Astronomen onderzoeken ontstaan van sterren

Astronomen uit zeven Europese landen onderzoeken de komende vier jaar samen de manier waarop sterren ontstaan, zo heeft dinsdag de directeur van de Thüringse Sterrenwacht, Artie Hatzes, bekendgemaakt.

Het onderzoeksprogramma heet “Jetset” en kan rekenen op 3,9 miljoen euro van de Europese Unie. Nederlandse onderzoekscentra of observatoria staan niet in het lijstje van de partners. De astronomen willen de geboortes van sterren in het bijzonder via de zogenaamde jets bestuderen. Het zijn stralen van materie die ontstaan wanneer sterren het levenslicht zien, maar waarover weinig bekend is.

Een ster zoals de zon ontstaat uit bepaalde soorten gaswolken, de moleculaire gaswolken. Een deel van een dergelijke gaswolk kan zich, bijvoorbeeld onder invloed van een schokgolf, gaan samentrekken, en uit een dergelijk samentrekkende gaswolk ontstaat een ster, of soms een systeem van twee of meer sterren.

Een ster als de zon begint zijn leven als een T Tauri ster. Deze liggen op een Hertzsprung-Russell diagram rechts van de hoofdreeks, ze zijn dus relatief gezien lichtsterker, dus groter en koeler dan hoofdreekssterren. Deze sterren stralen sterk in het infrarood, en wordt omringd door een schijf van stof, waaruit een planetenstelsel kan ontstaan.

De T Tauri-ster wordt geleidelijk kleiner en heter, totdat de kern een temperatuur van 10 miljoen Kelvin bereikt, en de ster op de hoofdreeks uitkomt. Dit is het ‘rustige’ stadium in de levenstijd van een ster. In de kern vindt kernfusie plaats van waterstof tot helium, en dat levert een langdurige, betrouwbare bron van energie. Hoelang een ster op de hoofdreeks verblijft hangt af van de grootte van de ster, naarmate een ster zwaarder is, gaat het fusieproces sneller en is de waterstof sneller opgebruikt. De zon blijft circa tien miljard jaar in deze situatie, en heeft daarvan ongeveer de helft, ruim 4,5 miljard jaar al achter de rug.