Nieuwe verklaring gammaflitsen houdt astronomen bezig

De natuur heeft de astronomen weer eens bij de neus genomen. Net toen ze meenden te weten wat verantwoordelijk is voor gammaflitsen, de energierijkste verschijnselen in de kosmos, blijkt er een nieuwe verklaring te zijn. Volgens ESO zou een en ander terug te voeren zijn op een nieuw ontstaan zwart gat dat het merendeel van de materie van zijn tot verdwijnen gedoemde moederster opslokt.

Gammaflitsen (GRB’s in het jargon) zijn de krachtigste explosies in het universum. Jarenlang was hun locatie en hun oorzaak een mysterie, maar daar kwam de laatste tijd verandering in. Internationaal onderzoek bracht langdurige uitbarstingen van gammastraling (langer dan twee seconden) in verband met de gewelddadige dood van massieve sterren, een (heldere) supernova. Kortstondige gamma-explosies hadden dan weer te maken met de botsing van compacte objecten: neutronensterren of zwarte gaten.

Maar twee nieuw gevonden gammaflitsen passen niet in dit plaatje en lijken de eigenschappen te delen van beide klasse uitbarstingen, zegt de ESO. De eerste was er een van 102 seconden op 14 juni jongstleden, en werd gedurende 50 seconden in een slechts 1,6 miljard lichtjaar van ons verwijderd dwergsterrenstelsel met de gigantische VLT-telescoop door een Italiaans team gadegeslagen. Maar sporen van een supernova werden niet opgemerkt.

Een mogelijke verklaring is dat er zich in het sterrenstelsel een enorm zwart gat heeft gevormd, dat geen materie toeliet te ontsnappen. Al het materiaal dat doorgaans bij een supernova wordt uitgespuwd, valt dan terug en wordt opgeslokt, aldus Guido Chincarini van de Universiteit van Milaan-Bicocca.

Een ander, Deens, team was tot dezelfde conclusie gekomen na waarneming, met de VLT en de La Sillatelescoop, van een gammaflits die op 5 mei in een klein spiraalvormig sterrenstelsel vier seconden heeft geduurd, én ook die van 14 juni. “Hoewel beide uitbarstingen lang duurden, is de merkwaardige vaststelling dat er geen supernova mee verbonden was”, zo citeerde de ESO Johan Fynbo van de Universiteit van Kopenhagen. “Het is een beetje zoals geen donder horen van een nabije storm na een zeer lange bliksemschicht te hebben gezien.”

Bron: Belga