Onze maan is zeldzaam in het heelal

Met behulp van observaties van NASA’s Spitzer Space Telescope zijn astronomen tot de conclusie gekomen dat de aanwezigheid van onze naaste buur, die vermoedelijk is ontstaan nadat een object ter grootte van Mars in botsing kwam met de aarde, een zeldzaam fenomeen is in het heelal. Naar schatting is er slechts in één van de tien tot twintig zonnestelsels in het universum een maan aanwezig die lijkt op die van ons. Dat zou betekenen dat er in vijf tot tien procent van de tot nu toe ontdekte planetenstelsels een soortgelijke natuurlijke satelliet zou voorkomen.

Wanneer een maan zich uit een heftige botsing vormt, zou het stof zich in alle richtingen verspreiden, zei Nadya Gorlova, een astronoom aan de Universiteit van Florida die de gegevens van Spitzer voor de nieuwe studie analyseerde. “Als er veel manen op die manier waren ontstaan, zouden we veel meer stof gezien hebben rond sterren.”

Kort nadat de zon ongeveer 4.5 miljard jaar geleden werd gevormd, zorgde een object ter grootte van Mars ervoor dat er een stuk van het toen nog gesmolten aardoppervlak loskwam en de ruimte in werd geslingerd. De rotsachtige, stoffige resten begonnen vervolgens in een baan rond onze planeet te draaien en voegden zich uiteindelijk samen tot de maan die wij vandaag de dag aan de hemel kunnen zien – als het helder is.

Het scenario is uniek onder andere manen in het zonnestelsel, die zij aan zij met hun planeet geboren werden of werden ingevangen door de grootste planeten in ons zonnestelsel. Gorlova en haar collega’s zochten de afgelopen tijd met de infraroodtelescoop Spitzer naar de stoffige resten van gelijkaardige botsingen rond vierhonderd sterren, die allemaal ongeveer dertig miljoen jaar oud waren toen de zon en de aarde werden geboren. Echter wordt slechts één van de sterren die zij hebben bestudeerd omringt door een grote hoeveelheid stof.

“Wij weten niet zeker of het resultaat van een botsing dat wij rond de ene ster hebben geobserveerd absoluut een maan gaat produceren,” verklaarde studielid George Rieke, astronoom van de Universiteit van Arizona. “Volgens onze berekeningen zouden manen in het heelal niet vaak zijn ontstaan op dezelfde manier als onze naaste buur.” Astronomen zoals Gorlova en Rieke denken dat planetenstelsels zich tussen tien en vijftig miljoen jaar na de geboorte van de moederster kunnen vormen. Dat slechts één van de acht sterren met een leeftijd van zo’n dertig miljoen jaar nog stof bezit, zou kunnen betekenen dat deze sterren klaar zijn met het vormen van planeten en andere hemellichamen.