Doel komeetsonde Deep Impact spoorloos verdwenen

NASA’s ruimtesonde Deep Impact, die op 4 juli 2005 een projectiel in liet slaan op de komeet Tempel-1, heeft een andere bestemming gekregen. Oorspronkelijk zou de sonde onderzoek gaan doen naar planeten buiten ons zonnestelsel en de komeet Boethin, maar het laatstgenoemde object blijkt ineens spoorloos te zijn. In december van het volgende jaar zou de komeetsonde Boetin moeten bezoeken, maar nu deze kleine komeet uiteen gevallen en verdampt blijkt te zijn is het nieuwe doel van Deep Impact de komeet Hartley 2 geworden. Die wordt vanaf oktober 2010 onderzocht.

Deep Impact zal de aarde op 31 december 2007 passeren en zal de zwaartekracht van onze planeet gebruiken om zijn snelheid te verhogen tijdens zijn reis naar komeet Hartley 2. Terwijl de sonde reist naar de volgende komeet zal het eerste gedeelte van één van zijn extra missies starten – de EPOXI missie start in januari 2008. Deep Impact zal vanaf dat moment drie nabijgelegen sterren observeren waar telescopen al eerder planeten rond hebben zien draaien. De planeten zijn Hete Jupiters met enorme atmosferen, net zoals Jupiter in ons zonnestelsel. Zij draaien veel dichter bij hun moederster dan de aarde bij de zon, zijn dus erg warm en behoren ze daarom tot deze klasse.

Op 12 januari 2005 werd de sonde met succes gelanceerd door een Delta II-raket vanaf Cape Canaveral om 19.47 Nederlandse tijd. In de eerste dagen na lancering bestond aanvankelijk enige onzekerheid over de toestand van de ruimtesonde. Kort na het in omloop komen in een baan rond de zon schakelde de sonde zich namelijk autonoom in een noodveiligheidsmode. De exacte oorzaak van dit probleem is nog steeds niet achterhaald. De inslagfase begon volgens plan op 30 juni, vijf dagen voor de inslag. De impactor scheidde zich van de sonde op 3 juli. Op 4 juli om 7.52 centraal Europese zomertijd vond de inslag op de komeet Tempel-1 zelf plaats. De inslag was zwaarder dan verwacht en goed te zien op de foto’s.

“Het is fantastisch dat we Deep Impact opnieuw een hemellichaam kunnen laten onderzoeken, waardoor we meer te weten kunnen komen over de vorming en evolutie van ons zonnestelsel,” zei Michael A’Hearn, astronoom aan de Universiteit van Maryland, Verenigde Staten. “Eén van de meest verassende resultaten die dit soort ruimtemissies opleveren, is de grote diversiteit tussen de oppervlaktes van verschillende kometen. Pas wanneer we ook Hartley 2 onderzoeken kunnen we de eigenschappen van beide kometen met elkaar vergelijken, en dan kunnen we bepalen of Tempel-1 écht zo’n bijzondere komeet was.”