Witte dwerg in planetaire nevel blijft onvindbaar

Ondanks hun naam hebben planetaire nevels niets te maken met planeten. Ze worden gevormd wanneer sterren zoals de zon de laatste fase van hun leven betreden en hun buitenste lagen afstoten. Het resultaat is een kleine witte dwergster. Dit zou ook in het geval van de nevel SuWt 2 moeten zijn gebeurd, welke zich op 6500 lichtjaar van de aarde bevindt. Echter is er een probleem: de ster die ervoor gezorgd heeft dat de nevel ontstond is niet te vinden, zelfs niet met de ruimtetelescoop Hubble.

In het centrum van SuWt 2 zijn twee sterren te vinden die in slechts vijf dagen om elkaar heen draaien – het zijn allebei geen witte dwergsterren. Het tweetal is veel warmer dan onze ster, maar is niet in staat om de nevel te laten gloeien. Om het stof en gas zichtbaar te maken voor ruimte- en grondtelescopen is ultraviolette straling, dat afkomstig moet zijn van een witte dwergster, namelijk noodzakelijk. Maar waar is deze gebleven? Men richt zich nu op de andere twee sterren in de nevel, waarvan gedacht wordt dat ze deel uitmaakten van een drietal dat rond een ander object draaide, een massieve ster die evolueerde tot een rode reus en met twee metgezellen in aanraking kwam. Zij werden vervolgens sterk afgeremd.

Het in een spiraal naar binnen draaiende tweetal zorgde ervoor dat de buitenlaag van de rode reuzenster rond begon te tollen, waardoor deze werd afgestoten en er prachtige ringen van materiaal gevormd werden. Dit verklaart mogelijk ook waarom de twee overgebleven sterren minder snel draaien dan werd verondersteld. De blootgestelde kern van de rode reus zal de oorzaak zijn van het gloeien van de nevel. Het object werd vervolgens een witte dwergster, die zelfs voor de Hubble Space Telescope onvindbaar is. De bovenstaande afbeelding werd overigens in 1995 gemaakt vanuit Chili.