Wetenschappers bespreken ernst ruimtepuin

Wetenschappers uit Europa hebben de afgelopen drie dagen in ESA’s controlecentrum ESOC in het Duitse Darmstadt een toenemend probleem besproken: ruimtepuin. Talloze stukjes ruimteschroot scheren met zo’n tien kilometer per seconde door de ruimte. Ze leveren een groot gevaar op voor satellieten en bemande ruimtemissies.

Ruim 43 jaar lang menselijke activiteiten in de ruimte heeft heel wat ruimteafval opgeleverd. In 1990 hebben wetenschappers van de ESOC een database opgezet over de hoeveelheid ruimteschroot.

De inventarisatie begon met de beschrijving van 25.000 elementen, een hoeveelheid die inmiddels is gegroeid tot liefst 3,2 miljoen. Iedere maand komen daar nog eens 30.000 stukjes ruimteschroot bij, variërend van microscopisch kleine, betrekkelijk ongevaarlijke stofdeeltjes tot grote, vele centimeters lange voorwerpen die levensgevaarlijk kunnen zijn voor satellieten of andere ruimtevaartuigen.

Hoe erg is de ruimte rond de aarde inmiddels vervuild? En wat kunnen we doen om ongelukken in de toekomst te voorkomen? ESA’s ruimtepuin deskundige Gerhard Drolshagen vertelt in een interview op de website van de ESA over het grote gevaar van kleine deeltjes.

Hij adviseert onder meer om de hoeveelheid ruimteschroot te beperken door satellieten binnen 25 jaar na het einde van hun missie in de dampkring te laten verbranden. Voor satellieten die heel hoog staan, op 36.000 kilometer in de geostationaire baan, geldt dat ze aan het eind van hun leven 300 kilometer omhoog geduwd moeten worden naar een baan waar ze niemand in de weg zitten.

“Nu is het risico op botsingen in de ruimte nog aanvaardbaar, maar het wordt groter als we niets doen. Steeds meer ruimtepuin botst op elkaar, waardoor stukken uit elkaar spatten en nog meer projectielen veroorzaken. Die leveren groot gevaar op voor dure satellieten en bemande ruimtemissies. We moeten de ruimte schoon houden. Daarom heeft het onderwerp ruimtepuin onze aandacht,” aldus de ruimtepuinexpert.

Bron: ESA