Satellieten gaan het noorderlicht onderzoeken

Een groep wetenschappers uit Canada en de Verenigde Staten zullen in februari een ambitieus project lanceren om de wetenschap achter de noorderlichten te ontrafelen. Het THEMIS project zal 5 satellieten om aarde brengen op 15 februari. Ze zullen op verschillende plaatsten tussen de aarde en de zon staan waar het magnetische veld van de aarde zich bevind.

Er is ook nog een toevoeging aan de satellieten; 20 observatoriums op aarde, waarvan 16 zich bevinden in Canada. Zij zullen digitale foto’s maken en magnetische deeltjes van het poollicht bijhouden. Het THEMIS project is een samenwerking tussen de NASA, Canadese ruimtevaartorganisatie en wetenschappers van de University of Alberta and University of Calgary.

Noorderlicht is een fenomeen dat op hoge geografische breedtes ’s avonds en ’s nachts kan worden waargenomen. Als het noorderlicht zich voordoet zien we vaak een lichte gloed of is het licht zichtbaar als bewegende bogen, stralenbundels of gordijnen van licht en heel zelden is het zelfs vlammend. Soms staat aan de noordelijke horizon een boog waaruit de lichtstralen als zoeklichten omhoog schieten.

De kans op noorderlicht is het grootst in jaren met grote activiteit op het oppervlak van de zon. Om de elf jaar maakt de zon zo’n “actieve” periode door (het laatst in 2000), wat zich uit in een groter aantal zonnevlekken. Wanneer zo’n zonnevlek naar de aarde is gericht kunnen de geladen deeltjes die bij de uitbarsting vrijkomen de aardse atmosfeer bereiken en noorderlicht veroorzaken. Radiozenders op de kortegolf worden enige uren tevoren ernstig gestoord.

In Nederland wordt jaarlijks op gemiddeld ongeveer zeven dagen noorderlicht waargenomen, het vaakst in jaren met veel zonneactiviteit. Omdat het verschijnsel in noordelijke richting wordt waargenomen wordt het ook wel aurora borealis genoemd. Op het zuidelijk halfrond is het poollicht ook te zien en spreekt men van zuiderlicht (aurora australis).

Bron: CBCnews