Doorzoek april 2009

Bewijs voor vloeibare oceaan in maan Enceladus lijkt gevonden te zijn

De ijspluimen die vanuit het relatief warme zuidpoolgebied van Enceladus, één van de grootste manen van planeet Saturnus, de ruimte ingespuwd worden vinden hun oorsprong met bijna volle zekerheid in een oceaan van vloeibaar water die zich onder het oppervlak van het object bevindt. De ruimtesonde Cassini van de ruimtevaartorganisatie NASA vloog op 9 oktober van het afgelopen jaar door één van de geisers die actief zijn op de maan en deed metingen aan het moleculaire gewicht van de chemicaliën die in het ijs dat uitgespuwd wordt te vinden zijn. Onderzoeker Frank Postberg en zijn collega’s van het Max Planck Institute for Nuclear Physics in het in Duitsland gelegen Heidelberg zijn nu op sporen van natrium in de vorm van zout en natriumbicarbonaat gestuit. Deze chemicaliën zouden zijn ontstaan in de rotsachtige kern van Enceladus en om terecht te komen in de pluimen die uit worden gestoten, moeten ze afkomstig zijn uit vloeibaar water dat het inwendige waarschijnlijk omgeeft. Uit observaties vanaf het aardoppervlak in 2007 bleek dat er geen natrium in de geisers te vinden was, wat ervoor zorgde dat er twijfel ontstond over de aanwezigheid van een ondergrondse oceaan. Hoewel het zout dat nu wél ontdekt is ook zijn oorsprong kan hebben gevonden in vloeibaar water dat vandaag de dag bevroren is, is het volgens Julie Castillo van NASA’s Jet Propulsion Laboratory aannemelijker dat het te vinden is in een vloeibare oceaan die net als de geisers verwarmd wordt door inwendige processen. “Dat is waarom deze ontdekking, indien bevestigd, zeer belangrijk is.”

Kometen brachten laatste ingrediënten voor het leven op aarde

Kometen hebben ons altijd al gefascineerd. Een mysterieuze verschijning zou het ongenoegen van een hogere macht kunnen symboliseren of betekenen dat een veldslag gewonnen is door een bepaalde groep, maar tegenwoordig weten we wel beter. Toch hebben de ‘vuile sneeuwballen’ altijd onze interesse getrokken, zeker nu blijkt dat ze waarschijnlijkheid de laatste ingrediënten die benodigd waren voor de vorming van leven in de primordiale soep op aarde brachten, zo blijkt uit een studie van professor Akiva Bar-Nun van de Universiteit van Tel Aviv. “Toen kometen zo’n vier miljard jaar geleden in aanraking kwamen met de dampkring, om vervolgens in te slaan op het aardoppervlak, leverden ze een lading van organische materialen naar onze toen nog jonge planeet. De combinatie van deze bouwstenen met het grote ‘reservoir’ dat al bestond leidde uiteindelijk tot het begin van het proces waarbij de eerste levensvormen ontstonden,” zei hij. Het team van onderzoekers waar Bar-Nun deel van uitmaakte, heeft de afgelopen tijd het ijs dat zich in kometen bevindt gesimuleerd met een machine en kwamen tot de conclusie dat de chemische samenstelling van deze objecten ervoor zorgde dat drie essentiële elementen – argon, krypton en xenon – op aarde belandden. Deze zorgen voor stabiele verhoudingen tussen de bestandsdelen in onze atmosfeer. Wat bleek, is dat de hoeveelheid elementen in de aardse dampkring en in meteorieten niet gelijk is aan het ratio in de samenstelling van de zon en dat ook de verhoudingen in kleiner gesteente uit de ruimte sterk verschillen. Er moet dus een andere bron zijn die dit ratio heeft veranderd. Uit het onderzoek is gebleken dat kometen de meest logische kandidaten zijn voor dit proces en deze er dus waarschijnlijk voor gezorgd hebben dat de vorming van leven van start kon gaan. We staan bij ze in het krijt.

Planeten op kleine afstand van hun moederster worden uiteindelijk opgeslokt

De laatste twee decennia zijn er honderden planeten gevonden buiten ons zonnestelsel. Vele van die planeten bevinden zich op een kleine afstand van hun moederster, opmerkelijk is dat het telkens om jonge planeten gaat, oudere planeten bevinden zich telkens op een verdere afstand van de moederster. Nog opmerkelijker is dat bepaalde planeten in korte tijd naar hun ster gedaald zijn of zelf niet terug te vinden zijn.

Het bewijs dat gravitatiekrachten van de moederster planeten aan kunnen trekken is geleverd door computermodellen. Computermodellen kunnen aantonen waar planeten zich zouden moeten bevinden in een bepaald stersysteem, maar directe observaties tonen aan dat bij sommige systemen de sterren in hun omloopsbaan alsmaar dichter bij hun ster komen te staan.

Vaak is het zo dat planeten dichter bij hun moederster sneller ontdekt worden , door de grotere afname van de lichtinval. Maar net omdat ze zich zo dicht bij elkaar bevinden, zullen de planeet en de ster aan mekaar trekken als gevolg van de zwaartekracht. De getijden veroorzaakt door de planeet op de ster kunnen ervoor zorgen dat er een verstrooing van zwaartekracht is en deze op bepaalde plaatsen groter is dan elders. Deze vergrootte zwaartekracht kan de planeet uit zijn baan ‘trekken’ en deze zelf uiteindelijk opslokken.

Deze theorie, bedacht door sterrenkundigen aan de universiteit van Washington, biedt nu ook een verklaring waarom er zich geen planeten bevinden op minder dan 2,5 miljoen kilometer afstand van de ster. Ook biedt het een antwoord op de vraag ‘waarom enkel jonge planeten zich dicht bij hun ster bevinden’, het is gewoonweg zo dat de oudere al opgeslokt zijn door de ster.

Swift-satelliet ziet uitbarsting op extreem grote afstand

Een gammaflits waarvan het licht afgelopen donderdag op werd gevangen door de satelliet Swift van de ruimtevaartorganisatie NASA, heeft het record van het vroegste en meest verafgelegen object in het universum verbroken. Na de detectie wisten verschillende teams van onderzoekers, waaronder twee groepen die gebruik maakten van telescopen in Chili en op Hawaï, de vervagende nagloed van de uitbarsting te bestuderen in infrarood licht. Met behulp van de gegevens die bekend waren over diens roodverschuiving, die veroorzaakt wordt door de expansie van het heelal, wist men te bepalen dat de gamma-uitbarsting ‘slechts’ zeshonderd miljoen jaar na de oerknal plaats vond. Dat betekent dat de straling die bij de explosie vrij kwam zo’n 13,1 miljard jaar er over heeft gedaan om onze planeet te bereiken. Dat is zo ver terug in de tijd, dat het nietszeggend is om een bepaalde afstand aan het object toe te kennen, aangezien het universum na het plaatsvinden van de gammaflits uitgedijd is. Vanuit het perspectief van de uitbarsting ontstond de aarde ongeveer 8,5 miljard jaar later. Met een roodverschuiving van 8,2 ‘verslaat’ het object de vorige recordhouder, een uitbarsting die afgelopen jaar werd gezien met een verschuiving van 6,7. Het meest verafgelegen sterrenstelsel waar men tot op de dag van vandaag op is gestuit heeft een roodverschuiving van 6,96. Omdat gamma-uitbarstingen in de meeste gevallen plaatsvinden wanneer een massieve ster explodeert, heeft de ontdekking aangetoond dat dergelijke sterren al vrij snel na de ‘Big Bang’ werden gevormd. Aankomende donderdag wordt er meer naar buiten gebracht over de bijzondere vondst op een persconferentie.

Spirit rijdt weer, maar onderzoek blijft lopen

Spirit reed op donderdag 23 april voor het eerst sinds deze op 8 april tot stilstand gebracht werd door ingenieurs die de afgelopen 2 weken onderzochten vanwaar spirit zijn problemen vertoonde. Tijdens de rit heeft Spirit ongeveer 1,7 meter afgelegd en heeft nog ongeveer 150 meter te gaan op weg naar zijn volgende bestemming. Deze week hebben ingenieurs geoordeeld dat het veilig is om Spirit opnieuw op weg te sturen.

De afgelopen weken zijn er tot 3 maal toe problemen geweest met het flashgeheugen van Spirit. Spirit kon zijn dagactiviteit niet opslaan in het niet-vluchtig flashgeheugen. Dat is een soort van computer geheugen waarin informatie wordt bewaard, zelfs wanneer de stroom is uitgeschakel , zoals wanneer de rovers ‘dutjes’ doen om energie te besparen. Het team onderzoekt ook 2 andere soorten problemen die Spirit onlangs vertoonde, waarbij Spirit maar niet ‘wakker ‘ werd om een communicatie sessie op gang te zetten en het onverwacht opnieuw opstarten van de boardcomputer.

De ingenieurs vinden geen verband tussen deze voorvallen en voeren nog steeds onderzoek uit naar de oorzaak van deze problemen. Spirit heeft een stabiele stroom en genoeg warmte, hoewel het vermogen door de zonnepanelen aanzienlijk is verminderd door de met stof vervuilde zonnepanelen. “We hebben besloten niet te wachten tot het beëindigen van de onderzoeken voordat we Spirit verder laten rijden,” zei Laubach. “Gezien Spirit slechts een beperkte periode van overvloedig vermogen kent willen we deze benuttigen om vooruitgang te boeken naar zijn bestemmingen in het zuiden, er zijn meer risico’s verbonden aan het niet-rijden dan aan het wel rijden.”

De gekende problemen zullen hoogstwaarschijnlijk nog vaker voorkomen, maar juist door andere onderdelen van de elektronica van het robotwagentje weer in bedrijf te nemen, kan de oorzaak wellicht gemakkelijker worden getraceerd. Aan de andere kant van de planeet doet Spirit’s tweelingbroertje het veel beter , met een gemiddelde vooruitgang van 100 meter per dag komt deze alsmaar dichter bij de krater die meer dan 20 maal groter is dan de grootste die tot nog toe bezocht werd.

Raadselachtige ‘blob’ van gas ontdekt in het vroege universum

Onderzoekers hebben een een primordiale ‘blob’ van gas ontdekt die mogelijk het meest massieve object is dat tot op de dag van vandaag is gevonden in het vroegere universum. De gaswolk, welke op een afstand van ongeveer 12,9 miljard lichtjaar ligt, zou gevormd zijn in die periode waarin de reionisatie van materie in het universum begon, zo’n tweehonderd miljoen tot één miljard jaar nadat de oerknal plaats vond. In dat tijdsbestek werd de periode die bekend staat als de kosmische ‘dark ages’ afgesloten en begon de vorming van sterren en stelsels.

Gewenste radiotelescoop op de maan ‘komt er’

Heino Falcke, hoogleraar Astrodeeltjesfysica en radioastronomie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is ervan overtuigd. Zijn gewenste telescoop op de maan komt er. Deze maand heeft NASA een maaninstituut opgericht om onderzoek vanaf de maan voor te bereiden. En Falcke is erbij betrokken, als enige Europeaan. LUNAR is de naam. Het staat voor Lunar University Node for Astrophysics Research. Dit initiatief van NASA wordt ingevuld door een consortium van toponderzoeksinstituten – waaronder MIT en de Universiteit van Colorado – en ruimtevaartbedrijven.

LUNAR wil de maan gebruiken als platform voor onderzoek naar de zon, voor zwaartekrachtmetingen en voor onderzoek naar de oorsprong van het universum. Falcke wil niet de maan zelf onderzoeken, maar er naar toe om er een radiotelescoop te bouwen. Op de maan is het namelijk veel stiller dan op aarde, waar radioprogramma’s en auto’s de radiosignalen uit de kosmos voor een deel overstemmen. Bovendien filtert de atmosfeer de langste radiogolven uit het signaal. En Falcke wil juist luisteren naar het vertraagde ruisen van de oudste ‘geluiden’ uit het heelal, naar de fragmenten van de eerste periode na de bigbang, de oertijd in het heelal toen er nog geen materie was gevormd.

Aan de stille kant van de maan welteverstaan: de kant die wij nooit zien. Die kant ligt namelijk in de radioschaduw van de aarde. Dit brengt meteen wel een extra probleem met zich mee: de communicatie met de aarde. Of het nu robots of mensen zijn die daar het observatorium bouwen: contact met thuisbasis aarde is cruciaal. Daarom moet er eerst een communicatiesatelliet rond de maan gelanceerd worden.

Problemen genoeg dus nog, en voor het zover is zijn we wel minimaal tien jaar en enige kleine experimenten verder, maar Falcke is optimistisch. “De tijd voor maanexploratie is gunstig. NASA en ESA denken serieus na over een bemand station op de maan. Het doel van die onderneming is niet zozeer fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, maar verkenning van wat er allemaal bij komt kijken om buiten de aarde te leven,” aldus de hoogleraar.

Vorming planeten in protoplanetaire schijf is homogeen proces

De Leidse astronoom Dave Lommen heeft ontdekt dat planeetvorming in een protoplanetaire schijf een verbazingwekkend homogeen proces is. Hij bestudeerde met diverse telescopen het stof dat zich rond jonge sterren bevindt. Lommen promoveert deze week aan de Universiteit Leiden op onderzoek naar het ontstaan van planeten.

Onze zon en de acht planeten in ons zonnestelsel zijn inmiddels zo oud, dat er weinig mogelijkheden zijn om iets te leren over hun ontstaansgeschiedenis. Astronomen kijken daarom naar jonge sterren die lijken op de zon, maar die ‘pas’ enkele miljoenen jaren geleden het eerste licht zagen. Rondom dergelijke jonge sterren bevindt zich een schijf van gas en stof, de protoplanetaire schijf, waarin nieuwe planeten ontstaan. Astronomen gingen er tot nu toe van uit, dat de warme binnendelen in de buurt van de centrale ster en de koude buitendelen van de schijf zich onafhankelijk van elkaar ontwikkelden.

Uit recente waarnemingen met de ruimtetelescoop Spitzer en radiotelescopen in de Verenigde Staten en Australië blijkt dit niet het geval te zijn. Lommen en zijn collega’s onderzochten het stof rond een aantal jonge sterren. De modellen voorspelden dat planeetvorming in twee stappen plaatsvindt: eerst vormen planeten in de binnenschijf en pas later ontstaan ze in de buitenschijf. Jonge sterren met het grootste stof in de binnenschijf bleken echter ook reeds de grootste kiezels in de buitendelen te hebben.

“Een bijzonder resultaat”, volgens Lommen, “want hieruit volgt dat planeetvorming niet geleidelijk van binnen naar buiten plaatsvindt, maar overal in de hele schijf gelijktijdig kan optreden.”

De zon is helemaal niet zo ‘stil’

Hoewel het oppervlak van onze ster al lange tijd geen zonnevlekken vertoont en sommige mensen daarom denken dat de temperatuur op aarde langzaam daalt, is er zeker nog activiteit op de zon. Gisteren vond er een hevige uitbarsting plaats waarbij een vrij grote zonnevlam, die ook wel een protuburans wordt genoemd, verscheen aan de noordoostelijke rand van de kant van de ster die men vanaf het aardoppervlak kan aanschouwen.

Met behulp van het ruimtevaartuig SOHO werd de ‘brug’ van materie vanaf het moment waarop deze verscheen vastgelegd, wat een serie opnamen in ultraviolet licht opleverde. De explosie produceerde niet één, maar twee verschillende coronale massa ejecties van ieder ongeveer een miljard ton. In het geval dat de vlammen richting de aarde waren uitgestoten, zouden deze naar alle waarschijnlijkheid magnetische stormen rond de polen van onze planeet veroorzaakt hebben. Omdat dat niet gebeurd is, blijft de kans op het verschijnsen van noorderlicht klein.

De zon bevindt zich op dit moment nog steeds in het minimum van haar elfjarige cyclus die samenhangt met de activiteit op het oppervlak van onze ster en het aantal zonnevlekken dat zichtbaar is. Het maximum zou in 2011 of 2012 plaats moeten vinden, maar omdat er sinds het begin van de nieuwe cyclus nog maar weinig vlekken zijn verschenen, lijkt het erop dat deze pas later aan zal vangen. Klik hier voor een grotere versie van de animatie.

ESOcast, aflevering 6: ‘Lichtste planeet ooit gevonden’

In de zesde aflevering van de ESOcast vertelt de Duitse sterrenkundige Joe Liske van het European Southern Observatory ons iets over de ontdekking van de lichtste planeet buiten ons zonnestelsel die tot op de dag van vandaag werd gevonden, zoals vanaf afgelopen dinsdag ook al was te lezen op deze website. De wereld is slechts 1,9 keer zo massief als de aarde en draait in het gezelschap van Gliese 581 d, een zogeheten superaarde die zich waarschijnlijk in de bewoonbare zone bevindt, en twee andere planeten om een op 20,5 lichtjaar gelegen rode dwergster. Klik gauw verder voor een video die gaat over de belangrijke vondst.

‘Ontdekking microbieel buitenaards leven is nabij’

Peter Smith, een professor op de Universiteit van Arizona die de missie van de lander Phoenix op onze buurplaneet Mars leidde, is ervan overtuigd dat men binnen tien jaar voor de eerste keer levensvormen buiten de aarde zal vinden, zo vertelde hij op een bijeenkomst op 16 april jongstleden die in het teken stond van de gegevens die het inmiddels inactieve ruimtevaartuig heeft verzameld. Hij voorspelt niet dat we, net als in de science fiction-boeken van onder meer Edgar Rice Burroughs het geval is, op een gegeven moment zespotige apen tegen zullen komen, maar volgens Smith is de kans groot dat men binnen een decennium op microbieel leven stuit in of op het oppervlak van de rode planeet.

Met behulp van een robotarm, enkele ovens, een microscoop en talloze camera’s probeerde hij en zijn team in de afgelopen tijd ook al tekens te vinden van primitieve levensvormen, maar de Phoenix kampte met verschillende technische problemen en bevroor na enkele maanden toen de Martiaanse winter zijn intrede deed. De volgende onbemande missie naar de planeet, die van het Mars Science Laboratory, zal naar alle waarschijnlijkheid maarliefst vijf jaar duren en men is van plan om het vaartuig, dat ongeveer even groot is als een kleine personenauto, te laten landen in een gebied waar in het verleden wellicht vloeibaar water is voorgekomen.

“We zijn vurig op zoek naar bewijs voor leven op de meest nabijgelegen planeet,” aldus Smith. “Ik denk dat we het in handen zullen krijgen, daar ben ik van overtuigd. Op een gegeven zal men een rotsblok omkeren en zeggen: oh god, daar is het.”

Kleinste planeet en mogelijk waterige wereld ontdekt bij Gliese 581

Een team van onderzoekers heeft onder leiding van de bekende sterrenkundige Michel Mayor met behulp van een spectrograaf die gekoppeld werd aan een telescoop van het European Southern Observatory op de berg La Silla in Chili twee baanbrekende ontdekkingen gedaan. Bij de rode dwergster Gliese 581, welke zich op een afstand van iets meer dan twintig lichtjaar van ons bevindt, heeft men namelijk de ‘lichtste’ en kleinste exoplaneet tot nu toe gevonden.

De wereld – die ook wel wordt aangeduid met de letter ‘e’ – bezit ongeveer twee keer zoveel massa als de aarde. Maar dat is niet het enige wat vandaag naar buiten is gebracht. Het team heeft bovendien de positie van de baan van de in 2007 ontdekte planeet Gliese 581 d bijgeschaafd, waardoor het zich in de zogeheten bewoonbare zone bevindt, waar vloeibaar water en mogelijk zelfs primitief leven kan voorkomen.

Het object omcirkelt diens moederster in een tijdsbestek van slechts 66,8 dagen en is te massief om alleen uit rotsachtig materiaal te bestaan. Het is echter waarschijnlijk dat het een ijzige planeet, wiens baan ooit dichter bij de metgezelster is komen te liggen na een migratie. Omdat de wereld zich op een positie bevindt waar de temperatuur ideaal is voor de vorming van vloeibaar water uit het ijs dat voor de ‘verhuizing’ van de planeet diens oppervlak domineerde, is het goed mogelijk dat het op dit moment bedekt wordt door een grote en diepe oceaan. “Dat maakt Gliese 581 d de eerste serieuze kandidaat voor een waterwereld,” aldus de Zwitserse onderzoeker Stephane Udry.

De eerder ontdekte wereld is één van de vier planeetachtige objecten die tot op de dag van vandaag ontdekte werd in het stelsel dat de in het sterrenbeeld Weegschaal (Libra) gepositioneerde ster Gliese 581 omringt. Een andere verbazingwekkende vondst is de pas ontdekte planeet ‘e’, welke in slechts 3,15 dagen één baantje voltrekt. Met een massa die bijna 1,9 keer zo groot is als die van onze aarde is het waarschijnlijk de kleinste en lichtste planeet waar men tot nu toe op is gestuit, wat doet veronderstellen dat het een uit rots bestaand oppervlak heeft. Observaties die werden uitgevoerd met dezelfde spectrograaf, die HARPS wordt genoemd, zijn eerder al een planeet ter grootte van ‘onze’ Neptunus en twee super-aardes ontdekt in hetzelfde systeem.

“Het is bijzonder om te zien hoe ver we zijn gekomen sinds het moment dat men de eerste exoplaneet rond een normale ster vond in 1995 – de ene bij 51 Pegasi,” zei Mayor. “Het gewicht van Gliese 581 e is tachtig keer zo weinig als dat van 51 Pegasi b. Het toont aan dat we in de afgelopen veertien jaar een enorme progressie hebben geboekt.” Tot op de dag van vandaag zijn er 347 planeten buiten ons zonnestelsel gevonden en het lijkt erop dat de ontdekking van een wereld die wat betreft diens samenstelling veel overeenkomsten met de aarde vertoont en die zich in een gebied bevindt waar vloeibaar water en wellicht zelfs leven kan ontstaan, niet meer lang op zich zal laten wachten.

Primitief sterrenstof gevonden in aardse dampkring

Een internationaal team van wetenschappers heeft enkele van de meest primitieve stofdeeltjes afkomstig uit de interstellaire ruimte geanalyseerd. De monsters werden verzameld door NASA-vliegtuigen in april 2003 tijdens de passage van de komeet 26P/Grigg-Skjellerup. “We hebben een buitengewone rijkdom aan primitieve chemische vingerafdrukken,” zei Dr. Busemann. De interplanetaire stofdeeltjes, die slechts enkele duizenden van een millimeter in diameter klein zijn, werden geanalyseerd dankzij een internationale samenwerking van het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Duitsland.

Twee korrels lijken percentageniveaus van materiaal te bevatten van de nevel waaruit het zonnestelsel gevormd is. Eén stofdeeltje bevatte vier primitieve zonnesilicaatglaskorrels met een bijzondere chemische samenstelling die overeenkomt met de voorspellingen van de hoeveelheid silicaten en is waarschijnlijk gevormd door een koelwaterzuiveringsgas na een supernova-explosie. “Deze kleine korrels combineren de meest primitieve kenmerken, tot nu toe enkel en alleen gevonden in verschillende meteorieten. Net hierdoor valt het te speculeren of we echt monsters in onze handen hebben van een bekende bron, komeet Grigg-Skjellerup in dit geval,” zei Busemann.

De deeltjes zijn de bouwstenen van het zonnestelsel en zorgden voor de samenklontering van de planeten in ons stelsel. De deeltjes bieden dan ook een grote kennis over de vorming van de hemellichamen die we vandaag de dag kunnen aanschouwen. Toekomstige getimede collecties kunnen nog veel meer geheimen onthullen over het ontstaan en de geschiedenis van ons zonnestelsel.

Bestaan er planeten rond dode sterren?

Met behulp van observaties die zijn uitgevoerd door de Spitzer Space Telescope heeft een internationaal team van astronomen ontdekt dat op zijn minst één op de honderd witte dwergsterren omringd wordt door asteroïden en rotsachtige planeten, wat suggereert dat deze objecten ooit deel uitmaakten van een planetenstelsel dat overeenkomsten vertoont met ons eigen zonnestelsel. Witte dwergen zijn de compacte, hete overblijfselen van zonachtige sterren die het einde van hun leven bereikt hebben.

De atmosferen van deze objecten zouden normaal gesproken voor een groot deel uit waterstof en helium moeten bestaan, maar in sommige gevallen blijken deze vervuild te zijn met zwaardere elementen, zoals calcium en magnesium. De nieuwe waarnemingen doen vermoeden dat de sterren, welke vaak ongeveer even groot zijn als de aarde, soms getroffen worden door een trapsgewijze regen van stof dat hen omringd en infrarode straling uitzendt dat opgevangen kan worden door de ruimtetelescoop Spitzer.

De gegevens suggereren dat één tot drie procent van de witte dwergsterren op deze manier vervuild worden en dat de stofdeeltjes afkomstig zijn van rotsachtige objecten, waaronder planetoïden. Deze rotsblokken zijn in de meeste gevallen het restant van de bouwstenen die planeten zoals onze aarde vormen. De resultaten die recentelijk zijn verkregen wijzen erop dat deze relatief kleine objecten bij naar schatting vijf miljoen witte dwergen in onze eigen Melkweg te vinden zijn en zijn in overeenstemming met de ideeën die men heeft over het zogeheten Rochelimiet, dat aangeeft op welke afstand van een ster een hemellichaam zal desintegreren door de getijdenkrachten die de metgezel op het object uitoefent.

Wat misschien nog wel het meest bijzondere is, is dat aan de hand van de elementen die in de atmosfeer van een witte dwerg aanwezig zijn bepaald kan worden wat de samenstelling was van de ‘vernietigde’ rotsblokken en welke overeenkomsten het planetenstelsel dat de gestorven ster mogelijk nog omringt vertoont met ons zonnestelsel.

Stofstormseizoen kan Marswagentjes opnieuw hinderen

Op 21 april zal Mars zich op het dichtstbijzijnde punt ten opzichte van de zon bevinden, in deze zijn 23 maand durende elliptische baan. Een maand later zal de zomer op het zuidelijk halfrond aanbreken. Dit atmosferisch opwarmingsproces zal waarschijnlijk de voorbode zijn van verschillende stofstormen die ernstig genoeg zijn om de activiteiten van de Marsrovers in te perken. Sinds de rovers hun energie afhankelijk zijn van de zon, kunnen stofstormen een immens energieverlies betekenen. Maar het stof kan ook op lange termijn schade aanbrengen,als dit stof de zonnepannelen vuil maakt of intern problemen veroorzaakt kan het slecht aflopen voor de rovers. Gelukkig zijn de rovers wel al erger gewend, in juli 2007 nam de energietoevoer met maar liefst 99 procent af , ten gevolge van verschillende stofstormen en vervuilde zonnepannelen. NASA houdt er hoe dan ook rekening mee dat ze zuinig met energie zullen moeten omspringen en bepaalde activiteiten zullen moeten schrappen.

Korst neutronenster is tien miljard keer zo sterk als staal

Uit pas uitgevoerde simulaties blijkt dat de korst van neutronensterren ruim tien miljard keer zo sterk is als staal, wat betekent dat het oppervlak van deze zeer dichte objecten waarschijnlijk stevig genoeg is om afplattingen op de ster, welke ontstaan door de snelheid waarmee het om diens as roteert, in stand te houden. Deze zouden wellicht gravitionele golven produceren die op onze planeet gedectecteerd kunnen worden aan de hand van experimenten. Neutronensterren zijn in feite de kernen die overblijven wanneer het leven relatief massieve sterren eindigt in de vorm van een supernova.

Doordat de objecten evenveel massa in hun bezit hebben als de zon en deze materie ‘verpakt’ zit in een bol van slechts twintig kilometer in doorsnee, hebben deze objecten een extreme hoge dichtheid. Sommigen van hen draaien enkele honderden keren per seconde om hun as en zouden hierdoor grote rimpelingen of golven in de ruimtetijd kunnen creëren, al kan dat alleen het geval zijn als het oppervlak van de sterren asymmetrisch is door de aanwezigheid van afgeplatte delen of andere afwijken. Materiaal dat afkomstig is van een nabijgelegen ster kan dergelijke oneffenheden veroorzaken. Maar wat men zich al langer af heeft gevraagd, is of het oppervlak van een neutronenster sterk genoeg is om het gewicht van bubbels en dergelijke op te vangen.

De korst bestaat normaliter uit kristallen van atomen die rijk zijn aan neutronen. Aangezien experimenten in laboratoria de uitzonderlijke omstandigheden op het oppervlak van dergelijke sterren niet na kunnen bootsen, veronderstelden astronomen dat de korst even sterk zou zijn als de sterkste substanties op aarde.

De nieuwe computersimulaties, die zijn uitgevoerd door Charles Horowitz en Kai Kadau van het Los Alamos National Laboratory, hebben echter aangetoond dat de korst veel steviger is. Materialen zoals rots en staal breken gauw doordat ze kleine gaten bevatten, maar de enorme druk in neutronensterren zou ervoor zorgen dat deze opgeheven worden en de kristallen maarliefst tien miljard keer zo stevig zijn als staal.

Hubble getuige van spectaculaire lichtshow in reusachtig sterrenstelsel

In een tijdsbestek van ruim zeven jaar heeft de Hubble Space Telescope een spectaculaire lichtshow mogen aanschouwen in het sterrenstelsel M87, dat een supermassief zwart gat bevat in diens kern. Vanuit het centrum worden voortdurend twee verschillende straalstromen van heet gas de ruimte in gespuwd en één van hen is in de afgelopen jaren negentig keer zo helder geworden als normaal het geval is.

Een verklaring voor het verschijnsel heeft men tot op de dag van vandaag nog niet gevonden en ook het feit dat de helderheid van de ‘jet’ van materie steeg, vervolgens weer afzwakte en diens magnitude later opnieuw hoger werd roept veel vragen op. Of de stromen die te vinden zijn in andere sterrenstelsels hetzelfde gedrag vertonen is ook nog niet bekend.

De meeste supermassieve zwarte gaten verspreiden enorme jets die het resultaat zijn van de verorbering van een ring van materie die de objecten omgeven. De stromen van heet gas zouden veroorzaakt worden door magnetische veldlijnen die onder invloed staan van de massa van de zwarte gaten en ervoor zorgen dat elektrisch geladen deeltjes naar buiten worden gedreven.

De knot die in de onderzochte jets ontstond bevond zich op ongeveer 214 lichtjaar van het centrum van M87, dat deel uitmaakt van de bekende Virgo-cluster, en verhelderde tussen 1999 en 2005. Mogelijk kwam de materie op weg naar de interstellaire ruimte in botsing met wolken van gas, die ervoor zorgden dat de klont in de jet opgloeide.

Een andere verklaring houdt in dat de verhelderingen veroorzaakt werden door zogenaamde kortsluitingen in het magnetische veld dat in het centrum van het reusachtige stelsel te vinden is. Als dat het geval is, zou de tot HST-1 benoemde klont in verband staan met zonnevlammen die de sterren in de kern uitstoten. M87 bevindt zich op een afstand van 54 miljoen lichtjaar van de aarde en is met een relatief kleine telescoop al zichtbaar.

Marswagentje Spirit vertoont opnieuw problemen

Het team werkzaam aan Spirit onderzoekt gegevens ontvangen in de afgelopen dagen om een diagnose te stellen waarom de rover blijkbaar de computer ten minste twee keer opnieuw opstartte afgelopen weekend. “Hoewel er nog geen verklaring is, weten we dat de batterijen zijn opgeladen, de zonneschilden uitgeklapt zijn, er voldoende energie ter beschikking is en de temperaturen zich binnen de aanvaardbare marges bevinden. We hebben tijd om alles zorgvuldig en grondig te onderzoeken,” zei John Callas, projectmanager voor Spirit en Opportunity. “De rover is in een stabiele status met de naam automode en onderhoudt zich volledig automatisch. Spirit blijft in deze stabiele modus voor onbepaalde tijd, indien nodig, terwijl we de oorzaak van het probleem verder onderzoeken.” Inmiddels is de onboard software bijgewerkt. Eind maart werd er ook software toegevoegd voor nieuwe missies. Het team onderzoekt of het onverwachte gedrag gerelateerd kan worden aan deze nieuwe software, echter kreeg Opportunity ook deze software en vertoont deze geen incidenten. “Wij zijn ons bewust van de realiteit: wij hebben een vergrijzende rover, en er kan sprake zijn van leeftijd gerelateerde effecten,” zei Callas. Spirit begon haar aanvankelijk drie maanden durende missie op Mars vijf jaar geleden en gaat al veel langer mee dan men verwachtte.

Rotsblokken werpen schaduw op ringenstelsel Saturnus

Even aandacht voor de volgende opname van de ruimtesonde Cassini. Aangezien de equinox op de reuzenplaneet Saturnus over enkele maanden aan zal breken, worden diens ringen vanaf het aardoppervlak gezien steeds minder goed zichtbaar en zullen we over een tijdje recht tegen het ringenstelsel aan kijken. Dat zorgt er niet alleen maar voor dat de bekendste manen van de gasreus een schaduw werpen op de ringen, zoals Mimas of Tethys dat in dit geval doet, maar ook dat de rotsblokken in het stelsel dat Saturnus omringt een deel van het zonlicht blokkeren. Door oplettende bezoekers van UnmannedSpaceflight.com werden de schaduwen, welke veroorzaakt worden door duizenden rotsen en kleine manen, op enkele foto’s die het ruimtevaartuig recentelijk nam opgemerkt. Het is de eerste keer dat men de objecten die het indrukwekkende ringenstelsel van Saturnus vormen in beeld heeft gebracht.

Big Crunch-theorie alweer stuk aanvaardbaarder

Er kan een enorme deuk in de theorie over de evolutie van het heelal tot nu gekomen zijn. Men heeft ontdekt dat donkere energie -de drijfveer voor de expansie van het heelal zoals tot nu toe wordt aangenomen- niet constant is, maar afneemt. In de algemeen aanvaardbare theorie ging men er nochtans van uit dat deze wél constant was. Tot dit besluit zijn enkele astronomen gekomen nadat de gegevens over een hondertal supernovae werden onderzocht.

Het model waarbij men ervan uitgaat dat donkere energie bestaat -want het bestaan is nog niet bewezen-, komt het best overeen met de gevonden resultaten wanneer men ervan uitgaat dat de laatste twee miljard jaar de hoeveelheid donkere energie erop achteruit gaat. Deze ontdekking kan leiden tot enkele nieuwe inzichten: ofwel zijn de resultaten fout, wat onwaarschijnlijk is, ofwel stevent het universum af op een big crunch, ofwel wordt de expansie van het heelal niet veroorzaakt door donkere energie maar nog geavanceerdere fysica.

Astrofysici gaan nu rond de tafel zitten om te kijken op welke punten het huidige model moet aangepast worden. Het is zelfs mogelijk dat men een nieuw model zal beginnen hanteren waarbij de aanwezigheid van donkere energie volledig van tafel wordt geveegd.

Is de genetische code van aliens hetzelfde als die van ons?

We hebben buitenaards leven nog niet ontdekt, maar kunnen iets dichter gekomen zijn tot de ontrafeling van hun genen, als we er tenminste van kunnen uitgaan dat hun levensvorm gebaseerd is op genen. Wetenschappers hebben alle genetische codes van elk organisme op aarde onderzocht en zijn tot de constatatie gekomen dat er 20 dezelfde aminozuren in élk organisme aanwezig zijn. Dit kan erop wijzen dat buitenaards leven minstens deze zelfde aminozuren moet bevatten.

Biochemici zijn erin geslaagd om in een levenloze omgeving 10 van deze aminozuren samen te brengen met behulp van een omgeving die vergelijkbaar was met de aarde voor deze leven bevatte. Deze aminozuren zijn vrij gemakkelijk te vinden: ze bevonden zich onder andere in de kern van meteoriten die gevormd werden voordat de Aarde bestond. De energie die nodig was om de aminozuren te binden werd gehaald uit lichtenergie, ionisatieradiatie uit de ruimte en energie die vrijkomt vanuit de binnenkant van de aarde zoals energie die ontsnapt bij vulkanen. Met elk experiment dat uitgevoerd werd, bekwam men exact dezelfde 10 aminozurenbinding.

De wetenschappers nemen op dit moment aan dat de aanwezigheid van deze aminozuren een conditio sine qua non zijn bij buitenaards leven. De overige 10 aminozuren zijn erbij gebracht tijdens de evolutie van het leven. Vermoedelijk zijn ze er een voor een bijgekomen terwijl het leven geleidelijk aan ingewikkelder werd. De biochemici die zich hebben beziggehouden met deze experimenten hebben ten slotte enkele -voorlopig voorbarige- besluiten getrokken. Zo zouden de universele wetten van de moleculaire biologie, net zoals de fysische wetten, geldig zijn in het volledige heelal. Ze stellen ook dat de genetische code gelijkaardig zal evolueren op andere planeten.

Deze besluiten zijn zeer voorbarig want men is nog niet eens zeker dat buitenaards leven op DNA gebaseerd zal zijn en, indien dit wel het geval is, bestaat de kans dat op die planeet er een volledig andere aanwezigheid is van chemische stoffen, waardoor het onmogelijk is te komen tot gelijke genen.

Sommige melkwegstelsels zijn mogelijk veel jonger dan aangenomen

Een team van de afdeling astronomie van de Universiteit van Indiana heeft enkele steekproeven gehouden betreffende massieve sterrenstelsels met eigenschappen die suggereren dat zij vrij kort geleden ontstaan zijn. Dit zou indruisen tegen de algemene overtuiging dat het leven van enorme, lichtgevende sterrenstelsels (zoals onze eigen Melkweg) en hun vorming vrij kort na de Big Bang begon, ongeveer 13 miljard jaar geleden. Verder onderzoek naar de aard van deze objecten zou nieuwe vensters kunnen openen binnen de studie en vroege evolutie van ons eigen melkwegstelsel. John Salzer, hoofdonderzoeker van deze studie, zei dat de 15 sterrenstelsels in de steekproef luminosities (een maat voor de totale lichtopbrengst) vertonen die aangeven dat ze massale systemen bevatten, net zoals de Melkweg en andere zogenaamde reuzensterrenstelsels Echter zijn deze bijzondere sterrenstelsels ongebruikelijk, omdat de chemische hoeveelheid die ze bevatten suggereert dat ze zeer weinig stellaire evolutie hebben ondergaan. Hun relatief lage hoeveelheid van “zware” elementen (elementen zwaarder dan helium) impliceren dat deze stelsels relatief jong zijn en niet zo heel lang geleden zouden ontstaan zijn. Volgens de chemische hoeveelheid van de sterrenstelsels, gecombineerd met een aantal eenvoudige veronderstellingen over hoe de stellaire evolutie en chemische verrijking evolueren, blijkt dat zij mogelijk slechts 3 of 4 miljard jaar oud zijn, en dus 9 tot 10 miljard jaar na de Big Bang gevormd werden. De meeste theorieën van soortgelijke stelsels voorspellen dat enorme, lichtgevende systemen zoals deze veel eerder zouden moeten ontstaan zijn. Als deze algemene interpretatie juist is, betekent dit dat er een enorme kennis opgedaan kan worden over de evolutie van ons eigen melkwegstelsel, door te kijken naar veel jongere soortgelijke stelsels.

STEREO gaat op zoek naar brokstukken op aarde gebotste planeet

Twee identieke sondes van de ruimtevaartorganisatie NASA bereiden zich voor op het betreden van een gebied waarin een antwoord gevonden kan worden op de vraag hoe de maan precies is ontstaan. Het duo, dat bekend is onder de naam STEREO, nadert op dit moment één van de zogeheten Lagrangepunten, waar de combinatie van de aantrekkingskracht van de zon en onze planeet ervoor zorgt dat de daar aanwezige stofdeeltjes en asteroïden bij elkaar blijven. Twee van de vijf gebieden waar dit het geval is zullen tijdens de missie van de vaartuigen bezocht worden. De punten zouden kleine brokstukken kunnen bevatten van een planeet ter grootte van Mars die zich enkele miljarden jaren in het zonnestelsel bevond.

Theia, zoals de hypothetische wereld wordt genoemd, werd naar verluid op een gegeven moment uit diens baan gestoten door een andere groeiende planeet en kwam vervolgens op ramkoers te liggen met de aarde. Bij de catastrofale inslag die volgde werd een grote hoeveelheid materiaal de ruimte in geslingerd, dat naar alle waarschijnlijkheid later onze enige natuurlijke satelliet vormde. De theorie is voor de hand liggend, aangezien het verklaart waarom de maan een relatief kleine ijzeren kern heeft.

De aarde en Theia waren op het moment dat de botsing plaatsvond namelijk groot genoeg om gesmolten te zijn, waardoor zwaardere elementen zoals ijzer de mogelijkheid hadden om hun inwendige te vormen. Diens buitenste lagen, welke onder meer uit het silicium bestonden, zouden bij de inslag los zijn gekomen, waardoor de maan uiteindelijk geboren werd uit materiaal dat voornamelijk uit lichtere elementen bestond. De camera’s van STEREO moeten nu op zoek gaan naar de brokstukken die Theia mogelijk achterliet in de Langrangepunten.

Supernovae van het type Ia verklaard?

Een team van astronomen van de Yunnan sterrenwacht van de Chinese academie van Wetenschappen, heeft een nieuw model ontwikkeld dat de vorming van de jeugdige supernovae (van het type Ia) mogelijk zou kunnen verklaren. Vorige modellen ondersteunden de geringe leeftijd van veel supernova-explosies niet. De meeste supernovae van dit type ontstaan wanneer een grotere (reuzen)ster materie verliest en dit terechtkomt op een witte dwergster. Wanneer de massa van de witte dwerg hoger wordt dan de zogenaamde ‘Chandrasekhar limiet’ (1,4 keer de massa van de zon) kan deze uiteindelijk inzakken en een weglopende kernfussie reactie ondervinden, die uiteindelijk zal resulteren in het exploderen en het vrijgeven van een enorme hoeveelheid energie.

Jacht op tweede aarde begonnen met afwerping stofkap Kepler

Ingenieurs van de ruimtevaartorganisatie NASA hebben de stofkap van de onlangs gelanceerd telescoop Kepler met succes af weten te werpen. De missie van het vaartuig is een belangrijke stap in de zoektocht naar het antwoord op de vraag of er in het nabijgelegen deel van het universum planeten aanwezig zijn die veel overeenkomsten vertonen met de aarde.

De ruimtetelescoop, welke op 6 maart jongstleden vertrok vanuit Cape Canaveral in Florida, zal in de komende jaren meer dan honderdduizend sterren in ons melkwegstelsel onder de loep nemen waarvan gedacht wordt dat ze omcirkeld kunnen worden door een planeet die zich in de ‘bewoonbare zone’ van de ster, een relatief warm gebied waar vloeibaar water voor kan komen, bevindt. Diens belangrijkste instrument, een zogeheten licht- of fotometer, bevat met 42 CCD-chips de grootste camera die ooit de ruimte in is gebracht. Met behulp van dit apparaat zal men op zoek gaan naar sterren waarvan het licht voor een deel geblokkeerd wordt door een planeet die tussen diens moederster en de aarde in staat.

De ovaalvormige stofkap beschermde het instrument tijdens en na de lancering tegen vervuiling en wist verstrooid licht, dat de telescoop binnen kon dringen en gevoelige detectors had kunnen beschadigen, buiten te houden. Nu de ruis die de chips van Kepler genereren in kaart is gebracht en deze in de toekomst uit de wetenschappelijke gegevens gefilterd kunnen worden, is men klaar voor de jacht op een tweede aarde.

Kan leven zich vormen rond koelere sterren?

Zoals we allemaal wel weten is het leven op aarde voornamelijk ontstaan uit een ‘hetere soep’ van verschillende chemische bouwstoffen. Volgens een nieuw onderzoek van de ruimtetelescoop Spitzer zou er zich rond koelere sterren geen leven kunnen vormen, of toch niet gelijkaardig aan het aardse leven. Dit is echter een zéér voorzichtig besluit van een groep Amerikaanse astronomen. Deze deden onderzoek naar blauwzuurgas, zwevend omheen verschillende soorten planeten en sterren. Blauwzuurgas bevat 6-aminopurine, dat samen met thymine, cytosine en guanine de basisstoffen vormt van het aardse DNA.

Deze Amerikaanse astronomen onderzochten 17 schijven rond koelere dwergsterren en 44 schijven rond zonachtige sterren. Bij een derde van de zonachtige sterren werd blauwzuurgas aangetroffen, bij de koelere sterren werd er nergens blauwzuurgas aangetroffen. Blauwzuurgas zou dus niet kunnen ontstaan rond koelere sterren omdat deze te weinig ultraviolette stralen uitzenden. Ze kwamen m.a.w. tot het besluit dat er rond jongere sterren dus geen aardachtig leven zou kunnen ontstaan, aangezien de bouwstoffen hiervoor ontbreken, en er vooral gezocht moet worden exoplaneten rond zonachtige sterren. Echter blijft dit een zeer voorzichtig besluit, aangezien er slechts een gering aantal koelere dwergsterren onderzocht werd.

Nieuwe aanwijzingen voor ondergrondse oceaan op maan Titan

Onder het oppervlak van Titan, de grootste maan van ringenplaneet Saturnus, bevindt zich volgens een geofysicus van de Universiteit van Stanford wellicht een vloeibare oceaan van koolwaterstoffen, een groep organische verbindingen waar onder andere methaan onder valt. Tot die conclusie zijn Howard Zebker en het team van onderzoekers dat hij leidde gekomen met behulp van metingen die zijn verricht door de ruimtesonde Cassini, welke de afgelopen tijd radarsignalen naar het oppervlak van de maan heeft gestuurd. Met een diameter van ongeveer 5150 kilometer is de natuurlijke satelliet groter dan rotsplaneet Mercurius en in tegenstelling tot de meeste objecten in het zonnestelsel van vergelijkbare grootte is Titan geen perfecte bol, zo blijkt uit het onlangs voltooide onderzoek. De maan is namelijk afgeplat bij diens polen, waar de grond zich gemiddeld zevenhonderd meter lager bevindt dan het geval is bij de evenaar. Dit sluit goed aan bij een beoogde verklaring voor het feit dat de meren van koolstofwaterstoffen op het Titaanse oppervlak – die bestaan uit vloeibaar ethaan en mogelijk ook uit methaan – alleen in de poolgebieden gevonden kunnen worden. Indien er daadwerkelijk een ondergrondse oceaan voorkomt in het inwendige van de maan, kunnen deze meren simpelweg plekken zijn waar het oppervlak laag genoeg ligt om een deel hiervan bloot te leggen. Echter is men ook met een andere verklaring voor de opvallende verspreiding van de meren op de proppen gekomen: de omstandigheden in de poolregionen zijn dusdanig dat het bij tijd en wijle koolwaterstoffen regent. De mensen die de gegevens die door de Cassini worden verzameld analyseren, hoeven zich voorlopig dus niet te vervelen.

Spitzer neemt buurstelsel M33 onder de loep

In het kader van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde draagt ook de Spitzer Space Telescope een steentje bij met een opname van het relatief nabijgelegen sterrenstelsel M33, dat zich op een afstand van 2,9 miljoen lichtjaar in het sterrenbeeld Driehoek (Triangulum) bevindt. Het stelsel maakt samen met onze Melkweg deel uit van een groep die samen door het universum reist en waarvan de leden invloed op elkaar uitoefenen met hun zwaartekracht. Hierdoor is M33 één van de weinige objecten die naar ons sterrenstelsel toe beweegt.

De blauwachtige sterren die op de foto zichtbaar zijn, bevinden zich in werkelijkheid in ons eigen stelsel, terwijl de stofdeeltjes in het buurstelsel een rode of roze kleur hebben. Omdat de opname in infrarood licht is genomen, lijkt het spiraalstelsel groter te zijn dan in zichtbaar licht het geval is. Dat komt doordat de ruimtetelescoop ook de straling van koeler materiaal op kan vangen. Deze stofdeeltjes bewegen zich vanuit de buitenste regionen van het stelsel naar buiten, maar wat daar de oorzaak van is heeft men nog niet kunnen achterhalen. De kans bestaat dat winden van gigantische sterren of supernovae er verantwoordelijk voor zijn. Klik hier voor een grotere versie van de afbeelding.

Noord-Korea dreigt Japan aan te vallen door lancering ‘satelliet’

Spannende tijden voor de landen in de Grote Oceaan. Tussen vandaag en aanstaande woensdag zal Noord-Korea namelijk een communicatiesatelliet in een baan om de aarde brengen. Nu is dat geen buitengewone prestatie in deze tijden, ware het niet dat de Verenigde Staten, Japan en Zuid-Korea denken dat de militaire natie met de lancering het ballistische raketsysteem Taepodong-2 op de proef wil stellen. Indien hun verdenkingen blijken te kloppen en de poging succesvol verloopt, zal het land in staat zijn om zelfs Hawaï of Alaska aan te vallen met nucleaire wapens.

Maar waar men zich op dit moment meer zorgen over maakt is de boodschap die Noord-Korea heeft aan Japan, dat de raket zal neerhalen als deze dreigt neer te komen op het buurland. “Als Japan de raket roekeloos ‘onderschept’ voor vreedzame bedoelingen, zullen we belangrijke doelen in het land aanvallen,” zei de KPA, het Noord-Koreaanse leger. En als dat eenmaal gebeurt, lijken de rapen gaar te zijn – zeker in het geval dat een natie als Noord-Korea, dat al lange tijd chemische, biologische en nucleaire wapens ontwikkelt en inspecteurs nauwelijks toelaat, er bij betrokken is.

De Amerikaanse regering tracht het land via de Verenigde Naties enkele sancties op te leggen, maar de Koreanen hopen ondertussen dat Rusland en China deze zullen blokkeren. Spionagesatellieten hebben in ieder geval aangetoond dat de raket, welke gereed staat voor lancering en van brandstof wordt voorzien, inderdaad een satelliet aan boord heeft, maar volgens verschillende buurlanden wordt deze alleen gebruikt om het werkelijke doel van de natie te verdoezelen. Wat er de komende dagen gaat gebeuren kunnen we slechts afwachten, maar het mag in ieder geval duidelijk zijn dat Noord-Korea met vuur aan het spelen is.

Nabije universum gedetailleerder in kaart gebracht dan ooit

Een team van onderzoekers heeft onlangs de meest gedetailleerde kaart van de sterrenstelsels die zich in het nabijgelegen universum bevinden voltooid. Niet alleen kan men nu bepalen waar de objecten zich bevinden, maar ook waar ze zich naar toe bewegen, met welke snelheid en wat de oorzaak van hun beweging is. De stelsels staan onder invloed van elkaar aantrekkingskracht en door hun bewegingen in kaart te brengen, kunnen onderzoekers bepalen welke gravitationele krachten invloed hebben op het deel van het universum waar wij ons in bevinden en de zichtbare en onzichtbare materie die zich om ons heen bevindt verspreid is. In het belang van het project sloegen sterrenkundigen uit het Verenigd Koninkrijk, Australië en de Verenigde Staten de handen ineen en werd de zuidelijke sterrenhemel een met behulp van een 1,2-meter telescoop in beeld gebracht. Men heeft nu de posities van meer dan 110.000 stelsels vast weten te leggen en is tot de conclusie gekomen dat onze ‘kosmische tuin’ meer dan vijfhonderd ‘lege’ gebieden bevat waarin geen sterrenstelsels voorkomen. En dat terwijl nog slechts een klein deel van het voor ons zichtbare heelal in kaart werd gebracht. Indrukwekkend, is het niet?

Hubble fotografeert door publiek gekozen botsende sterrenstelsels

Vers van de pers: een opname van het object Arp 274, dat ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde afgelopen woensdag en donderdag onder de loep werd genomen door de Hubble Space Telescope. Het groepje, dat ook wel NGC 5679 wordt genoemd, bestaat uit drie sterrenstelsels die onder invloed van elkaars zwaartekracht verwikkeld zijn in een hevige strijd en bevindt zich op een afstand van ongeveer vierhonderd miljoen lichtjaar van de aarde.

Plannen voor grootschalige missie naar buurplaneet Venus

Als het aan adviseurs van de ruimtevaartorganisatie NASA ligt gaat men binnen vijftien jaar de aandacht vestigen op een buurplaneet van de aarde die tot nu toe redelijk op de achtergrond is gebleven: Venus. Na een bezoek aan gasreus Jupiter en diens manenstelsel zou een grootschalige missie, waar twee heteluchtballonnen, twee landers en één orbiter deel uit van moeten maken, het volgende ‘vlaggenschip’ moeten zijn.

De drie tot vier miljard kostende vloot zou tussen 2020 en 2025 op weg moeten gaan naar de gloedhete planeet, die gekenmerkt wordt door een oppervlaktetemperatuur van maarliefst 450 graden Celsius en dichte wolken waar voortdurend zwavelzuur uit regent. In vergelijking met de andere planeten in het zonnestelsel heeft Venus voorheen nog niet echt de aandacht getrokken, maar volgens het team dat diens plannen deze maand publiceert is het ‘duivelse zusje’ interessant genoeg om uitgebreid onderzocht te worden. Zo bestaat er al lange tijd onduidelijkheid over wat er gebeurd is met de grote hoeveelheden water die het Venusiaanse oppervlak naar alle waarschijnlijkheid in het verre verleden bevatte en wat het extreme broeikaseffect op de wereld heeft veroorzaakt.

Een catastrofale inslag zou daar verantwoordelijk voor kunnen zijn, maar om op die vragen een duidelijk antwoord te formuleren willen de onderzoekers op een hoogte van 55 kilometer twee met talloze instrumenten uitgeruste ballonnen laten vliegen en een tweetal landers laten afdalen naar het oppervlak van Venus. Ook een orbiter die op zoek moet gaan naar tekens van vulkanische activiteit behoort tot de plannen. Of het bij plannen blijven zal de toekomst ons ongetwijfeld leren.

Lancering maansonde vindt op zijn vroegst plaats in juni

De ruimtevaartorganisatie NASA heeft besloten om de lancering van de Lunar Reconnaissance Orbiter, een experimentele ruimtesonde die de eerste stap vormt in de terugkeer van de mens op onze natuurlijke satelliet, uit te stellen naar juni. Het vaartuig zou aanvankelijk komende maand al vertrekken, maar omdat de aanvang van een militaire missie is verschoven kan de orbiter pas later de ruimte in gebracht worden. De missie kan nu van start gaan vanaf 2 en 17 juni, wanneer een periode aanbreekt waarin de lancering met een Atlas 5-raket plaats kan vinden.

De LRO zal voornamelijk ingezet worden om het maanoppervlak topografisch in kaart te brengen, onderzoek te verrichten aan de straling uit die ruimte die onze naaste buur bereikt en wat de omstandigheden zijn op de maanpoolgebieden, waar mogelijk materiaal te vinden is dat waterijs bevat. Ook moet de orbiter het maanoppervlak op een resolutie van een halve meter in beeld gaan brengen, wat het kiezen van een geschikte landingsplek voor astronauten die in de toekomst naar de maan zullen afreizen vergemakkelijkt.

Aan boord van de raket die het vaartuig in de ruimte zal brengen bevindt zich de LCROSS, een kleine sonde die mee zal reizen met zijn grotere ‘broer’ en met een snelheid van zo’n negenduizend kilometer per uur in zal slaan op de zuidpool van de maan, en wel in de krater Shackleton. Het is één van de vele kraters op onze natuurlijke satelliet waarvan de bodem slechts zelden wordt beschenen door de zon.

De zon hield zich in de afgelopen eeuw jaar slechts één keer stiller

Het gedrag van de zonnecyclus vertoont eigenlijk veel overeenkomsten met dat van de beurs. Op het moment dat men denkt dat men denkt dat diens bodem is bereikt, kan het nog lager. In het afgelopen jaar was dat het geval: slechts op honderd dagen, zo’n 28 procent van alle dagen, waren er zonnevlekken te zien op het oppervlak van onze ster. Alleen in 1913 was dat aantal kleiner, toen de zon op maarliefst 311 dagen vlekkenloos was. En de trend van vorig jaar lijkt zich ook in 2009 door te zetten. “Dit is de meest rustige zon die we hebben gezien in de afgelopen eeuw,” gaf David Hathaway, deskundige op het gebied van zonnevlekken van het Marshall Space Flight Center, dan ook aan.

Door het rustige gedrag is de zonnewind, een stroom van elektrisch geladen deeltjes, in kracht afgenomen en is de helderheid van onze ster op zichtbare en ultraviolette golflengten met respectievelijk één vijftigste en zes procent afgenomen. Ook zendt ons ‘vuur aan de hemel’ minder radiostraling uit dan in de afgelopen tientallen jaren het geval was. Deze bijwerkingen zouden tot gevolg hebben dat de aardse dampkring minder verhit wordt, de levensduur van satellieten en dus ook van ruimteafval hoger is en het magnetisch veld van onze planeet minder bloot wordt gesteld aan zonnedeeltjes.

Hoewel de huidige cyclus het ene na het andere record lijkt te breken en er voorlopig geen einde lijkt te komen aan de kalmte, zal de zon naar verwachting over enkele jaren weer behoorlijk actief zijn. Volgens Dean Pesnell van het Goddard Space Flight Center zullen er tegen het einde van het jaar waarschijnlijk nieuwe zonnevlekken verschijnen, waarna het maximum van de huidige zonnecyclus in 2012 of 2013 plaats zal vinden. De meningen over de intensiteit van de piek zijn verdeeld: sommige onderzoekers denken dat het zonneoppervlak weinig activiteit zal blijven vertonen, terwijl anderen veronderstellen dat het maximum wel eens rampzalig kan gaan verlopen. We zullen het zien.

Crew ontsnapt aan de dood tijdens geheime missie shuttle Atlantis

Bijna drie jaar nadat Space Shuttle Challenger tijdens diens lancering tot ontploffing kwam, heeft de ruimtevaartorganisatie NASA in december 1988 bijna het ruimteveer Atlantis en vijf bemanningsleden verloren, zo heeft de website Spaceflight Now op weten te vangen uit mond van voormalig astronaut Robert Gibson. Tijdens de lancering van het ruimteveer verloor men het isolatiemateriaal van één van de voortstuwingsraketten, dat vervolgens de onderkant van de shuttle zelf ernstig beschadigde. Het leven van de crew hing tijdens de landing daardoor aan een zijden draadje, zo bleek later. Naar eigen zeggen had het volgens Gibson niet veel gescheeld of Atlantis was tijdens diens terugkeer in de dampkring uiteen gespat.