Downtime wegens verhuizing naar andere server

Vanwege het feit dat de website vanavond verhuisd wordt naar een andere server is AstroVersum.nl vanaf 20:00 uur tijdelijk niet bereikbaar. Naar verwachting zal de downtime hooguit een uur aanhouden, maar omdat de DNS-gegevens van de domeinnaam geüpdatet zullen moeten worden, kan de website voor sommigen langer onbereikbaar zijn. We spreken dan over een periode van maximaal 24 uur.

Bij voorbaat onze excuses voor het ongemak.

Deels holle Marsmaan staat weer even in de belangstelling

De eigenaardige Martiaanse maan Phobos zal met ingang van vandaag weer verschillende keren bezocht worden door de Europese ruimtesonde Mars Express. Op woensdag 3 maart aanstaande nadert het vaartuig het oppervlak van de maan het dichtst; de afstand tussen het tweetal bedraagt dan slechts vijftig kilometer. Onderzoekers hopen dat de gegevens die verzameld worden tijdens de flyby’s een helpende hand kunnen bieden bij het bepalen wat de oorsprong van de mysterieuze maan is. Niet alleen diens vorm, maar ook het feit dat uit metingen naar de dichtheid van Phobos blijkt dat het object deels hol is, maakt de maan een interessant onderzoeksonderwerp.

De passages bieden een unieke mogelijkheid om extra wetenschappelijk onderzoek te doen met Mars Express, een ruimtevaartuig dat ontwikkeld was om louter onze buurplaneet te bestuderen. Omdat de ruimtesonde zich in een elliptische en polaire baan bevindt met een maximale afstand van circa tienduizend kilometer van de rode planeet, slaat men Phobos normaal gezien over. Dankzij enkele manoeuvres nadert het vaartuig de maan tot eind maart echter tot op verschillende afstanden, die variëren van enkele honderden kilometers tot de eerder genoemde vijftig kilometer. Na 26 maart zal de aandacht weer op Mars gevestigd worden.

Vooral de flyby waarbij Mars Express de maan het dichtst nadert is van groot belang voor onderzoekers. Op die afstand zou de ruimtesonde verschillen moeten voelen in de sterkte van de aantrekkingskracht van Phobos. Met behulp van de gegevens die hiervan verzameld zullen worden, is men in staat om de inwendige structuur van de maan in kaart te brengen. Aan de hand daarvan hopen onderzoekers te kunnen bepalen wat de oorsprong van Phobos is. Er zijn drie mogelijkheden: de eerste is dat de maan een ingevangen asteroïde is, de tweede is dat het op hetzelfde moment als en in het bijzijn van Mars werd gevormd en de derde houdt in dat de maan ontstond uit materiaal dat vrijkwam bij een meteorietinslag op onze buurplaneet.

De vele kleuren van stergeboorte

Op een nieuwe opname van de Gemini North-telescoop is het dynamische en soms ‘gewelddadige’ proces van stergeboorte te zien. Het onder de loep genomen object, dat bekend is als Sharpless 2-106, is een stellaire broedplaats die bestaat uit gloeiend gas en stof dat het licht van de sterren die het bevat talloze richtingen op stuurt. In het materiaal ligt een zeer massieve ster verscholen waarvan wordt verondersteld dat het grotendeels verantwoordelijk is voor de bipolaire vorm van de nevel, welke hierdoor de vorm van een zandloper heeft. Winden in de nevel zouden met een snelheid van meer dan tweehonderd kilometer per uur materiaal van de groeiende ster in het gebied verspreiden.

De nevel is ongeveer tweeduizend lichtjaar van ons verwijderd in de richting van het sterrenbeeld Zwaan (Cygnus). Het object is circa twee lichtjaar lang en heeft een doorsnede van een halve lichtjaar. Men denkt dat diens centrale ster tot vijftien keer zo massief als de zon zou kunnen zijn. De vorming van de ster begon niet langer dan honderdduizend jaar geleden en de kans bestaat dat diens licht zich uit de wolk die het omgeeft zal bevrijden wanneer het relatief korte leven van het massieve object van start gaat. Uit onderzoek is gebleken dat vele sub-stellaire objecten zich op dit moment in de wolk vormen en dat zou kunnen resulteren in het ontstaan van een cluster van vijftig tot honderdvijftig sterren in dit gebied.

Naast het proces van stervorming laat de opname ook de capaciteiten van enkele nieuwe filters die onderzoekers in combinatie met de telescoop hebben kunnen gebruiken. Deze verschaffen waardevolle inzichten door zeer specifieke kleuren van zichtbaar licht door te laten dat uitgezonden wordt door waterstof, helium, zuurstof en zwavel op het moment dat hete, jonge sterren in de nevel wolken van gas en stof op laten gloeien. De filters kunnen ook gebruikt worden om planetaire nevels en gas in andere sterrenstelsels beter onder de loep te nemen.

Space Shuttle Endeavour in de avondgloren

Afgelopen maandag werd Space Shuttle Endeavour met aan boord diens zeskoppige bemanning gelanceerd voor een missie naar het internationaal ruimtestation ISS. Het ruimteveer verscheepte onder meer de module Tranquility, welke als een laboratorium waarin water gerecycled en zuurstof gemaakt wordt moet gaan dienen. De module werd gisterochtend om 07:20 uur Nederlandse tijd aan het complex bevestigd. Wanneer Endeavour op vrijdag 19 februari aanstaande terug is gekeerd op aarde zullen er nog slechts vier shuttles een bezoek brengen aan het ruimtestation.

Zonde. Hoewel het ISS met ingang van volgend jaar nog regelmatig bezocht zal worden met behulp van de Soyuz-raketten van de Russen en de shuttles zeker aan vervanging toe zijn, is het toch een domper dat we beelden als deze over een tijdje niet meer voorbij zullen zien komen. Helemaal omdat er voorlopig geen geld voor de ontwikkeling van een nieuw ruimteveer beschikbaar gesteld zal worden. We zullen ‘het moeten doen’ met de plannen van Rusland, de grootmachten in Azië en de particuliere ruimtevaartbedrijven die in opmars zijn. Het idee dat Amerikaanse en Europese astronauten binnen enkele decennia voor lange tijd onderzoek zouden verrichten op het maanoppervlak, moeten we voorlopig uit ons hoofd zetten.

Ik ben benieuwd wat er in de komende tientallen jaren op het gebied van bemande ruimtevaart gaat gebeuren. Was het een aantal jaren geleden nog waarschijnlijk dat men rond 2020 terug zou keren op onze natuurlijke satelliet en zich vervolgens in de loop der jaren op planeet Mars zou gaan richten, zo is het nu volstrekt onduidelijk wat er naast het ruimtestation bezocht gaat worden in de komende decennia. En welk land gaat de dominante rol van Amerika wat betreft de bemande ruimtevaart overnemen? De toekomst zal het uitwijzen. Laten we tot die tijd maar genieten van de beelden van de verrichtingen in en buiten het ISS.

‘Aarde niet voldoende beschermd tegen asteroïden’

De Verenigde Staten doen er goed aan om meer te investeren in de bescherming tegen asteroïden die mogelijk een gevaar vormen voor onze planeet, zo luidt de conclusie van een door de National Academy of Sciences opgesteld rapport dat vrijdag uit werd gegeven. Volgens het 134 pagina’s tellend rapport is de vier miljoen dollar die beschikbaar gesteld is door de Amerikaans regering niet genoeg om alle potentieel gevaarlijke asteroïden in de omgeving van de aarde te identificeren. De ruimtevaartorganisatie NASA zou op dit moment slechts minder dan één miljoen dollar achter de hand hebben om onderzoek te doen naar naderende asteroïden.

NGC 6334: van vaag vlekje naar kleurrijk schouwspel

Ruim twee eeuwen geleden, om precies te zijn in het jaar 1837, stuitte de uit Groot-Brittanië afkomstige astronoom John Herschel op een voor hem onbekend vlekje aan de hemel boven Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika. Later bleek dit vlekje het helderste deel te vormen van een uitgestrekte emissienevel in het sterrenbeeld Schorpioen (Scorpius), welke omgedoopt werd tot NGC 6334. De nabij het hart van de Melkweg gelegen wolk van gas en stof is nu – vele jaren later – ook vanuit Chili onder de loep genomen met een 2,2-meter telescoop van het European Southern Observatory, en dat heeft niet zomaar een plaatje opgeleverd.

Gigantische magnetische lus gezien in dubbelstersysteem

In het bekende dubbelstersysteem Algol is een enorme magnetische lus die zich vanaf één van de sterren die het object bevat uitstrekt te vinden, zo blijkt uit observaties die uit zijn gevoerd met een internationaal netwerk van radiotelescopen. Het tweetal bevindt zich op 93 lichtjaar van onze planeet en bestaat uit een ster die ruim drie keer zo massief is als de zon en een minder massieve metgezel, welke zich op ‘slechts’ iets meer dan negen miljoen kilometer van de hoofdster bevindt. De pas ontdekte lus is afkomstig van de polen van de ster met de kleinste hoeveelheid massa en strekt zich uit in de richting van de meest massieve ster van de twee.

Radiogolven pulsar reizen ’sneller dan het licht’

Dankzij experimenten in laboratoria hebben onderzoekers in de afgelopen decennia aan kunnen tonen dat bepaalde dingen sneller dan het licht kunnen lijken te bewegen, zonder dat dit in strijd is met de algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein. Een team van astrofysici heeft nu voor het eerst echte voorbeelden gezien van dergelijke snelheden in de vorm van radiogolven die afkomstig zijn van een pulsar. Uit radiowaarnemingen aan de pulsar PSR B1937+21, welke circa tienduizend lichtjaar van ons verwijderd is, blijkt namelijk dat de golven die het uitzendt eerder arriveerden naarmate deze zich dichter bij het centrum van het object bevinden, hetgeen suggereert dat de pulsen een hogere snelheid dan die van het licht kunnen bereiken.