Bewijs gevonden voor plaatsvinden oerknal

Supernovae voltrokken zich in het vroegere universum langzamer dan op dit moment het geval is, iets wat te vergelijken is met de tijd die minder snel loopt. Dat blijkt uit verschillende observaties die recentelijk werden uitgevoerd. Deze zogenaamde kosmische tijdsdilatie is precies wat zou moeten ontstaan ten gevolge van de uitdijing van het universum, wat betekent dat het nagenoeg zeker is dat de theorie die luidt dat alles is begonnen met het plaatsvinden van de oerknal juist is.

Men neemt tegenwoordig aan dat elk deel van het universum voortdurend expandeert – een idee dat voorspeld werd door de algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein en welke op de proef gesteld werd met behulp van observaties. De uitdijing van het universum zou bovendien verklaren waarom het licht dat afkomstig is van verafgelegen sterrenstelsels een lagere frequentie heeft wanneer het onze planeet bereikt. Tijdens diens reis, welke vaak miljarden jaren in beslagneemt, wordt het licht namelijk verspreid over langere golflengten door de expansie. Dit wordt ook wel roodverschuiving genoemd.

Dit zou moeten betekenen dat een vroegere gebeurtenis zich ook langzamer lijkt te voltrekken dan dezelfde gebeurtenis op dit moment. Indien we een grote klok zouden kunnen zien in het vroegere universum, welke elke seconde een lichtstraal uitzond, zou dit licht zich verder moeten verplaatsen om de aarde te bereiken door de uitdijing van het universum, waardoor de straal minder snel lijkt te bewegen. Hetzelfde verschijnsel heeft men nu ook waar kunnen nemen bij supernovae van het type Ia, waarbij er een krachtige thermonucleaire explosie plaatsvindt in een witte dwergster. Er lijkt dus bijna veertien miljard jaar geleden inderdaad een oerknal te zijn geweest.