Europa keert terug naar de wintertijd

In de nacht van zaterdag op zondag keert de hele Europese Unie terug naar de ‘echte’ tijd, de wintertijd. Om 3.00 uur gaan de klokken een uur achteruit. De wintertijd is de reële tijd, die overeenkomt met de stand van de zon. Er zijn in totaal zeventig landen in de wereld die de zomer- en wintertijd gebruiken, die vooral in Noord-Amerika, Noord-Azië en Europa te vinden zijn.

Het idee om de klok ’s zomers een uur naar voren te zetten werd in 1907 geopperd door de Brit William Willett. Aanvankelijk viel hem voornamelijk hoon ten deel, maar later namen veel landen het idee over omdat het economische voordelen oplevert. Voor de mensen onder ons met een telescoop is de wintertijd ook welkom, want hoe eerder het donker is hoe beter.

Dankzij de zomertijd wordt energie bespaard, bijvoorbeeld omdat verlichting pas later op de avond aangezet hoeft te worden. Boeren kunnen langer doorwerken zonder kunstlicht en, ook niet onbelangrijk: op zwoele zomeravonden blijft het langer warm. Energiebedrijven schatten dat door de zomertijd zo’n 0,3 procent aan energie wordt bespaard.

Uitgebreid door Freek.