat de atmosfeer van onze buurplaneet Mars methaan bevat, hetgeen de suggestie wekt dat er leven te vinden kan zijn op de planeet, is mogelijk te voorbarig. Volgens een team van onderzoekers wordt het bewijs voor de aanwezigheid van methaan op de rode planeet mogelijk veroorzaakt door methaan in de dampkring van de aarde. Bij observaties aan de planeet zou men ten onrechte verondersteld hebben dat het om Martiaans methaangas ging.

Zouden we bomen kunnen ontdekken op andere werelden?

Wanneer een boom op een andere wereld dan de onze omvalt, zouden we dat dan merken? Christopher Doughty van de Universiteit van Oxford en Adam Wolf van de Princeton-universiteit denken van wel. Volgens hen zorgt de schaduw van bomen ervoor zorgt dat de hoeveelheid licht die een planeet reflecteert verandert wanneer het zijn moederster omcirkelt. Wanneer een planeet vanaf de aarde gezien achter zijn metgezel staat, zouden de bomen een kleine zichtbare schaduw werpen.

Meest aardachtige wereld tot op heden ontdekt

Een team van onderzoekers heeft een planeet die ongeveer even groot en drie keer zo massief is als de aarde ontdekt bij een nabijgelegen ster op een afstand waar het zich in het midden van de bewoonbare zone bevindt, waar vloeibaar water zou kunnen voorkomen op diens oppervlak. Indien de vondst bevestigd wordt, zou het de meest aardachtige planeet waar men tot nu op gestuit is en het eerste sterke bewijs zijn voor een mogelijk bewoonbare wereld.

Een stukje Venus op aarde

Onderzoekers zijn in staat om iets te leren over de atmosferen en oppervlakten van planeten door hun spectra – het licht dat ze reflecteren of absorberen in verschillende golflengten – te bestuderen. Wanneer men onderzoek doet naar de spectra van Venus, de warmste planeet in het zonnestelsel, is er echter een probleem. De hoge temperaturen en verschillende luchtdrukken hebben invloed op de gegevens en vormen zodoende een storende factor.

De aarde en Venus worden vaak broer en zus genoemd. De manier waarop de tweede planeet vanaf de zon zich ontwikkeld heeft is in vergelijking met onze planeet echter geheel anders. Het oppervlak van de wereld is zeer warm, met temperaturen die 480 graden Celsius kunnen bereiken, en de druk aan het Venusiaanse oppervlak is negentig keer zo hoog als op onze planeet. Deze extreme omstandigheden zorgen voor grote moeilijkheden voor onderzoekers die proberen de mysteries van de lagere atmosfeer en het oppervlak van de schroeiend hete wereld te ontrafelen.

Waarnemingen aan het oppervlak en de atmosfeer, in het bijzonder in infrarode golflengten, stellen ons in staat om de diepste regionen van de dampkring en het oppervlak van Venus te doorgronden. Op aarde begrijpen we de spectrale absorptielijnen in de atmosfeer, hetgeen betekent dat hun effecten in kaart gebracht kunnen worden. De extreme omstandigheden op Venus maken de observaties echter veel complexer. Men weet niet precies hoe de spectra aangepast moeten worden, waardoor het onmogelijk is om de gegevens goed te interpreteren.

In een laboratorium in Berlijn zijn onderzoeker Joern Helbert en zijn collega’s nu aan het proberen om een beter inzicht in de omstandigheden op onze buurplaneet te krijgen door rots- en stofmonsters tot 500 graden Celsius te verhitten. Wanneer de temperatuur stijgt, beginnen de monsters te gloeien – eerst in infrarood en vervolgens in zichtbaar licht. Aangezien de relatieve sterkte van deze gloed op verschillende golflengten bij ieder materiaal anders is, kan het gebruikt worden om rotsen op het oppervlak van de planeet te identificeren.

Met behulp van deze experimenten hoopt het team van Helbert een beter beeld te krijgen van de mineralogie en historie van Venus’ oppervlak.

Asteroïde vormt mogelijk gevaar voor de aarde in 2182

Onderzoek heeft uitgewezen dat er een kans van één op duizend bestaat dat de potentieel gevaarlijke asteroïde 1999 RQ36 ooit in botsing zal komen met de aarde. Meer dan de helft van deze kans duidt op een inslag in het 2182, zo blijkt uit een studie waarin Spaanse, Italiaanse en Amerikaanse onderzoekers betrokken zijn geweest. De totale kans op een impact van het 560 meter grote ruimterots is 0,00092, terwijl de helft van deze kans – 0,00054 om precies te zijn – in verband staat met 2182.

Artistieke impressie van asteroïde die de aarde passeertDe onderzoekers hebben de potentiële inslagen voor deze asteroïde tot 2200 aan de hand van wiskundige modellen weten te bepalen. De baan van het in 1999 ontdekte hemellichaam werd eerder aan de hand van 290 optische observaties en dertien radarobservaties in kaart gebracht.

Er bestaat echter nog enige onderzekerheid door de invloed van het zogeheten Yarkovsky-effect. Dit effect, dat vernoemd is naar de Russische ingenieur Yarkovsky, beschrijft hoe een asteroïde stuwkracht verkrijgt van thermale straling dat het uitstoot vanaf de nachtkant. Over enkele honderden jaren gezien kan dit effect een wezenlijke invloed hebben op de baan van het object.

De inslag van een ruimterots van deze grootte zou een behoorlijke catastrofe kunnen veroorzaken in de omgeving van de plek van inslag. Volgens onderzoekster María Eugenia Sansaturio van de Universiteit van Valladolid in Spanje kan een realistische procedure waarbij 1999 RQ36 gedeflecteerd wordt en de baan van de asteroïde verstoord wordt alleen in 2080 en, nog beter, vóór 2060 uitgevoerd worden. Na 2080 zou het volgens haar te moeilijk zijn om het object te deflecteren. “Indien de asteroïde na 2080 ontdekt zou zijn, zou de deflectie een technologie vereisen die op dit moment niet onze beschikking is.”

Media en wetenschap, geen goede combinatie

Afgelopen maand maakte het team van onderzoekers dat zich bezighoudt met de missie van de ruimtetelescoop Kepler, die sinds maart op zoek is naar aardachtige planeten elders in het heelal bekend dat het vaartuig meer dan 750 kandidaat-exoplaneten had gevonden en dat de grootte van 706 van deze kandidaten mogelijk tussen die van de aarde en gasreus Jupiter ligt. De meerderheid hiervan zou een straal hebben die minder dan de helft van die van de grootste planeet van ons zonnestelsel is.

Het nieuws ging echter aan de neus van de media voorbij. In plaats daarvan richtte de media zich op het feit dat de onderzoekers goedkeuring van de ruimtevaartorganisatie NASA kregen om de helft van hun gegevens gedurende zes extra maanden achter te houden en te verifiëren, waarna de vondsten bevestigd zouden kunnen worden. Aangezien het bij het agentschap gebruikelijk is om de gegevens van door het publiek betaalde instrumenten eens per jaar te publiceren, werd besloten om een deel van de resultaten pas dit jaar te publiceren.

Naar aanleiding van een toespraak van Dimitar Sasselov, lid van het Kepler-team, op TED.com realiseerden de media zich plotseling dat de ruimtetelescoop een heleboel potentiële planeten ter grootte van de aarde had gevonden. Hoewel Sasselov de woorden ‘potentieel’ en ‘kandidaten’ gebruikte en zei “dat met aardachtig bedoeld wordt dat de straal kleiner is dan twee maal de radius van onze planeet”, maakten de media al gauw bekend dat NASA rotsachtige planeten met land en water gevonden had.

Niets is echter minder waar. Het enige wat de onderzoekers in juni zeiden, is dat ze verwachtten dat de helft van de 750 kandidaat-planeten daadwerkelijk zou blijken te bestaan en dat een behoorlijk aantal hiervan ongeveer even groot zou kunnen zijn als de aarde. In zijn toespraak liet Sasselov naar aanleiding van deze uitspraak een grafiek (zie linksboven) zien met de hoeveelheid potentiële planeten die Kepler had gevonden en de planeten die gedetecteerd werden door andere telescopen en tijdens andere missies.

Terwijl Daily Mail rept over de ontdekking van 140 aardachtige planeten, blijkt die uitspraak niet gebaseerd te zijn op feiten. De krant blijkt de door Sasselov gebruikte grafiek een beetje verkeerd geïnterpreteerd te hebben; er zijn tot op de dag van vandaag wel degelijk 140 potentiële planeten ter grootte van de aarde ontdekt, maar planeten met land en water zijn het absoluut niet.

Ja, aardachtige planeten spreken tot de verbeelding, maar het zal nog een hele tijd duren voordat we daadwerkelijk een tweede aarde vinden. Op dit moment is men alleen in staat om planeten te detecteren die zich relatief dicht bij hun moederster bevinden, wat betekent dat ze naar alle waarschijnlijkheid niet bewoonbaar zijn.

Fox News, Daily Mail en Bild kunnen zich dus maar beter op andere zaken gaan richten. Want “meer dan honderd aardes” zijn er absoluut niet ontdekt.

Instorting deel aardse dampkring stelt onderzoekers voor raadsel

Er is een bijzondere gebeurtenis gaande in de atmosfeer van onze planeet. Hoog boven het oppervlak van de aarde, waar de dampkring overloopt in de ruimte, is een ijle laag van gas genaamd de thermosfeer kortgeleden ingestort. Het verschijnsel had plaats tijdens het diepe zonneminimum van tussen 2008 en 2009 – een feit dat niet als een al te grote verrassing aankomt bij onderzoekers. Wanneer de zonneactiviteit laag is, koelt de thermosfeer namelijk af, hetgeen tot gevolg heeft dat deze laag van de atmosfeer inkrimpt. In dit geval was de omvang van de instorting echter twee tot drie keer zo groot dan lage zonneactiviteit zou kunnen verklaren.

De thermosfeer bevindt zich op negentig tot meer dan zeshonderd kilometer boven het aardoppervlak. Het is een gebied waar voornamelijk meteoren, aurora’s en satellieten voorkomen. Het is tevens de plek waar straling afkomstig van de zon voor het eerst contact maakt met onze planeet. De thermosfeer onderschept extreem ultraviolette straling van de grond voordat het de grond kan bereiken. Op het moment dat de zonneactiviteit hoog is, wordt de laag verwarmd door deze straling, waardoor de thermosfeer als een marshmallow boven een kampvuur op begint te zwellen. Het tegenovergestelde gebeurt wanneer de zonneactiviteit laag is.

In de afgelopen jaren is onze ster zelden actief geweest. In 2008 en 2009 belandde de zon in een ongekend diep minimum. Zonnevlekken waren schaars, zonnevlammen bestonden bijna niet en de hoeveelheid extreem ultraviolette straling die de aarde bereikte was zeer klein. Onderzoekers vestigden hun aandacht onmiddellijk op de thermosfeer om te zien wat voor invloed dit zou hebben op dit deel van de atmosfeer.

Bij het bepalen van wat er zich afspeelt in het bovenste deel van de dampkring maakt men gebruik van een speciale techniek. Omdat satellieten een aerodynamische wrijving voelen tijdens hun reis door de thermosfeer is het mogelijk om de omstandigheden in dit deel van de atmosfeer te bepalen met behulp van de ondervonden vertraging. Door deze vertraging bij vijfduizend verschillende satellieten tussen 1967 en 2010 in kaart te brengen, wist men de dichtheid, temperatuur en druk in de thermosfeer in de afgelopen decennia te bepalen. De gegevens lieten zien dat de thermosferische instorting niet alleen groter van was iedere vorige instorting, maar ook groter was dan de zonneactiviteit zou kunnen verklaren.

Een mogelijke verklaring is koolstofdioxide. Wanneer koolstiofdioxide in de thermosfeer belandt, wordt een groot deel van de warmte afgescheiden door infrarode straling en zorgt het gas dus voor een verkoeling. Het is algemeen bekend dat de hoeveelheid koolstofdioxide in de aardatmosfeer groter is geworden. Meer van dit gas in de thermosfeer zou de verkoelende werking van het zonneminimum versterkt kunnen worden.

De aanwezigheid van een grotere hoeveelheid koolstofdioxide in de dampkring lijkt de instorting van de thermosfeer echter ook niet volledig te kunnen verklaren. Een lage hoeveelheid extreem ultraviolette straling van de zon wordt voor ongeveer dertig procent van de instorting verantwoordelijk gehouden, terwijl dat percentage bij de extra koolstofdioxide slechts tien procent bedraagt. Dat betekent dat de resterende zestig procent door één of meerdere andere factoren veroorzaakt wordt. Welke? Daar hoopt men spoedig achter te komen.

Bemanning ISS ziet gevolgen aardbeving Chili vanuit de ruimte

De uit Japan afkomstige astronaut Soichi Noguchi, die op dit moment in het ruimtestation ISS verblijft, heeft de eerste satellietbeelden van de aardbeving die deze ochtend dicht bij de kust van Chili plaatsvond naar de aarde toegezonden. Te zien is hoe het water in de omgeving van het epicentrum vervuild is geraakt door modder en andere viezigheden die verspreid werden ten gevolge van de beving. De aardbeving, welke een kracht had van magnitude 8.8 op de schaal van Richter, vond plaats op dezelfde breuklijn die verantwoordelijk was voor de grootste beving die tot op de dag van vandaag werd gemeten, een beving die in 1960 aan duizenden mensen het leven kostte.

Het epicentrum van de beving lag circa honderd kilometer ten noordwesten van de stad Concepción, die bewoond wordt door 670.000 mensen. Na de aardbeving heeft men zeker negentien naschokken geregistreerd, zo meldde de Amerikaanse geologische dienst USGS eerder vandaag. De meest zware naschok had een kracht van 6.9 op de schaal van Richter, hetgeen bijna even hoog is als de kracht van de beving die een groot deel van Haïti in januari in puin legde. Het officiële dodental van de beving bedraagt op dit moment 214.

Volgens onderzoekers is de beving een ‘megathrust’, het meest krachtige soort aardbevingen dat er is. De laatste beving van dergelijke proporties vond in 2004 plaats in de Indische oceaan en veroorzaakte vloedgolven die een groot aantal Aziatische landen trof. Ook dit keer is een tsunami-waarschuwing voor verschillende landen die zich in de zogeheten ‘Ring van Vuur’ bevinden uitgegeven, maar de vloedgolven lijken niet zoveel schade aan te richten als minder dan zes jaar geleden het geval was.

Sterke afkoeling waargenomen in aardse dampkring

De lage zonneactiviteit in de laatste jaren heeft tot een sterke afkoeling van de buitenste laag van de atmosfeer van onze planeet geleid, zo blijkt uit nieuwe observaties. De gegevens, die afkomstig zijn van de TIMED-missie, laten zien dat de thermosfeer, welke honderd kilometer boven het aardoppervlak gelegen is, sterk op de effecten die de elfjarige zonnecyclus met zich mee brengt heeft gereageerd. De resultaten kunnen nieuw licht schijnen op het zwellen en krimpen van de aardse damprking – een verschijnsel dat invloed heeft op de banen van satellieten en ruimteafval – en kunnen bovendien van waarde zijn bij het op de proef stellen van de voorspellingen dat de door mensen uitgestote koolstofdioxide de thermosfeer af zou doen koelen.

Ontstond de maan dicht bij de zon?

Het idee dat de maan gevormd werd nadat een object ter grootte van onze buurplaneet Mars ongeveer 4,5 miljard jaar in botsing kwam met de aarde kan wellicht van tafel geveegd worden. Een studie die uit is gevoerd door Robert Malcuit van de Denison University suggereert namelijk dat onze natuurlijke satelliet het levenslicht binnen de baan van rotsplaneet Mercurius zag en vervolgens tijdens een migratie in een baan om onze planeet te draaien kwam. Volgens hem kunnen verschillende tot nu toe onverklaarbare karaktertrekken van onze buur wèl verklaard worden als men uitgaat van de nieuwe en controversiële theorie.

Naar de ruimte met een gigantisch ‘luchtkanon’

Iets waar Jules Verne in de negentiende eeuw over schreef kan nog wel eens werkelijkheid worden in de nabije toekomst. Een team onder leiding van fysicus John Hunter heeft namelijk een ‘luchtkanon’ ontworpen dat vracht in een baan om de aarde zou kunnen brengen voor een relatief lage prijs. Het kanon is gebaseerd op een kleiner apparaat dat in de jaren negentig ontwikkeld werd door wetenschappers van een laboratorium in de Amerikaanse staat Californië en een lengte had van zo’n 47 meter. Met samengedrukt gas konden projectielen toentertijd met een snelheid van drie kilometer per seconde afgevuurd worden.

Kleine schommelingen in zonneactiviteit hebben grote invloed op klimaat

Subtiele verbindingen tussen de elfjarige zonnecyclus, de stratosfeer en de tropische Pacifische Oceaan zorgen er samen voor dat er periodieke weerpatronen ontstaan die invloed uitoefenen op de gehele aardbol, zo blijkt uit een onderzoek dat deze week verschijnt in het wetenschappelijke vakblad Science. De studie kan mogelijk van pas komen bij het voorspellen van de intensiteit van bepaalde klimaatfenomenen, zoals de Indiaanse moesson en de tropische Pacifische regenval, zelfs enkele jaren van tevoren. Volgens de onderzoekers hebben zij een grote stap voorwaarts weten te zetten in het in kaart brengen van welke mechanismen de variabiliteit van de zonneactiviteit en ons weer en klimaat verbinden.

Zowel zon als aarde niet zo optimaal voor ontstaan van leven

Men neemt al een lange tijd aan dat zowel onze moederplaneet Aarde als onze ster zeer geschikt waren voor het ontstaan van het leven en zeer geschikt zijn voor het voortbestaan van het leven. Maar door langdurig onderzoek over het verleden van onze ster en planeet komen we langzaamaan tot de conclusie dat deze eigenlijk niet zo optimaal waren als eerder aangenomen werd, integendeel zelf. Men kwam tot deze conclusie na een onderzoek van de magnetische uitstraling van onze ster, hieruit blijkt namelijk dat de activiteit van onze ster in feite zeer schadelijk is voor het ontstaan en de ontwikkeling van nieuwe levensvormen.

Maan Titan begint steeds meer op de aarde te lijken

Het bevindt zich op meer dan een miljard kilometer van ons vandaan, maar hoe meer men leert over de grootste maan van ringenplaneet Saturnus, hoe meer het begint te lijken op onze eigen planeet. Een tweetal onderzoekers van NASA’s Jet Propulsion Laboratory heeft op een bijeenkomst namelijk de resultaten gepresenteerd van een studie waaruit blijkt dat het weer en de geologie op aarde en Titan ongeveer hetzelfde werkt, ondanks het feit dat het op de maan gemiddeld honderd graden Celsius kouder is dan op Antarctica. En wat misschien nog wel van groter belang is, is dat de chemie op de wereld veel overeenkomsten blijkt te vertonen met de prebiotische omstandigheden op onze planeet.

Ontstonden de eerste levensvormen op kometen?

Uit een nieuwe studie blijkt dat kometen tijdens de eerste miljoen jaar van hun vorming grote oceanen van vloeibaar water in hun binnenste bevatten. De waterige omgeving van vroege kometen zou samen met de grote hoeveelheid organische verbindingen die eerder werd ontdekt in de objecten de ideale omstandigheden hebben geboden om primitieve bacteriën te laten groeien en vermeerderen, zo luidt de conclusie van professor Chandra Wickramasinghe en zijn collega’s van het Cardiff Cente for Astrobiology.

Was de aarde vroeger een groene planeet?

De landmassa’s van de aarde waren in het Precambrian, één van de vele geologische tijdvakken, niet aangenaam, maar ten minste wel groen. Een nieuwe analyse naar kalksteen dat zich tussen één miljard en vijfhonderd miljoen jaar geleden op het oppervlak bevond suggereert namelijk dat er eerder dan verondersteld uitgebreid plantenleven op het land te vinden was. Ondanks het feit dit alleen uit kleine mossen bestond hadden de planten een grote invloed op de aarde; ze zorgden ervoor dat onze planeet groen kleurde en pompten zuurstof in de atmosfeer. De basis voor de evolutie van dieren in het tijdvak dat 542 miljoen jaar geleden volgde, het Cambrian, werd met dit proces gelegd.

Waarom beweegt de aarde van de zon af?

Al vele duizenden jaren probeert men de afstand tussen onze wereld en het ‘vuur aan de hemel’ te berekenen. De sterrenkundige Aristarchos was de eerste die een lange tijd geleden de eerste poging deed; hij kwam tot de conclusie dat de zon twintig keer verder van de aarde af moest staan dan de maan, maar de Griek zat er met een factor van twintig naast.

Ongeveer vijf jaar geleden wisten de dynamicadeskundigen Gregoriy Krasinsky en Victor Brumberg uit Rusland te bepalen dat de aarde en de zon geleidelijk van elkaar af bewegen. De afstand tussen het tweetal wordt niet veel groter – slechts vijftien centimeter per jaar – maar aangezien dat honderd keer zoveel is als onnauwkeurigheid die ontstond bij metingen die gedaan werden aan de afstand moet er wel iets zijn dat onze planeet naar buiten ‘duwt’.

Tegen het einde van de twintigste eeuw kreeg men grip op het vraagstuk omtrent de afstand tussen de twee objecten vanwege het feit dat het mogelijk was om radarbundels die afkomstig waren van talloze hemellichamen in het zonnestelsel op te vangen en dankzij de gegevens die werden verzameld door interplanetaire ruimtesondes. De afstand tussen de aarde en zon bedraagt op dit moment afgerond 149.597.871 kilometer. Maar waarom wordt dit aantal steeds groter?

Een verklaring is dat de aantrekkingskracht van de zon afzwakt doordat het massa verliest via de kernfusie die in het inwendige van onze ster plaatsvindt en zonnewind die het uitstoot, maar dan zou de astronomische eenheid, een afstandsmaat die gelijk is aan de afstand aarde-zon, bijgeschaafd moeten worden. Andere, minder aannemelijke ideeën hebben te maken met een verandering in de gravitatieconstante, de bijwerkingen van de expansie van het universum en zelfs de invloed van donkere materie.

Takaho Miura van de Universiteit van Hirosaki in Japan en drie collega’s denken dat zij een met een beter idee op de proppen komen. Volgens hen beweegt de aarde zich van onze ster af vanwege de getijden die ontstaan bij de interactie van het tweetal. Het is hetzelfde proces dat de baan van de maan naar buiten drijft: getijden die teweeg worden gebracht door onze natuurlijke satelliet in de oceanen zorgen ervoor dat de energie die ontstaat bij de rotatie van de aarde invloed heeft op de beweging van de maan. Het gevolg is dat de maan zich ieder jaar zo’n vier centimeter van ons verwijdert en onze planeet 0,000017 seconde langzamer draait.

De onderzoekers nemen aan dat de massa van de wereld waar wij op leven een kleine getijdenbobbel op de zon doet ontstaan die ervoor zorgt dat diens rotatiesnelheid drie milliseconden per eeuw afneemt, wat betekent dat het zogeheten impulsmoment van de ster kleiner wordt en de afstand tussen de twee objecten groter wordt.

Beschermende magnetosfeer doet deel van de atmosfeer verdwijnen

Het gebied in de ruimte dat het magnetische veld van de aarde bevat, dat bekend staat als de magnetosfeer, beschermt ons tegen elektrisch geladen deeltjes die uitgestoten worden door onze ster en in een stroom een reis maken langs verschillende objecten in het zonnestelsel. Door een soort van barrière te vormen tegen deze zogeheten zonnewind kunnen dergelijke deeltjes genoeg van hun energie overdragen aan gasmoleculen in de dampkring van onze planeet, om er zo voor te zorgen dat deze kunnen ontsnappen aan de aantrekkingskracht van de wereld waarop wij leven. De magnetosfeer zou dus niet alleen als een beschermend schild van de atmosfeer dienen, maar ook een deel van de lucht op aarde ‘stelen’, zo blijkt uit een nieuwe studie.