Mysterie van supernova SN2006gy opgelost

Nederlandse sterrenkundigen hebben een verklaring gevonden voor de eigenaardigheden die de heldere supernova van 18 september 2006 kenmerken. Supernova SN2006gy was niet alleen de helderste ooit waargenomen, maar bleek ook een buitengewoon hoge concentratie waterstof te vertonen in de schokgolf die volgde op de gigantische explosie, terwijl dat bij dit type supernova nooit voorkomt.

De Amsterdamse astronomen Ed van den Heuvel en Simon Portegies Zwart schrijven dit toe aan de bijzondere ontwikkeling van de ster die aan het eind van zijn leven als supernova is geëxplodeerd. Zij publiceren hun bevindingen morgen in Nature.

De wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam hebben berekend dat de zware voorloper-ster het resultaat moet zijn van een stellaire botsing in een dichte, jonge sterrenhoop met een groot aantal zware sterren. Het resultaat van een dergelijke botsing is niet een explosie, maar het samengaan van de twee sterren in één nieuwe. Dit ‘fusieresultaat’ heeft een aantal bijzonder eigenschappen, waaronder een overvloed aan waterstof op het oppervlak van de gefuseerde ster. “Sterbotsingen zijn een zeer efficiënte manier om grote hoeveelheden vers waterstof op de brandende inwendige ‘motor’ van een zware ster te laten vallen,” zo licht Spinozaprijswinnaar Ed Van den Heuvel toe. Zodra de zware ster explodeert, komt de waterstof vrij in de supernova.

De supernova moet volgens Simon Portegies Zwart een zwaar zwart gat hebben gevormd, van mogelijk zo’n 1000 keer de massa van de zon. Deze categorie middelzware zwarte gaten is zeer zeldzaam en het bestaan ervan is tot op heden alleen indirect aangetoond. Portegies Zwart en Van den Heuvel voorspellen dat over ongeveer een jaar, wanneer de supernova is verbleekt, de sterrenhoop zichtbaar wordt waarin de botsingen hebben plaatsgevonden die uiteindelijk tot SN2006gy hebben geleid.