Stardust: komeetstof bracht waarschijnlijk leven op aarde

Door de Stardust-missie raken wetenschappers er steeds meer van overtuigd dat kometen een cruciale rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het leven op aarde.

Het onbemande ruimtevaartuig Stardust vloog in 2004 al vlak langs Wild 2 en wist met behulp van speciaal materiaal losvliegende komeetdeeltjes op te vangen. Begin dit jaar slaagde de NASA erin om de piepkleine deeltjes van de ijzige komeet met behulp van een verzegelde capsule naar de aarde te verschepen. Door deze deeltjes nauwkeurig te bestuderen en analyseren hopen wetenschappers meer informatie te verkrijgen over de invloed die kometen hebben op het ontstaan van leven op aarde.

Al snel werd duidelijk dat de komeet-theorie best wel eens waar zou kunnen zijn. Nieuwe bevindingen hebben dat idee alleen nog maar verder versterkt, zo schrijft het wetenschappelijke tijdschrift Science deze week. Onderzoekers hebben namelijk grote, complexe carbon-rijke moleculen aangetroffen in de komeetdeeltjes. Die stof is een cruciale voorwaarde voor het ontstaan van levensvormen.

Uit de eerste volledige analyse van de stofdeeltjes blijkt dat ze bestaan uit verschillende soorten partikels. Sommige daarvan lijken zelfs te dateren uit het tijdperk voor het ontstaan van ons zonnestelsel. Men vermoedde al langer dat kometen er eerder dan de zon waren, maar daar was nog nooit eerder bewijs voor gevonden. De onderzoekers schatten nu dat ongeveer 100 op de miljoen partikels ouder zijn dan ons zonnestelsel.

De deeltjes uit de komeet vertonen een grote diversiteit. Tot hun grote verrassing vonden de wetenschappers ook deeltjes die, gezien hun samenstelling, vlakbij de zon moeten zijn ontstaan. Het is vooralsnog een groot raadsel hoe dit materiaal aan de rand van het zonnestelsel, nabij de baan van het hemellichaam Pluto (die tot voorkort planeet werd genoemd) terecht is gekomen. Dat is namelijk de plaats waar de komeet Wild 2 vandaan komt. Het is daar erg koud, omdat de afstand tot de zon er groot is.

Net zoals bij de maanrotsen die bij de Apollo-missie naar aarde werden gebracht, denken de wetenschappers nog decennialang bezig te zijn met het bestuderen van de piepkleine stofdeeltjes van de komeet. De komende jaren zullen de technieken waarmee dat kan worden gedaan steeds verder worden verfijnd en de onderzoekers denken dan ook dat ze best nog wel eens meer interessante ontdekkingen zullen gaan doen.

Bron: ANP