MetOp weersatelliet succesvol gelanceerd

ESA’s nieuwe weersatelliet MetOp is vanop het lanceerplatform in Baikonur succesvol gelanceerd. De MetOp missies zijn een aanvulling op Europa’s succesvolle Meteosat satellieten, die op 36.000 kilometer boven de aarde draaien in een geostationaire baan. De lancering stond gepland voor donderdag 17 oktober om 18:28 uur Nederlandse tijd.

Europa’s nieuwste generatie weersatellieten heet MetOp en ook Nederland helpt aan deze generatie satellieten mee. Drie exemplaren gaan de atmosfeer de komende jaren bestuderen vanuit een lage baan rond de aardse polen.

De MetOp missies zijn een aanvulling op Europa’s succesvolle Meteosat satellieten, die op 36.000 kilometer boven de aarde draaien in een geostationaire baan. Deze positie is uitstekend voor een overzicht van weersystemen, omdat Meteosat permanent zicht heeft op een deel van de aardbol. Voor het verzamelen van gedetailleerde informatie over bijvoorbeeld windsterkte en windrichting boven zee en de verdeling van broeikasgassen in de atmosfeer is deze positie minder geschikt. Daarom worden de MetOp satellieten in een baan rond de polen gebracht, op 817 kilometer boven de aarde. De satelliet komt zo regelmatig over elke plek op aarde.

De Europese organisatie voor meteorologische satellieten Eumetsat beheert en bestuurt de drie MetOp satellieten, die de komende jaren opeenvolgend gelanceerd worden om waarnemingen tot 2020 te garanderen. Eumetsat werkt daarbij samen met haar Amerikaanse tegenvoeter, de NOAA, die al ruim dertig jaar polaire weersatellieten beheert. Door samen op te trekken ontstaat wereldwijd een completer beeld van weer en klimaat.

Elk van de drie MetOp satellieten is 6,5 meter hoog en weegt vierduizend kilo. Aan boord bevinden zich elf instrumenten. Vijf daarvan zitten niet op de NOAA satellieten en zijn dus specifiek Europees. Bijvoorbeeld de Nederlandse Gome-2, die de atmosfeer aftast naar ozon en andere concentraties van gassen. Een ander voorbeeld is het instrument Gras, dat atmosferische kaarten gaat maken met behulp van weerkaatste radiosignalen van de GPS-navigatiesatellieten.

Bron: ESA