Belangrijke Nederlandse bijdrage aan James Webb Telescope

Bij de ontwikkeling van het mid-infrarood instrument van de James Webb Space Telescope heeft ASTRON een mijlpaal bereikt. ASTRON in Dwingeloo heef afgelopen week het zogenaamde verificatiemodel van een belangrijk onderdeel van het mid-infrarood instrument (MIRI) afgeleverd aan het Rutherford Appleton Laboratiorium in het Verenigd Koninkrijk.

Volgens de astronomische onderzoeksorganisatie is dit een belangrijke stap in het ontwikkelingstraject van het instrument. ‘Het geeft min of meer de start voor de bouw van het deel dat daadwerkelijk gelanceerd zal worden aan boord van de James Webb Space Telescope’, zegt Michael Meijers.

De James Webb Space Telescoop moet de opvolger worden van de Hubble ruimtetelescoop en wordt op zijn vroegst in 2013 gelanceerd en zal dan zijn taak uitvoeren op anderhalve miljoen kilometer van de aarde. Omdat er in de ruimte geen verstoringen door de atmosfeer plaatsvinden, zijn ongekend scherpe foto’s van astronomische objecten mogelijk.

De James Webb Space Telescope gaat op zoek naar objecten die kort na de oerknal zijn ontstaan, zoals sterren en sterrenstelsels, en bepalen hoe deze oudste sterrenstelsels zich hebben ontwikkeld. Daarnaast moet de nieuwe ruimtetelescoop de vorming van nieuwe melkwegstelsels observeren en de mogelijkheid van buitenaards leven onderzoeken. Voor het laatste gebruikt het de chemische samenstelling van verre zonnestelsels.

De JWST neemt het licht uit de verre sterrenstelsels waar in het infraroodspectrum. Dit omdat de sterren in het uitdijende heelal met grote snelheid van ons af bewegen en het Dopplereffect zorgt voor een roodverschuiving. Het MIRI dient voor het waarnemen van het mid-infraroodspectrum van vijf tot 27 micrometer.

De Nederlandse bijdrage is de ontwikkeling van de belangrijkste optische module van de spectrometer (de SMO). Het project staat onder leiding van de Nederlandse Onderzoeksschool voor Astronomie (NOVA). Het praktische werk wordt vooral verricht door ASTRON, en ook TNO-TPD heeft bijgedragen aan het optisch ontwerp.

Behalve een nauwkeurig optisch model moet de module vooral stevig genoeg zijn om daadwerkelijk in de ruimte te functioneren. De telescoop zal zich op een veel grotere afstand van de aarde komen te staan dan de Hubble dat nu doet en onderhoudsmissies zijn onmogelijk. Het MIRI moet derhalve de lancering doorstaan en vervolgens nog minstens vijf jaar onder extreme omstandigheden blijven functioneren.

Bron: ASTRON