Op het oppervlak van onze ster is sinds lange tijd weer een betrekkelijk grote groep zonnevlekken verschenen. Zonnevlek 1035, het nummer waaronder de groep is gecatalogiseerd, is nu zeven keer zo breed als onze planeet en dat gegeven maakt het een makkelijke prooi voor degenen met een telescoop en een veilig filter. Door te kijken wat de magnetische polariteit van de vlek is heeft men kunnen bepalen dat de groep deel uitmaakt van de nieuwste zonnecyclus, nummer 24 welteverstaan. De vlek is het eerste grote exemplaar dat is verschenen op het zonneoppervlak nadat de vorige zonnecyclus in een diep minimum verkeerde. Of de verschijning een voorbode is voor het ontstaan van meer grote zonnevlekkengroepen in de komende maanden moet nog blijken.
Op een afstand van ongeveer 550 lichtjaar van de aarde nadert een ster zoals onze zon de dood met rasse schreden. Chi Cygni is opgezwollen tot een rode reuzenster en diens grootte is nu zodanig, dat de ster iedere planeet tot Mars zou ‘opslokken’ in ons eigen zonnestelsel. Bovendien begint het object samen te trekken en uit te dijen, net als een kloppend hart. Recent gemaakte opnamen van het oppervlak van deze verafgelegen ster laten de gevolgen van deze kloppende bewegingen nu in ongekend detail zien en schijnen nieuw licht op het lot dat de zon over vijf miljard te wachten staan, wanneer deze zich in de laatste levensfase bevindt.
Wauw. Dat is het eerste woord dat in de meesten op zal komen bij het zien van een nieuwe opname van de ‘herboren’ ruimtetelescoop Hubble. Het feestelijke portret is het meest gedetailleerde beeld van de grootste broedplaats van sterren in onze lokale galactische buurt, genaamd R136. Het stervormingsgebied is ‘slechts’ enkele miljoenen jaren oud en bevindt zich in de nevel 30 Doradus, welke gelegen is in de Grote Magelhaense Wolk, een satellietstelsel van de Melkweg. Veel van de diamantachtige blauwe sterren die deel uitmaken van het gebied en zichtbaar zijn op de opname, vallen met een massa die in sommige gevallen honderd keer zo groot is als die van onze zon onder de meest massieve sterren die tot op de dag van vandaag onder de loep zijn genomen.
Twee nabijgelegen sterren blijken vergezeld te worden door zogeheten superaardes – rotsachtige planeten die groter zijn dan de aarde, maar kleiner zijn dan ijsgiganten zoals Uranus en Neptunus. In tegenstelling tot eerder ontdekte sterren met planeten van zulke afmetingen vertonen beide moedersterren in dit geval overeenkomsten met de zon, hetgeen suggereert dat planeten met een kleine massa vaak rond nabije sterren te vinden zouden zijn. Het tweetal werd ontdekt na uitgebreide analyse van gegevens die gedurende enkele jaren werden verzameld tijdens observaties die uitgevoerd werden met telescopen van het Keck Observatory op Hawaï en de Anglo-Australian Telescope in Australië.
Denkbeeldige science fiction en space art beelden veelvuldig het aanzicht van twee sterren die op het punt staan om achter de horizon van een buitenaardse wereld te verdwijnen uit. Men heeft dan wel weten te constateren dat planeten in dergelijke binaire sterrensystemen ook daadwerkelijk zouden kunnen bestaan door in resonanties te draaien, maar dat geldt alleen voor volwaardige planeten. De vraag is of er ook een zogeheten accretieschijf, een schijf van stof en gas waar planeten uit geboren, kan ontstaan bij een dubbelstersysteem. Een team van onderzoekers denkt nu een antwoord op die vraag te hebben gevonden.
De Europese ruimtesonde Mars Express heeft de Martiaanse manen Phobos en Deimos voor de eerste keer samen vast weten te leggen op de gevoelige plaat. De beelden werden gemaakt op 5 november jongstleden en naast het feit dat ze vrij uniek zijn, zijn ze ook nog eens van waarde voor het bevestigen en verbeteren van de huidige modellen van de banen van het tweetal. De camera van het ruimtevaartuig nam in een tijdbestek van anderhalve minuut in totaal 130 foto’s van de manen, waarvan de kleinste – Deimos – zich meer dan twee keer verder van de sensor bevond dan diens broertje Phobos.
Noch meteorologen en astronomen in Zweden, Noorse strijdkrachten of Russische ambassadeurs weten wat het mysterieuze verschijnsel dat de hemel vanochtend boven delen van Noorwegen verlichtte heeft veroorzaakt. De spiraalvorm verscheen iets voor acht uur in de morgen en werd gedurende de enkele minuten waarin het zichtbaar was gezien door een groot aantal mensen. Eén van hen, Jan Petter Jørgensen, wist het verschijnsel omstreeks 07:50 uur lokale tijd vanaf een pier in beeld te brengen. “Ik denk dat het zo’n twee, drie minuten te zien was. Het was ongelooflijk,” zei hij.

Bij het Noors Meteorologisch Instituut stond de telefoon vanochtend roodgloeiend. “Zowel mensen uit het noorden als het zuiden van het land wisten te vertellen dat er een spiraalvorm zichtbaar was met een blauwe pluim die naar de grond reikte,” aldus Mona Mariann. Volgens Liv Larsen van de Universiteit van Tromsø is het verschijnsel mogelijk het gevolg geweest van de lancering van een een onderzoeksraket vanuit Zweden of Rusland. Hierbij zou een gas in de atmosfeer verspreid zijn. Anna Rathsman van de Swedish Space Corporation ontkent echter dat zij een raket de lucht in hebben gebracht en ook Vladimir Isupov van de Russische ambassade in Oslo zegt niet op de hoogte te zijn van een mogelijke lancering op Russisch grondgebied.
Net als diens ‘tweelingbroer’ Opportunity heeft rover Spirit al ruim zes jaar rondgedwaald op onze buurplaneet Mars. Hoewel het voertuig in die tijd al op verschillende tegenslagen is gestuit en Spirit door een mankement aan één van diens wielen al sinds 2006 achteruit rijdt, luidt het devies nog steeds: “volg het water”. Beide rovers zijn dan ook op zoek geweest naar mineralen die ver in het verleden gevormd werden in de nabijheid van water. Vandaag de dag lijkt Mars een droge planeet, maar de aanwezigheid van mineralen kan bewijs vormen voor het feit dat er ooit water heeft gestroomd op de rode planeet. In die zoektocht heeft rover Spirit, die al enkele maanden vastzit in de Martiaanse bodem, nu een belangrijke vondst gedaan.

Opportunity had het in de jacht op mineralen een stuk gemakkelijker dan diens broertje; de rover daalde af in de voormalige bedding van een meer. Spirit landde in basaltische vlaktes die gevormd werden door lavastromen na de inslag van meteorieten. Bij voorbaat wist men al dat de kans klein was dat er ooit water stroomde in dat gebied. Maar toen de rover de zogeheten Columbia Hills bereikte, stuitte het voertuig dan eindelijk op een mineraal dat ontstaat in de nabijheid van water: ijzerhydroxide. Daar is het echter niet bij gebleven. Tijdens een poging om de vastzittende rover los te krijgen uit de bodem werden onderliggende sulfaten blootgelegd, mineralen die gevormd worden bij het vrijkomen van stoom.