Temperatuur van het verre heelal bepaald

Met behulp van de Very Large Telescope is men voor de eerste keer op moleculen koolstofdioxide gestuit in een sterrenstelsel dat zich op een afstand van elf miljard lichtjaar van de aarde bevindt. De ontdekking stelt astronomen in staat om de meest nauwkeurige meting te doen van de temperatuur in het deel van het heelal dat bijna drie miljard jaar na het plaatsvinden van de oerknal gevormd werd. Voor de verrichting, die men al 25 jaar wilde doen, maakte men gebruik van ultraviolet licht.

Het team van astronomen heeft op deze manier aan kunnen tonen dat de condities in het interstellaire gas van het verafgelegen stelsel gelijk zijn aan die in het melkwegstelsel. Maar dat men de temperatuur van de achtergrondstraling in het verre heelal heeft bepalen is nog veel belangrijker. In tegenstelling tot andere methodes is het meten van de temperatuur niet al te ingewikkeld door gebruik te maken van moleculen koolstofdioxide. Dezelfde onderzoekers wisten twee jaar geleden al waterstof in kaart te brengen in een stelsel dat slechts anderhalf miljard jaar na de oerknal ontstond.

Wanneer alles inderdaad begonnen is met een oerknal zou de gloed die bij deze gebeurtenis verspreid werd ervoor gezorgd hebben dat het heelal in het verleden warmer is geweest. Dat is precies wat de nieuwe metingen hebben laten zien. De temperatuur bedroeg ongeveer elf miljard jaar geleden namelijk -262,85 graden Celsius, terwijl de temperatuur in het deel van het heelal waar ons sterrenstelsel zich bevindt bijna een kwart graad lager is. Het onderzoek werd uitgevoerd met de spectograaf van de telescoop van het European Southern Observatory.