Europa gaat aardes zoeken

Met het project COROT luidt Europa een nieuw tijdperk in bij de zoektocht naar planeten in andere zonnestelsels. Voor het eerst zal vanuit een baan om de aarde gezocht worden naar andere planeten die er als de aarde uitzien. De mens vraagt het zich al heel lang af: bestaan er andere planeten zoals de aarde in de onmetelijke kosmos? In 1995 werd voor het eerst een planeet rond een andere ster ontdekt. Nu, elf jaar later, zijn al 210 van dergelijke exoplaneten ontdekt in 180 andere zonnestelsels.

Er gaat nauwelijks een maand voorbij waarin geen nieuwe planeten rond andere sterren worden gevonden. Voorlopig gaat het nog vooral om reuzenplaneten, die lijken op Jupiter, de grootste planeet in ons eigen zonnestelsel.

Er is weinig kans dat we op een van deze gasreuzen E.T. zullen aantreffen. Eventueel buitenaards leven is wellicht eerder te vinden op planeten die op de aarde gelijken. Maar tot nu toe is nog geen tweede aarde buiten ons eigen zonnestelsel ontdekt.

Maar misschien wordt dat anders met de komende missie COnvection ROtation and planetary Transits, kortweg COROT. Deze 4,1 x 2 x 2 meter grote satelliet van 630 kilogram zal zich bezig houden met astroseismologie, zeg maar sterbevingen, en op zoek gaan naar exoplaneten.

De lancering van COROT is momenteel voorzien voor 21 december vanaf de kosmodroom Bajkonoer in Kazachstan met behulp van de verbeterde draagraket Sojoez 2-1B.

COROT zal in een polaire baan om een hoogte van 896 kilometer worden gebracht voor uiterst nauwkeurige fotometrie van sterren. Het voordeel van een satelliet als COROT is dat hij zijn waarnemingen kan doen zonder de problemen waarmee telescopen op de aarde te maken hebben, zoals het wispelturige weer, de toestand van de atmosfeer en de afwisseling van dag en nacht. COROT moet twee en een half jaar operationeel zijn en tot 60.000 sterren waarnemen.

Een mug op een afstand van 800 kilometer
Een 27-centimetertelescoop met vier ccd-detectoren en gemonteerd op een PROTEUS-satellietplatform zal in het spectraalbereik van 370 tot 950 nm (1 nm = 1 nanometer = 1 miljardste van een meter) het helderheidsverloop van sterren meten. Daaruit kan informatie gewonnen worden over de inwendige structuur van de ster en over astroseismologie.

Bij de 60.000 sterren zal ook gekeken worden naar zogenaamde transits, passages van planeten voor hun moederster. ‘COROT zou de vermindering in helderheid van een lichtbron kunnen meten wanneer er een mug voor vliegt en dat op een afstand van 800 kilometer’, zegt de Oostenrijkse astrofysicus Werner Wolfgang Weiss over de nauwkeurigheid van de detectoren.

Onderzoekers verwachten bijzonder veel van de eerste zoektocht naar andere aardachtige planeten vanuit de ruimte. ESA-projectwetenschapper Malcom Fridlund is ervan overtuigd dat ‘COROT de eerste aanwijzingen zal geven voor een planeet die op de aarde gelijkt en die rond een andere ster draait’.

COROT kan exoplaneten vinden die twee keer zover van hun ster draaien als de aarde rond de zon. Maar of er op dergelijke planeten ook buitenaards leven is, is een vraag die de instrumenten aan boord van COROT niet zullen kunnen beantwoorden.

Bij COROT, een project onder leiding van het Franse ruimtevaartagentschap CNES, zijn heel wat landen en organisaties betrokken. Het gaat vooral om de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en verder Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Brazilië en België. Ook onderzoekers uit Denemarken, Groot-Brittannië, Portugal en Zwitserland zijn van de partij.

Deelnemende landen
ESA werkte mee aan de telescoop en testte de satelliet van binnen en van buiten in haar vestiging ESTEC in Noordwijk in Nederland. ESA stelt ook het grondsegment ter beschikking. Het ESA-grondstation Villafranca bij Madrid zal de gegevens opvangen en van daaruit worden ze verder verspreid over de deelnemende onderzoekscentra.

Specifieke COROT-grondstations bevinden zich verder nog in Kiruna (Zweden), Aussaguel (Frankrijk) Hartebeesthoek (Zuid-Afrika), Kourou (Frans Guyana), Alcantara (Brazilië) en in Wenen.

COROT als padvindermissie
COROT wordt gezien als een zogenaamde padvindermissie, een eerste stap. Om planeten zoals de aarde te vinden in ‘bewoonbare’ zones rond andere sterren zijn volgens vele onderzoekers nog krachtigere telescopen en langere waarnemingstijden nodig.

Maar hiervoor bestaan al concrete plannen. De Amerikaanse NASA wil niet aan de zijlijn blijven staan en wil in 2008 de missie Kepler lanceren. Die zal met een krachtige telescoop gedurende verschillende jaren zoeken naar aardachtige planeten.

ESA denkt aan de ambitieuze projecten Gaia (2011) en Darwin (2015). Darwin zal in het bijzonder speuren naar scheikundige sporen van leven in de atmosfeer van andere planeten.

Misschien zullen we dan weten waar E.T. zich verstopt…