Doorzoek maart 2010

‘Bewijs voor leven op Mars ligt mogelijk binnen handbereik’

Tot op de dag van vandaag heeft geen enkel voertuig bewijs gevonden voor de aanwezigheid van op koolstof gebaseerde moleculen op onze buurplaneet Mars, waar het leven zoals wij dat kennen uit bestaat . Zwavel komt echter wel in grote hoeveelheden voor op het oppervlak van de rode planeet. Het element komt er zelfs grootschaliger voor dan op de aarde en zou één van de tekenen van leven kunnen bevatten. Een team van onderzoekers, dat onder leiding stond van John Parnell van de Universiteit van Aberdeen denkt nu een manier gevonden te hebben waarop een bepaald patroon dat in verband staat met zwavel en dat ook op onze eigen planeet voorkomt gebruikt kan worden om Martiaanse levensvormen op het spoor te komen.

Op onze wereld zorgt de activiteit van sommige microben ervoor dat sulfaten omgezet worden in sulfiden, verbindingen die zwavel bevatten. De microben geven de voorkeur aan de lichtere isotoop S-32, wat betekent dat de sulfiden die geproduceerd worden in verhouding minder vaak ontstaan zijn met behulp van de zwaardere isotoop S-34. Men heeft zich lang afgevraagd of dit patroon een helpende hand kan bieden in de zoektocht naar tekenen van leven op Mars. Om daar duidelijkheid over te scheppen hebben de onderzoekers sulfiden in rotsen in de in Canada gelegen Haughton-krater geanalyseerd. Het feit dat de sulfiden ontstonden bij temperaturen van boven de zeventig graden Celsius suggereert dat deze kort nadat de krater 39 miljoen jaar geleden gevormd werd bij een meteorietinslag ontstonden door de aanwezigheid van verwarmd water.

Ondanks het feit dat er tientallen miljoenen jaren zijn verstreken zijn de tekenen van leven in de krater nog steeds te zien. Volgens Parnell wekt dit de suggestie dat de ‘handtekening’ van levensvormen zich maar moeilijk laat wissen, hetgeen de kans dat rotsen op onze buurplaneet die ooit leven huisvesten nog steeds detecteerbare tekenen van organismen kunnen bevatten vergroot. Curiosity, de nieuwe rover van de ruimtevaartorganisatie NASA moet in 2012 op het oppervlak van de rode planeet landen en zou in staat moeten staan om bewijs van de vroegere aanwezigheid van levensvormen op de wereld op deze manier te vinden. Het voertuig zal uitgerust zijn met een spectrometer die gevoelig genoeg zal zijn om variaties van twee procent in zwavelisotopen te onwaren.

Heldere vuurbol zichtbaar boven Nederland

Rond de klok van acht uur is vanavond een heldere vuurbol gezien vanuit verschillende delen van Nederland. Een meteoor zou langzaam van het noordoostelijke naar het zuidwestelijke deel van de hemel getrokken zijn op een hoogte van ongeveer vijftig graden boven de horizon, afhankelijk van de positie van de waarnemer. Volgens de eerste meldingen bewoog de meteoor relatief langzaam en brak deze alvorens te verdwijnen in verschillende fragmenten.

Vuurbollen die zo helder zijn als dit exemplaar maken deel uit van een categorie van meteoren die ook wel boliden worden genoemd. In feite zijn het kleine asteroïden die een doorsnede hebben van zo’n tien meter en meestal honderden tonnen wegen. Dergelijke boliden hebben invloed op seismografen en kunnen infrageluid produceren dat duizenden kilometers verder op te vangen is met detectors. Voorbeelden van grote boliden – zogeheten ‘superboliden’ – zijn de vuurbol die in 1997 boven de in Texas gelegen stad El Paso explodeerde en de superbolide die twee jaar geleden over een deel van Slovenië raasde.

Een lawine, maar dan op Mars

Onze buurplaneet Mars lijkt op het eerste gezicht een dode wereld. Niet alleen omdat het boven diens oppervlak naar alle waarschijnlijkheid geen plaats biedt aan levensvormen, maar ook vanwege het feit dat de planeet vanuit de ruimte gezien maar weinig veranderingen vertoont in vergelijking met die van ons. Niets is echter minder waar, zo heeft de Mars Reconnaissance Orbiter, welke ons sinds maart 2006 voorziet van informatie over de rode planeet maar weer eens onderstreept. De ruimtesonde is namelijk voor de zoveelste keer getuige geweest van een lawine in één van de vele heuvelachtige gebieden op het Martiaanse oppervlak.

Niet alleen op het noordelijk halfrond van onze planeet is de lente in aantocht, ook op die van Mars worden de dagen langer en is de temperatuur aan het stijgen. Dat heeft tot gevolg dat het ijs op dit deel van de planeet, dat grotendeels uit koolstofdioxide bestaat gedeeltelijk aan het smelten is. De dooi van het ijs op de toppen van kliffen zorgt er ieder jaar voor dat rotsen en puin in grote getale met een hoge snelheid naar beneden vallen. Soms heeft men het geluk dat de HiRISE-camera van het ruimtevaartuig op dit gebied gericht staat en krijgen onderzoekers de kans om één van de vele lawines die ontstaan rond deze tijd van het jaar vast te leggen.

Klik hier voor een grotere versie (2.1 MB) van de afbeelding.

Twintig jaar oud raadsel omtrent nevel massieve sterren verklaard

De geboorte van de meest massieve sterren, die tien tot honderd keer zo zwaar zijn als de zon, is al enkele decennia een raadsel geweest. Dergelijke sterren zijn massief genoeg om waterstof te blijven verbranden op het moment dat ze materiaal uit de gaswolk waarin ze gevormd worden bijeenschrapen, maar opmerkelijk genoeg zorgt hun straling er niet voor dat het gas dat aan wordt getrokken verhit en weggeblazen wordt. Dankzij nieuwe simulaties van een team van Duitse, Mexicaanse en Amerikaanse onderzoekers heeft men nu een verklaring voor dit verschijnsel gevonden.

Een ster ziet het levenslicht wanneer een grote wolk bestaande uit gas ineenstort. Zodra de dichtheid en de temperatuur in het centrale deel van de wolk hoog genoeg zijn, wordt de aldaar aanwezige waterstof omgezet in helium en begint de ster te schijnen. Bij de allerzwaarste sterren treedt het laatstgenoemde verschijnsel echter al op wanneer de wolk nog aan het ineenstorten is. Hun ultraviolet licht ioniseert het omliggende gas en vormt een nevel met een temperatuur van circa tienduizend graden Celsius. Dit wekt de suggestie dat de groeiproces van een dergelijke ster vertraagd of zelfs gestopt wordt vanwege het feit dat het gas weggeblazen zou worden door de vrijgekomen hitte.

De door de onderzoekers verkregen resultaten wijzen uit dat het gas dat massieve sterren omgeeft niet evenwichtig op de ster valt, maar zich in plaats daarvan concentreert in talloze filamenten. De hoeveelheid gas is namelijk zo groot dat de aantrekkingskracht van het object ervoor zorgt dat het gas op sommige plekken ineenstort en spiraalvormige ‘slierten’ vormt. Wanneer de ster in kwestie deze tegenkomt, absorberen de filamenten diens ultraviolette straling, waardoor het daar omheen liggende gas beschermd wordt. Deze bescherming verklaart waarom het gas dat zich om de massieve ster heen bevindt voortdurend op het object blijft vallen en diens groei niet ten einde komt.

De uitkomst van de studie verklaart bovendien waarom de geïoniseerde nevels die met radiotelescopen geobserveerd worden van zo’n kleine omvang zijn. De nevel blijkt namelijk opnieuw te gaan krimpen op het moment dat deze niet langer geïoniseerd is en dat heeft tot gevolg dat het over een tijdbestek van enkele duizenden jaren lijkt te flikkeren, net zoals een kaars.

Oranje dwergster Gliese 710 koerst af op het zonnestelsel

De analyse van nieuwe gegevens over de bewegingssnelheid van sterren heeft uitgewezen dat er een kans van 86 procent bestaat dat de oranje dwergster Gliese 710 binnen een tijdsbestek van anderhalf miljoen jaar ons zonnestelsel zal naderen. In totaal vond men negen nieuwe kandidaat-sterren die de zon mogelijk in de verre toekomst gaan vergezellen. De resultaten, die zijn verkregen tijdens een studie die uit werd uitgevoerd door Vadim Bobylev van het Pulkovo Astronomical Observatory in het Russische St. Petersburg zijn gebaseerd op de door de ruimtesonde Hipparcos verzameld gegevens die in 1997 gepubliceerd werden.

De kans dat Gliese 710 zich ooit in de binnenste regionen van het zonnestelsel zal begeven is echter nihil. De kans dat de ster de Oortwolk, een gebied dat zich op één tot twee lichtjaar van het centrum van ons planetenstelsel bevindt binnendringt mag dan wel 86 procent bedragen, maar de kans dat deze zich binnen de Kuipergordel, welke zich op dertig tot vijftig AE van de zon bevindt is slecht één op tienduizend, oftewel 0,01 procent. Gliese 710 is op dit moment nog 63 lichtjaar van onze planeet verwijderd in de richting van het sterrenbeeld Slang (Serpens Caput).

Daar komt echter wel een ander gevaar bij om de hoek kijken. Wanneer de ster daadwerkelijk de Oortwolk zal naderen is de kans groot dat diens aanwezigheid ervoor zal zorgen dat de baan een groot aantal komeetachtige objecten die zich aan de buitenkant van het zonnestelsel bevinden verstoord zal raken en er een ‘zwerm’ van ijzige rotsblokken onze kant op wordt gestuurd. Of de mensheid op dat moment nog op aarde uithangt is echter nog maar zeer de vraag.