Bijzondere verdeling satellieten Melkweg verklaard

De gangbare theorie (het Cold Dark Matter model) zou in principe een verdeling van dit soort dwergstelsels in alle richtingen voorspellen. De theorie werd door sommige sterrenkundigen daarom als ontoereikend gezien om de bijzondere verdeling te kunnen verklaren. Yang-Shyang Li en Amina Helmi hebben met grootschalige simulaties aangetoond dat deze verdeling wel degelijk met de CDM-theorie te verklaren is. Zij ontdekten dat de satellietstelsels veelal in groepen zijn ‘ingevallen’.

Recent onderzoek had al aangetoond dat clusters van sterrenstelsels zijn opgebouwd uit groepen sterrenstelsels, maar het was tot nu toe niet duidelijk of dit ook geldt voor objecten op (sub-)galactische schaal. De clustering van kleinere objecten in de ruimte is het duidelijkst als ze zich hechten aan een grotere structuur. Maar in de loop der tijd kan de ruimtelijke coherentie van een groep satellietstelsels verdwijnen, als ze gaan rondzwalken door een melkwegstelsel. De simulaties van Li en Helmi tonen aan dat de originele clustering nog steeds te onderscheiden is in het impulsmoment van satellietstelsels.

De simulaties laten zien dat de kans dat de dwergstelsels in één vlak liggen 80 procent is, als ze oorspronkelijk uit één groep komen. De astronomen concluderen dat de bijzondere verdeling van de ongeveer twintig satellietstelsels die de Melkweg heeft, kan worden verklaard op basis van de CDM-theorie.