Deeltjesversneller weer in werking gesteld

De problemen met de grootste deeltjesversneller ter wereld zijn verholpen. Dat maakte het in Génève gevestigde Europese onderzoeksinstituut CERN vrijdag bekend, ruim een week nadat een transformator van het koelsysteem was uitgevallen. Het 30 ton wegende onderdeel is vervangen en het testprogramma van de deeltjesversneller werd vrijdag hervat. De versneller werd anderhalve week geleden in gebruik genomen onder massale mediabelangstelling.

Het is dan ook een project van superlatieven. De deeltjesversneller is een 27 kilometer lange ring onder de Alpen, bij de grens van Frankrijk en Zwitserland. De bouw duurde tientallen jaren en kostte meer dan 6 miljard euro. Als alle tests zijn afgerond, vermoedelijk aan het eind van dit jaar, kan het echte werk beginnen. Protonen, de bouwstenen van atomen, worden op elkaar afgevuurd met de snelheid van het licht.

De botsingen moeten zorgen voor een mini-oerknal. Sommige deskundigen vrezen dat de gevolgen hiervan niet zijn te overzien. Met de oerknal zouden zwarte gaten opgewekt kunnen worden, gebieden waar de zwaartekracht zo sterk is dat helemaal niets eraan kan ontsnappen. Dit kan op aarde zorgen voor vernietigende aardbevingen en vloedgolven, zo wordt gevreesd. Door het ontstaan van het heelal ongeveer veertien miljard jaar geleden na te bootsen, hopen de wetenschappers de elementen te ontdekken waaruit het universum bestaat.