Doorzoek januari 2010

‘Aarde niet voldoende beschermd tegen asteroïden’

De Verenigde Staten doen er goed aan om meer te investeren in de bescherming tegen asteroïden die mogelijk een gevaar vormen voor onze planeet, zo luidt de conclusie van een door de National Academy of Sciences opgesteld rapport dat vrijdag uit werd gegeven. Volgens het 134 pagina’s tellend rapport is de vier miljoen dollar die beschikbaar gesteld is door de Amerikaans regering niet genoeg om alle potentieel gevaarlijke asteroïden in de omgeving van de aarde te identificeren. De ruimtevaartorganisatie NASA zou op dit moment slechts minder dan één miljoen dollar achter de hand hebben om onderzoek te doen naar naderende asteroïden.

NGC 6334: van vaag vlekje naar kleurrijk schouwspel

Ruim twee eeuwen geleden, om precies te zijn in het jaar 1837, stuitte de uit Groot-Brittanië afkomstige astronoom John Herschel op een voor hem onbekend vlekje aan de hemel boven Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika. Later bleek dit vlekje het helderste deel te vormen van een uitgestrekte emissienevel in het sterrenbeeld Schorpioen (Scorpius), welke omgedoopt werd tot NGC 6334. De nabij het hart van de Melkweg gelegen wolk van gas en stof is nu – vele jaren later – ook vanuit Chili onder de loep genomen met een 2,2-meter telescoop van het European Southern Observatory, en dat heeft niet zomaar een plaatje opgeleverd.

Gigantische magnetische lus gezien in dubbelstersysteem

In het bekende dubbelstersysteem Algol is een enorme magnetische lus die zich vanaf één van de sterren die het object bevat uitstrekt te vinden, zo blijkt uit observaties die uit zijn gevoerd met een internationaal netwerk van radiotelescopen. Het tweetal bevindt zich op 93 lichtjaar van onze planeet en bestaat uit een ster die ruim drie keer zo massief is als de zon en een minder massieve metgezel, welke zich op ‘slechts’ iets meer dan negen miljoen kilometer van de hoofdster bevindt. De pas ontdekte lus is afkomstig van de polen van de ster met de kleinste hoeveelheid massa en strekt zich uit in de richting van de meest massieve ster van de twee.

Radiogolven pulsar reizen ‘sneller dan het licht’

Dankzij experimenten in laboratoria hebben onderzoekers in de afgelopen decennia aan kunnen tonen dat bepaalde dingen sneller dan het licht kunnen lijken te bewegen, zonder dat dit in strijd is met de algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein. Een team van astrofysici heeft nu voor het eerst echte voorbeelden gezien van dergelijke snelheden in de vorm van radiogolven die afkomstig zijn van een pulsar. Uit radiowaarnemingen aan de pulsar PSR B1937+21, welke circa tienduizend lichtjaar van ons verwijderd is, blijkt namelijk dat de golven die het uitzendt eerder arriveerden naarmate deze zich dichter bij het centrum van het object bevinden, hetgeen suggereert dat de pulsen een hogere snelheid dan die van het licht kunnen bereiken.

Eeuwenoud mysterie omtrent ‘verdwijnende’ ster lijkt verklaard

De heldere ster Epsilon Aurigae mag een apart geval genoemd worden. In de afgelopen eeuwen heeft de mens het object met het blote oog aan de nachthemel kunnen zien verdwijnen en langzaam weer terug kunnen zien verschijnen. Hoewel men weet dat het licht van de ster eens in de 27 jaar geblokkeerd wordt door een object dat het vergezelt, is de de aard van het tweetal altijd onbekend gebleven. Dankzij nieuwe observaties van de ruimtetelescoop Spitzer en gearchiveerde gegevens lijken onderzoekers het raadsel omtrent de objecten nu echter opgelost te hebben.