Orkaan op aarde is briesje op planeten buiten zonnestelsel

Op onze planeet, de aarde, bestaat er een grote variatie aan temperaturen. ’s Nachts is het namelijk kouder dan overdag en in de zomer is het warmer dan in de winter. Maar uit nieuwe metingen van drie gasplaneten buiten ons zonnestelsel blijkt dat hun temperaturen vrij constant blijven. Dit komt doordat deze planeten niet om hun as draaien, en daardoor is één kant altijd naar hun moederster gericht en dus verlicht, en de andere kant nooit naar de moederster gericht en verlicht.

De temperaturen op deze planeten blijven constant door de aanwezigheid van supersonische winden, die met een snelheid van ruim 15.000 kilometer per uur door de atmosferen van de planeten ‘roeren’. Hierdoor wordt de warmte over de gehele planeet verspreid en constant gehouden.

De planeten, gasreuzen die vergelijkbaar zijn met Jupiter, werden een tijdje geleden ontdekt rondom sterren die ongeveer dezelfde grootte en massa als onze ster, de zon, hebben. De sterren en hun planeten bevinden zich op een afstand van maximaal 150 miljoen lichtjaar van de aarde. Elk van hen cirkelt op circa 8 miljoen kilometer van hun moedersterren, veel minder dan de afstand tussen de zon en de aarde.

“Astronomen hebben zich lang afgevraagd of planeten die zich zó dicht bij hun moederster bevinden grote temperatuurverschillen tussen de dagkant en de nachtkant zouden hebben. Bij de drie planeten die bestudeerd zijn met de Spitzer Space Telescope schijnen de temperaturen constant te zijn, waarschijnlijk wegens supersonische winden die met een gigantische snelheid razen over de planeten”, aldus Eric Agol, professor op de Universiteit van Washington. “Wij kunnen niet zonder twijfel zeggen dat temperatuurverschillen tussen de dag- en nachtkant zijn uitgesloten, maar het is onwaarschijnlijk dat de metingen in schril contrast staan met de werkelijkheid.”

Agol nam in eind 2005 de drie planeten waar in infrarood licht. Met de Spitzer Space Telescope werd de thermische helderheid van dagkant van de planeten waargenomen. Op basis van die metingen werden er geen infrarode helderheidvariaties ontdekt, wat erop duidt dat er geen grote verschillen in temperaturen aan de dag- en nachtkant zijn. De temperaturen op de drie planeten bedragen ruim 1000 graden Celsius.

Het meten van de temperaturen van de planeten is een nauwgezet proces omdat de straling van een planeet door het licht van de moederster kan worden overstraald. Zelfs wanneer een planeet zich achter de moederster bevindt en volledig uit het zicht verdwijnt, is de daling in licht bijna onwaarneembaar.

De planeten bevinden zich bij de sterren 51 Pegasi (op een afstand van 50 miljoen lichtjaar), HD179949b (100 miljoen lichtjaar) en HD209458b (147 miljoen lichtjaar). In 1995 werd om 51 Pegasi de eerste exoplaneet. Sindsdien zijn talrijke gasreuzen waargenomen vanaf de aarde. De meeste planeten bevinden zich dicht bij hun moedersterren. Een gemeenschappelijke theorie is zich dat zij ver vanaf hun sterren vormden, misschien in ongeveer de zelfde positie als de omloopbaan, en werden vervolgens door de zwaartekracht van hun ster aangetrokken. De geringe afstand maakt het voor astronomen moeilijk om veel directe gegevens over de planeten te verzamelen.

Bron: Space.com