Geen zons- of maansverduistering, maar van een zwart gat

Recente observaties van het sterrenstelsel NGC 1365 door NASA’s Chandra X-ray Observatory laten een merkwaardige verduistering van een supermassief zwart gat in het centrum van dit stelsel zien. Een dichte wolk van gas verduisterde de voorkant van het zwarte gat, waardoor elektrisch geladen röntgenstraling een tijd lang niet zichtbaar was. Deze eclips stond toe dat astronomen de afmeting van de schijf van materiaal rond het zwarte gat makkelijk konden meten. De schijf is een relatief kleine structuur op galactische schalen.

Het beeld dat het Chandra X-ray Observatory creëerde toont een heldere röntgenstralingbron in het centrum, welke de positie van het supermassief zwart gat openbaart. Een optische blik van het sterrenstelsel NGC 1365 van de European Space Observatory’s Very Large Telescope toont de context van de gegevens van het Chandra X-ray Observatory. NGC 1365 bevat, zo blijkt uit deze gegevens, een zogenaamde actieve galactische kern, oftewel een AGN. Wetenschappers denken dat het zwart gat in het centrum van deze galactische continu wordt gevoed door een vaste stroom van materiaal, vermoedelijk in de vorm van een schijf.

Materiaal dat in een zwart gat zou vallen zou verhit worden tot miljoenen graden en zou niet terugkeren. Dit proces veroorzaakt de schijf van gas rond het centrale zwarte gat in NGC 1365 en brengt hem er toe in staat om röntgenstraling te produceren, maar deze structuur is te klein om met een telescoop direct waar te nemen. Astronomen hebben tóch de afmeting van de schijf kunnen bepalen door te meten hoe lang de schijf erover deed om het zwart gat te passeren. Om de twee dagen in een periode van twee weken in april 2006 werd het sterrenstelsel geobserveerd. Gedurende vijf observaties waren röntgenstralen in het centrum zichtbaar, maar daarna waren deze een lange tijd niet zichtbaar, omdat ze toen bedekt werden door de schijf.

Bron: Chandra X-ray Observatory