Astronomen observeren helderste supernova ooit

Volgens astronomen is de supernova, die in september dit jaar is waargenomen in het object NGC 1260, de helderste is die ooit is waargenomen in de geschiedenis. Tevens blijkt dat de ster vroeger (voordat hij stierf) zeer massief was, wat in contrast staat met het feit dat de meeste massieve sterren een supernova van type I kunnen veroorzaken. Op grond van lichtkromme en spectrum onderscheidt men twee type supernovae: type I en type II.

Type I
In het spectrum is waterstof afwezig. Het maximum van de helderheid duurt een maand of iets korter. Daarna neemt de helderheid heel regelmatig af: iedere 50 dagen halveert ze. Type I supernova’s stralen bijna uitsluitend zichtbaar licht uit.

Ze worden op basis van hun spectrum verder onderverdeeld in:

  • Type Ia (het helderste en meest waargenomen type; er zijn spectraallijnen van Si+)
  • Type Ib (helium-rijk)
  • Type Ic (helium-arm)
  • Type Ipec (peculiar, dat wil zeggen met ongebruikelijke eigenaardigheden)

Type II
In het spectrum is waterstof zichtbaar. Type II supernova’s zijn lichtzwakker dan type Ia. Ze stralen, naast zichtbaar licht, ook veel ultraviolet licht uit. Vergeleken met type I duurt het maximum wat langer en is de verdere afname onregelmatiger en trager.

Deze groep wordt onderverdeeld in:

  • Type II-P (plateau, de helderheid blijft drie maanden hoog en gaat pas daarna duidelijk dalen)
  • Type II-L (lineair, dat wil zeggen géén plateau; de helderheid daalt eerder dan bij II-P; zeldzamer)
  • Type IIn (de waterstoflijnen in het spectrum hebben een aparte vorm: bovenop de gebruikelijke brede basis staat een smalle emissielijn)
  • Type IIb (na drie maanden wordt helium zichtbaar en gaat het spectrum lijken op type Ib)
  • Type IIpec (peculiar, dat wil zeggen met ongebruikelijke eigenaardigheden)
  • Type II-S (subluminous, dat wil zeggen relatief zwak; een voorbeeld is 1987A)

Supernova’s met afwijkende kenmerken. In 1965 stelde Zwicky hiervoor aparte groepen voor, type III, IV en V, maar die hebben de tand des tijds niet doorstaan. Tegenwoordig worden afwijkende supernova’s doorgaans geclassificeerd als Ipec of IIpec.

Type Ia supernova’s worden het vaakst waargenomen, doordat ze gemiddeld vijf keer helderder zijn dan de andere typen. Als voor dit verschil in helderheid wordt gecorrigeerd, is naar schatting 20% van alle supernova’s van type Ia, eveneens 20% van type Ib/c, en de resterende 60% van type II (vooral II-P en IIn).

Aan de hand van de gegevens van de supernova in het sterrenstelsel NGC 1260 kunnen astronomen concluderen dat de vroegere ster van hetzelfde type moet zijn geweest als de helderste ster in ons melkwegstelsel: Eta Carinae. Het blijkt dus dat dit soort massieve sterren in staat zijn te exploderen voordat ze een grote lading aan waterstof verspreiden.

Bron: Space.com