Twintig jaar oud raadsel omtrent nevel massieve sterren verklaard

De geboorte van de meest massieve sterren, die tien tot honderd keer zo zwaar zijn als de zon, is al enkele decennia een raadsel geweest. Dergelijke sterren zijn massief genoeg om waterstof te blijven verbranden op het moment dat ze materiaal uit de gaswolk waarin ze gevormd worden bijeenschrapen, maar opmerkelijk genoeg zorgt hun straling er niet voor dat het gas dat aan wordt getrokken verhit en weggeblazen wordt. Dankzij nieuwe simulaties van een team van Duitse, Mexicaanse en Amerikaanse onderzoekers heeft men nu een verklaring voor dit verschijnsel gevonden.

Een ster ziet het levenslicht wanneer een grote wolk bestaande uit gas ineenstort. Zodra de dichtheid en de temperatuur in het centrale deel van de wolk hoog genoeg zijn, wordt de aldaar aanwezige waterstof omgezet in helium en begint de ster te schijnen. Bij de allerzwaarste sterren treedt het laatstgenoemde verschijnsel echter al op wanneer de wolk nog aan het ineenstorten is. Hun ultraviolet licht ioniseert het omliggende gas en vormt een nevel met een temperatuur van circa tienduizend graden Celsius. Dit wekt de suggestie dat de groeiproces van een dergelijke ster vertraagd of zelfs gestopt wordt vanwege het feit dat het gas weggeblazen zou worden door de vrijgekomen hitte.

De door de onderzoekers verkregen resultaten wijzen uit dat het gas dat massieve sterren omgeeft niet evenwichtig op de ster valt, maar zich in plaats daarvan concentreert in talloze filamenten. De hoeveelheid gas is namelijk zo groot dat de aantrekkingskracht van het object ervoor zorgt dat het gas op sommige plekken ineenstort en spiraalvormige ’slierten’ vormt. Wanneer de ster in kwestie deze tegenkomt, absorberen de filamenten diens ultraviolette straling, waardoor het daar omheen liggende gas beschermd wordt. Deze bescherming verklaart waarom het gas dat zich om de massieve ster heen bevindt voortdurend op het object blijft vallen en diens groei niet ten einde komt.

De uitkomst van de studie verklaart bovendien waarom de geïoniseerde nevels die met radiotelescopen geobserveerd worden van zo’n kleine omvang zijn. De nevel blijkt namelijk opnieuw te gaan krimpen op het moment dat deze niet langer geïoniseerd is en dat heeft tot gevolg dat het over een tijdbestek van enkele duizenden jaren lijkt te flikkeren, net zoals een kaars.

Oranje dwergster Gliese 710 koerst af op het zonnestelsel

De analyse van nieuwe gegevens over de bewegingssnelheid van sterren heeft uitgewezen dat er een kans van 86 procent bestaat dat de oranje dwergster Gliese 710 binnen een tijdsbestek van anderhalf miljoen jaar ons zonnestelsel zal naderen. In totaal vond men negen nieuwe kandidaat-sterren die de zon mogelijk in de verre toekomst gaan vergezellen. De resultaten, die zijn verkregen tijdens een studie die uit werd uitgevoerd door Vadim Bobylev van het Pulkovo Astronomical Observatory in het Russische St. Petersburg zijn gebaseerd op de door de ruimtesonde Hipparcos verzameld gegevens die in 1997 gepubliceerd werden.

De kans dat Gliese 710 zich ooit in de binnenste regionen van het zonnestelsel zal begeven is echter nihil. De kans dat de ster de Oortwolk, een gebied dat zich op één tot twee lichtjaar van het centrum van ons planetenstelsel bevindt binnendringt mag dan wel 86 procent bedragen, maar de kans dat deze zich binnen de Kuipergordel, welke zich op dertig tot vijftig AE van de zon bevindt is slecht één op tienduizend, oftewel 0,01 procent. Gliese 710 is op dit moment nog 63 lichtjaar van onze planeet verwijderd in de richting van het sterrenbeeld Slang (Serpens Caput).

Daar komt echter wel een ander gevaar bij om de hoek kijken. Wanneer de ster daadwerkelijk de Oortwolk zal naderen is de kans groot dat diens aanwezigheid ervoor zal zorgen dat de baan een groot aantal komeetachtige objecten die zich aan de buitenkant van het zonnestelsel bevinden verstoord zal raken en er een ‘zwerm’ van ijzige rotsblokken onze kant op wordt gestuurd. Of de mensheid op dat moment nog op aarde uithangt is echter nog maar zeer de vraag.

Bemanning ISS ziet gevolgen aardbeving Chili vanuit de ruimte

De uit Japan afkomstige astronaut Soichi Noguchi, die op dit moment in het ruimtestation ISS verblijft, heeft de eerste satellietbeelden van de aardbeving die deze ochtend dicht bij de kust van Chili plaatsvond naar de aarde toegezonden. Te zien is hoe het water in de omgeving van het epicentrum vervuild is geraakt door modder en andere viezigheden die verspreid werden ten gevolge van de beving. De aardbeving, welke een kracht had van magnitude 8.8 op de schaal van Richter, vond plaats op dezelfde breuklijn die verantwoordelijk was voor de grootste beving die tot op de dag van vandaag werd gemeten, een beving die in 1960 aan duizenden mensen het leven kostte.

Het epicentrum van de beving lag circa honderd kilometer ten noordwesten van de stad Concepción, die bewoond wordt door 670.000 mensen. Na de aardbeving heeft men zeker negentien naschokken geregistreerd, zo meldde de Amerikaanse geologische dienst USGS eerder vandaag. De meest zware naschok had een kracht van 6.9 op de schaal van Richter, hetgeen bijna even hoog is als de kracht van de beving die een groot deel van Haïti in januari in puin legde. Het officiële dodental van de beving bedraagt op dit moment 214.

Volgens onderzoekers is de beving een ‘megathrust’, het meest krachtige soort aardbevingen dat er is. De laatste beving van dergelijke proporties vond in 2004 plaats in de Indische oceaan en veroorzaakte vloedgolven die een groot aantal Aziatische landen trof. Ook dit keer is een tsunami-waarschuwing voor verschillende landen die zich in de zogeheten ‘Ring van Vuur’ bevinden uitgegeven, maar de vloedgolven lijken niet zoveel schade aan te richten als minder dan zes jaar geleden het geval was.

New Horizons is op de helft

De ruimtesonde New Horizons is donderdag op de helft van diens reis naar de ijzige dwergplaneet Pluto en diens manen beland. De kilometerteller van het ruimtevaartuig overschreed de grens van 2,39 miljard kilometer, wat betekent dat het de helft van de afstand tussen de aarde in 2006 en waar Pluto zal zijn wanneer de sonde arriveert in 2015 heeft overschreden. New Horizons zet diens reis met een snelheid van bijna 58.000 kilometer per uur voort en zal komende maand de baan van gasplaneet Uranus doorkruisen. Op 14 juli 2015 vliegt het vaartuig langs Pluto.

Het feit dat de ruimtesonde op de helft van diens reis is, is de laatste in een reeks mijlpalen van de missie. In december vorig jaar kwam New Horizons voor het eerst precies tussen de zon en Pluto in te staan en op 20 april aanstaande zal het vaartuig het punt bereiken dat zich in 2015 tussen onze ster en de ijsdwerg bevindt. In oktober van dit jaar, op de zeventiende om precies te zijn, heeft de sonde de eerste helft van diens decennialange trip achter de rug op basis van de vluchtduur. De snelheid waarmee New Horizons beweegt zal in de maanden die volgen geleidelijk aan af gaan nemen.

Pluto werd tachtig jaar geleden ontdekt door astronoom Clyde Tombaugh. In 2006 werd de wereld ‘gedegradeerd’ van planeet tot dwergplaneet. New Horizons zal de ijsdwerg niet gaan omcirkelen, maar in plaats daarvan gedetailleerde observaties uitvoeren tijdens een flyby en vervolgens diens weg vervolgen richting andere ijzige objecten in de Kuipergordel. Nieuwe beelden van de wereld die genomen werden door de ruimtetelescoop Hubble lieten eerder al zien dat het seizoensveranderingen vertoont en hierdoor geregeld een iets andere kleur krijgt.

Planeet Venus ontsnapt aan het zonlicht en wordt ‘avondster’

Is het een vliegtuig, een UFO of toch een heldere ster? Geen van allen. Het is onze zusterplaneet Venus die de komende tijd de dominante rol van gasreus Jupiter aan de avondhemel over zal nemen en geleidelijk aan beter zichtbaar wordt. Nadat Venus voor het laatst goed zichtbaar was toen het aan de ochtendhemel stond, verdween de planeet op 11 januari jongstleden achter de zon. Het object was gedurende enkele weken niet te zien vanwege het feit dat de gloed van de zon het overstraalde. Aan de hemel verwijdert de planeet zich nu van de zon en beweegt richting het oosten.

Dat betekent dat Venus over een niet al te lange tijd een ‘avondster’ zal worden. De planeet bevindt zich dezer dagen rond zonsondergang in het westelijke deel van de hemel en zal langzaamaan steeds hoger komen te staan. In maart is het object zonder moeite met het blote oog zichtbaar nadat onze ster achter de horizon is verdwenen. Met een magnitude van -3.9 is Venus op dat moment het helderste natuurlijke object aan de hemel na de zon en de maan. Een gemakkelijke prooi dus.

In de eerste week van juni verdwijnt onze zusterplaneet pas twee en een half uur na zonsondergang achter de horizon. De afstand tussen de zon en de planeet aan de hemel zal op dat moment ook het grootst zijn. Het is dan de moeite waard om het object met een telescoop te bekijken, aangezien het net zoals de maan door verschillende fases gaat. Tussen nu en oktober zullen regelmatige observaties alle groottes en fases Venus laten zien, zelfs met een kleine kijker.

Spirit’s reis naar de kern van onze rode buurplaneet

De op onze buurplaneet Mars verblijvende rover Spirit veegt, schraapt en ontfutselt al ruim zes jaar lang geheimen uit het afschrikwekkende oppervlak van de rode planeet. Nu het voertuig op een impasse is gestuit en diep in het zand weg is gezakt, probeert het met de zonnepanelen die het karretje van energie moeten voorzien genoeg zonlicht te verzamelen om de gevaarlijk koude Martiaanse winter te overleven. Als Spirit het tot de lente vol kan houden, is de robot nog lang niet afgeschreven. Het zal ons in dat geval zelfs nog een helpende hand kunnen bieden bij het ontrafelen van de raadsels van de kern van Mars.

En dat is mogelijk zonder dat de rover ook maar één van diens mechanische spieren hoeft te bewegen. Wanneer het voertuig zich niet verroert, zal de enige beweging die van de planeet zelf zijn. Aangezien onderzoekers al weten wat de eigenschappen van de baan van onze buurplaneet zijn, zal men in staat zijn om Spirit’s radiosignaal te gebruik om meer te weten te komen over hoe de wereld om zijn eigen as draait. Tijdens dat proces ‘wiebelt’ Mars licht en ondanks het feit dat dit proces nauwelijks meetbaar is, kunnen de miniscule veranderingen van onschatbare waarde zijn als men een beter beeld wil krijgen van de Martiaanse kern.

In het geval dat de kern door en door vast is, zal de planeet iets anders wiebelen dan wanneer het centrum vloeibaar is. Vergelijk het met het verschil in de manier waarop een hardgekookt en een rauw ei rondjes tolt. De radiosignalen van de rover kunnen ons bovendien iets vertellen over de precieze snelheid waarmee Mars wiebelt. In combinatie met gegevens over de grootte en massa van de rode planeet kan dit onze kennis over hoe ijzer en rots zich in het algemeen binnen in een planeet gedragen en wat de grootte en dichtheid van de Martiaanse kern zelf is aanzienlijk vergroten.

Nieuwe studie toont chaotisch beeld van jeugdig zonnestelsel

Hoewel kometen beschouwd worden als één van oudste, meest primitieve objecten in het zonnestelsel heeft een nieuw onderzoek naar de komeet Wild 2 uitgewezen dat het materiaal dat zich lang geleden in de binnenste regionen van ons planetenstelsel bevond op zijn vroegst 1,7 miljoen jaar na de geboorte van de eerste ‘vuile sneeuwballen’ naar het gebied waarin deze kometen werden gevormd werd getransporteerd. Dankzij de studie hebben onderzoekers voor de eerste keer kunnen bepalen wat de leeftijd is van het materiaal waaruit een bestaande komeet is opgebouwd.

Daarbij maakte men gebruik van gegevens die verzameld werden tijdens de missie van de ruimtesonde Stardust, welke in 1999 gelanceerd werd en vier jaar geleden met de eerste bodemmonsters van een komeet terugkeerde op onze planeet. Hoewel verwacht werd dat de missie nieuw licht zou schijnen op het materiaal dat in het zonnestelsel te vinden was in in diens jeugdfase, bleek de komeet uit andere materialen te bestaan, waaronder zogeheten CAI’s, de oudste objecten die gevormd werden in de nevel waaruit de zon ontstond. Verondersteld wordt dat dergelijke materialen in de meeste kometen te vinden zijn.

De aanwezigheid van CAI’s in komeet Wild 2 laat zien dat de materialen bij de vorming van ons planetenstelsel over veel grotere afstanden werden verspreid dan eerder werd verondersteld. “Het materiaal dat we aangetroffen hebben in Wild 2 onderstreept het belang van de verspreiding van materiaal over grote afstanden in de jonge nevel,” aldus Jennifer Matzel, lid van het team van onderzoekers dat de gegevens over de komeet analyseerde. “De bevindingen roepen tevens vragen op over de tijdschaal van de vorming van kometen en het verband tussen Wild en andere primitieve objecten uit de zonnenevel.”

Britse astronoom: “Buitenaards leven kan ons onopgemerkt vergezellen”

Volgens Martin John Rees, een vooraanstaande Britse astrofysicus en kosmoloog, is het mogelijk dat er te midden van ons levensvormen aanwezig zijn waarvan het bestaan voorbij het menselijke begrip gaat, zo verklaarde hij afgelopen maand op een bijeenkomst. Hij sluit niet uit dat buitenaardse wezens ons “recht in het gezicht aanstaren” in een vorm die door ons mensen niet herkend kan worden. “Het probleem is dat we op zoek zijn naar iets dat erg op ons lijkt en aannemen dat andere levensvormen ongeveer dezelfde wiskunde en technologie hebben,” aldus Rees.

“Ik vermoed dat er leven kan zijn in vormen die we ons niet voor kunnen stellen. Net zoals een chimpansee de kwantumtheorie niet kan begrijpen, is het mogelijk dat er bepaalde aspecten van de realiteit zijn die voorbij de capaciteit van onze hersenen gaan.” Rees deed zijn uitspraken op een bijeenkomst in januari die in het teken stond van de vraag of de ontdekking van buitenaards leven voor verschrikking of uitgelatenheid zou zorgen op onze planeet. Volgens hem vergroot de verbetering van onze telescopen de kans op het vinden van leven elders in het heelal “meer dan ooit.”

Frank Drake, bedenker van de gelijknamige Drake-formule, is echter minder optimistisch. Op dezelfde bijeenkomst gaf hij aan dat de opkomst van de satelliettelevisie en de ‘digitale revolutie’ de mensheid onzichtbaar maakt voor buitenaardse wezens door de stroom van televisie- en radiosignalen naar de ruimte te blokkeren. De aarde wordt op dit moment omgeven door een vijftig lichtjaar brede ‘bol’ van straling van analoge televisie en radio- en radarsignalen. Volgens Drake verdwijnen deze signalen door de opmars van digitale technologie echter in een hoog tempo. “Digitale televisiesignalen zouden er als ruis uitzien voor een buitenaardse beschaving die toekijkt.”