Browse Tag: Bodemmonster

Een stukje Venus op aarde

Onderzoekers zijn in staat om iets te leren over de atmosferen en oppervlakten van planeten door hun spectra – het licht dat ze reflecteren of absorberen in verschillende golflengten – te bestuderen. Wanneer men onderzoek doet naar de spectra van Venus, de warmste planeet in het zonnestelsel, is er echter een probleem. De hoge temperaturen en verschillende luchtdrukken hebben invloed op de gegevens en vormen zodoende een storende factor.

De aarde en Venus worden vaak broer en zus genoemd. De manier waarop de tweede planeet vanaf de zon zich ontwikkeld heeft is in vergelijking met onze planeet echter geheel anders. Het oppervlak van de wereld is zeer warm, met temperaturen die 480 graden Celsius kunnen bereiken, en de druk aan het Venusiaanse oppervlak is negentig keer zo hoog als op onze planeet. Deze extreme omstandigheden zorgen voor grote moeilijkheden voor onderzoekers die proberen de mysteries van de lagere atmosfeer en het oppervlak van de schroeiend hete wereld te ontrafelen.

Waarnemingen aan het oppervlak en de atmosfeer, in het bijzonder in infrarode golflengten, stellen ons in staat om de diepste regionen van de dampkring en het oppervlak van Venus te doorgronden. Op aarde begrijpen we de spectrale absorptielijnen in de atmosfeer, hetgeen betekent dat hun effecten in kaart gebracht kunnen worden. De extreme omstandigheden op Venus maken de observaties echter veel complexer. Men weet niet precies hoe de spectra aangepast moeten worden, waardoor het onmogelijk is om de gegevens goed te interpreteren.

In een laboratorium in Berlijn zijn onderzoeker Joern Helbert en zijn collega’s nu aan het proberen om een beter inzicht in de omstandigheden op onze buurplaneet te krijgen door rots- en stofmonsters tot 500 graden Celsius te verhitten. Wanneer de temperatuur stijgt, beginnen de monsters te gloeien – eerst in infrarood en vervolgens in zichtbaar licht. Aangezien de relatieve sterkte van deze gloed op verschillende golflengten bij ieder materiaal anders is, kan het gebruikt worden om rotsen op het oppervlak van de planeet te identificeren.

Met behulp van deze experimenten hoopt het team van Helbert een beter beeld te krijgen van de mineralogie en historie van Venus’ oppervlak.

Eind goed al goed voor probleemkind Hayabusa?

Iets meer dan vier jaar geleden, om precies te zijn op 29 november 2005, landde een Japanse ruimtesonde genaamd Hayabusa op een kleine asteroïde in de hoop monsters van diens stoffige oppervlak te bemachtigen en deze terug te brengen naar de aarde. Mocht de missie volgens plan zijn verlopen, dan zou het materiaal van asteroïde 25143 Itokawa onze planeet in juni 2007 bereikt hebben. De vlucht van Hayabusa, Japans voor ‘valk’, verliep echter minder gesmeerd dan gehoopt.

Het vaartuig ging bijna verloren op het moment dat het een ‘touchdown’ probeerde te maken als gevolg van een reeks storingen die de sonde eigenlijk de verdoemis in had moeten helpen. Ondanks het feit dat Hayabusa met een groot brandstoflek en een accu die niet functioneerde kampte en twee maanden niets van zich liet horen, hield het vaartuig het echter vol. Niet veel later begaf het systeem dat het ‘gedrag’ van de ruimtesonde moet controleren het. Het feit dat drie van diens vier op xenon aangedreven motoren het ook begaven, betekende dat het drie extra jaren in beslag zou nemen om het gebrekkige vaartuig huiswaarts te laten keren.

Hayabusa is nu bijna thuis. Volgens projectleider Jun’ichiro Kawaguchi is de laatste nog functionerende motor van de sonde op 27 maart jongstleden uitgeschakeld. De motor heeft er in het afgelopen jaar voor gezorgd dat het vaartuig met een snelheid van vierhonderd meter per seconde in een baan die onze planeet op enkele duizenden kilometers zal naderen is beland. “Wat resteert is een reeks baancorrecties,” legt Kawaguchi uit, “en het team dat zich bezighoudt met de missie is bezig met het treffen van de laatste voorbereidingen hiervoor.”

Medio juni zal een kleine, achttien kilogram wegende capsule zich van het ‘moederschip’ scheiden en de dampkring boven het zuidelijke centrale deel van Australië binnendringen. Het grotere vaartuig zal vervolgens een manoeuvre uitvoeren om te voorkomen dat het ook in botsing komt met de aarde. De capsule zal de atmosfeer met een snelheid van circa 12,2 kilometer per seconde betreden en moet vervolgens met behulp van een parachute onder een donkere sterrenhemel zien te landen in een gebied van honderd bij vijftien kilometer.

De missie van Hayabusa lijkt een happy end te krijgen als alles voorspoedig verloopt in de komende twee-en-een-halve maand. De onderzoekers van de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA willen echter niet te vroeg juichen. Het is namelijk lang niet zeker dat de veertig centimeter grote capsule daadwerkelijk monsters van de asteroïde in kwestie bevat. Hoewel men weet dat Hayabusa dertig minuten lang op het oppervlak van Itokawa heeft gezeten, is het nog maar de vraag of de instrumenten van het vaartuig materiaal van de asteroïde bijeen hebben weten te schrapen.

Laten we duimen.