Komeetfragmenten naderen de Aarde

Binnenkort zullen 3 fragmenten van de komeet 73P/Schwassmann-Wachmann onze planeet Aarde naderen op slechts enkele miljoenen kilometers. In 1995 viel de komeet op 250 miljoen kilometer van de Aarde in meer dan 3 stukken uiteen. In mei naderen de 3 fragmenten de Aarde en kunnen amateur-astronomen dit verschijnsel waarnemen vanuit heel de wereld.

Al komen de komeetfragmenten dicht bij onze planeet in de buurt, het is op dit moment zeker dat de brokstukken niet op de Aarde zullen inslaan. De afstand tussen de objecten en de Aarde is namelijk te groot, waardoor de zwaartekracht van onze planeet geen grote invloed op de objecten heeft.


De komeetfragmenten B en C, waargenomen door Giovanni Sostero en Ernesto Guido met een 14-inch telescoop in New Mexico

Er ontstaan momenteel nog meer fragmenten van deze komeet. Uit recente observaties van telescopen op de Aarde bestaat komeet 73P/Schwassmann-Wachmann nu uit acht verschillende stukken. In de komende weken ontstaan er ongetwijfeld nog meer fragmenten, zo verwachten wetenschappers van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA.

Op de dagen 12, 13 en 14 mei passeren de fragmenten de Aarde. De helderste fragmenten kunnen magnitude +3 bereiken, en dat betekent dat de objecten met het blote oog te zien zullen zijn als kleine en zwakke “sterren” aan de hemel. Met een verrekijker of een kleine telescoop kunnen de fragmenten al goed waargenomen worden vanuit de Benelux.

Er bestaat een kleine kans dat we laat in de nacht een meteorenzwerm te zien krijgen. Voorlopige berekeningen tonen aan dat het grootste deel van de hoeveelheid stof die de komeet produceert in 2022 onze planeet zal bereiken. Het is daarom op dit moment nog niet duidelijk of medio mei ook een meteorenzwerm kunnen waarnemen.

De komeetfragmenten kunnen aan het eind van de nacht (tussen 04:00 uur en 05:30 uur) in het oosten waargenomen worden, nog voor het aanbreken van de schemering. Verwacht wordt dat de komeetfragmenten te zien zijn in de sterrenbeelden Pegasus en Zwaan.

Bron: NASA