Browse Tag: Hubble

Hubble ziet laatste stuiptrekkingen van ster

De ruimtetelescoop Hubble is getuige geweest van een bijzonder schouwspel bij een ster die zijn laatste restjes nucleaire brandstof verbruikt. De ster, gelegen in de zogeheten Westbrook-nevel, heeft in zijn laatste levensfase een vreemde en onregelmatige bundel van straalstromen en wolken doen ontstaan. De instabiele buitenste lagen van de ster stoten een giftig brouwsel van gassen, waaronder koolmonoxide en blauwzuurgas uit en het resultaat van deze opleving in de activiteit van de ster is nu te zien op een nieuwe foto.

Ruimtetelescoop Hubble ziet resultaat van botsing asteroïden

Een internationaal team van onderzoekers heeft gezien wat er gebeurt wanneer asteroïden met elkaar in botsing komen. Gedurende vijf maanden bestudeerde men de nasleep van de botsing van twee objecten in de asteroïdengordel met de ruimtetelescoop Hubble en wist zo de vreemde, komeetachtige staart van puin die het tot gevolg had te bestuderen. Het onderzoek vertelt ons iets over wat dergelijke ontmoetingen bijdragen aan de verspreiden van stof door het zonnestelsel.

Rood, maar niet dood

Op een nieuwe opname die gemaakt is door de ruimtetelescoop Hubble is het sterrenstelsel NGC 1533 in het sterrenbeeld Goudvis (Dorado) te zien. Het in beeld gebrachte object is ongeveer 62 miljoen lichtjaar van ons verwijderd en is een lensvormig stelsel. Dat betekent dat het eigenschappen van zowel een spiraalstelsel als een elliptisch stelsel vertoont.

Net als een elliptisch stelsel bestaat NGC 1533 grotendeels uit oudere en rode sterren, welke verantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van de zachte gloed die zichtbaar is op de opname. De zwakke spiraalstructuur die moeilijk te onderscheiden is, wordt veroorzaakt door broedplaatsen van sterren en enkele jonge blauwe sterren. Astronomen kunnen onderzoek verrichten aan de vorming van sterren in dit type sterrenstelsel door het licht van de sterren te onttrekken van de rest, waardoor details van de subtiele spiraalstructuur beter naar voren gehaald worden. Dergelijke details zijn in minder bewerkte afbeeldingen als deze nauwelijks zichtbaar.

John Herschel, zoon van William Herschel, de ontdekker van gasplaneet Uranus, stuitte in 1834 op NGC 1533 tijdens observaties aan de zuidelijke hemel vanuit Kaap de Goede Hoop.

Klik hier voor een grotere versie (1.2 MB) van de bovenstaande afbeelding.

Onderzoekers zien hoe zwart gat materie opslokt

Voor het eerst zijn wetenschappers in staat geweest om materie die opgeslokt wordt door supermassieve zwarte gaten te observeren. Een team van onderzoekers van de Universiteit van Melbourne dat onder leiding stond van David Floyd heeft een blik kunnen werpen in een regio die voorheen ontoegankelijk was voor telescopen. Met behulp van een methode die gravitationele microlensing wordt genoemd heeft men voor de eerste keer kunnen zien hoe zwarte gaten materie consumeren of eten.

bch9112Volgens Floyd is een nieuw tijdperk in het verkennen van zwarte gaten aangebroken. “Met deze techniek kunnen gebieden die slechts een enkele groter zijn dan het zwarte gat in het centrum van een quasar in een tijdsbestek van minuten in plaats van tientallen jaren gedoken uitgeplozen worden. Materiaal in de onmiddellijke nabijheid van een zwart gat is onderhevig aan extreme compressie en oververhitting. Het resultaat van dit proces is een quasar, die zoveel energie als zichtbaar licht uitstoot, dat het het stelsel waar deze zich in bevindt vele duizenden malen kan overschijnen.”

Het probleem is dat de gebieden die deze enorme hoeveelheden licht uitstralen zo klein zijn en de afstand tot de aarde zo groot is, dat het tot nu onmogelijk was om ze direct waar te nemen en dus vat te krijgen op de rol die ze spelen in de evolutie van het universum, “ aldus Floyd. “De omstandigheden in een quasar zijn zo extreem dat zij ‘spelen’ met de wetten van de fysica. Het zijn de deeltjesversnellers van het universum. Ze vormen sterrenstelsels en vormen de motor van de evolutie van het universum.”

De onderzoekers maakten gebruik van een methode die bekend staat als gravitationele microlensing, waarbij het licht van een quasar langs of door een sterrenstelsel heen gaat op weg naar de aarde. Het tussenkomende sterrenstelsels is een soort lens die het beeld van de quasar vergroot en in verschillende delen splitst. Elk van deze delen kan worden geanalyseerd.

Met behulp van gegevens die werden verzameld met de ruimtetelescoop Hubble en een 6,5-meter telescoop in Noord-Chili hebben Floyd en zijn collega’s Nick Bate en Rachel Webster aan weten te tonen dat ongeveer 99 procent van het zichtbare licht van de quasar die zij hebben bestudeerd, ontstaat in een gebied dat slechts duizend keer zo groot is als het zwarte gat zelf.

“Dit is in astronomische termen zo klein dat we een telescoop met een lens met een diameter van honderd kilometer nodig zouden hebben om de regio direct waar te nemen,” zei Floyd. “Bijzonder is dat we überhaupt in staat zijn geweest om deze verschijnselen op dit soort afstanden te observeren. Deze resultaten zijn slechts een voorproefje van wat komen gaat.”

M66: van vaag vlekje naar kleurrijk schouwspel

Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Een avond, begin mei 2008. Ik stond met mijn telescoop, één van het type Dobson van het merk Skywatcher de hemel af te speuren in een duingebied aan de kust van Zoutelande, een plaatsje in Zeeland. Onder een pikdonkere sterrenhemel stuitte ik in het sterrenbeeld Leeuw (Leo) op drie vage, min of meer langwerpige vlekjes: M65, M66, en NGC 3628, drie spiraalstelsels die 35 miljoen lichtjaar van ons verwijderd zijn en samen het Leo Triplet vormen.

Genieten. Van het drietal was M66 in verhouding het best zichtbaar. Mijn beschrijving van het object luidde destijds: “een ietwat langwerpig en egaal stelsel. Heeft de helderste kern, maar is ondanks de goede omstandigheden toch moeilijk zichtbaar.”

Die herinnering kwam naar boven toen ik vanmiddag de bovenstaande foto van het grootste stelsel van het Leo Triplet, te weten M66 zag. Op de nieuwe opname, welke gemaakt is door de ruimtetelescoop Hubble is niet een vaag vlekje zonder enig detail te zien, maar een stelsel met een ontelbaar aantal sterren, talloze roodkleurige broedplaatsen van sterren en lange stofbanen.

Het bijzondere aan M66 is dat het asymmetrische spiraalarmen heeft, hetgeen naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt wordt door één van diens metgezellen, die met elkaar in een gravitationele strijd verwikkeld zijn. Het zwaargewicht wint het met een doorsnede van circa honderdduizend lichtjaar echter wel in grootte van de andere twee stelsels.

Klik hier voor een grotere versie van de afbeelding.

New Horizons is op de helft

De ruimtesonde New Horizons is donderdag op de helft van diens reis naar de ijzige dwergplaneet Pluto en diens manen beland. De kilometerteller van het ruimtevaartuig overschreed de grens van 2,39 miljard kilometer, wat betekent dat het de helft van de afstand tussen de aarde in 2006 en waar Pluto zal zijn wanneer de sonde arriveert in 2015 heeft overschreden. New Horizons zet diens reis met een snelheid van bijna 58.000 kilometer per uur voort en zal komende maand de baan van gasplaneet Uranus doorkruisen. Op 14 juli 2015 vliegt het vaartuig langs Pluto.

Het feit dat de ruimtesonde op de helft van diens reis is, is de laatste in een reeks mijlpalen van de missie. In december vorig jaar kwam New Horizons voor het eerst precies tussen de zon en Pluto in te staan en op 20 april aanstaande zal het vaartuig het punt bereiken dat zich in 2015 tussen onze ster en de ijsdwerg bevindt. In oktober van dit jaar, op de zeventiende om precies te zijn, heeft de sonde de eerste helft van diens decennialange trip achter de rug op basis van de vluchtduur. De snelheid waarmee New Horizons beweegt zal in de maanden die volgen geleidelijk aan af gaan nemen.

Pluto werd tachtig jaar geleden ontdekt door astronoom Clyde Tombaugh. In 2006 werd de wereld ‘gedegradeerd’ van planeet tot dwergplaneet. New Horizons zal de ijsdwerg niet gaan omcirkelen, maar in plaats daarvan gedetailleerde observaties uitvoeren tijdens een flyby en vervolgens diens weg vervolgen richting andere ijzige objecten in de Kuipergordel. Nieuwe beelden van de wereld die genomen werden door de ruimtetelescoop Hubble lieten eerder al zien dat het seizoensveranderingen vertoont en hierdoor geregeld een iets andere kleur krijgt.

Hubble gunt ons fantastische blik op broedplaats van sterren

Wauw. Dat is het eerste woord dat in de meesten op zal komen bij het zien van een nieuwe opname van de ‘herboren’ ruimtetelescoop Hubble. Het feestelijke portret is het meest gedetailleerde beeld van de grootste broedplaats van sterren in onze lokale galactische buurt, genaamd R136. Het stervormingsgebied is ‘slechts’ enkele miljoenen jaren oud en bevindt zich in de nevel 30 Doradus, welke gelegen is in de Grote Magelhaense Wolk, een satellietstelsel van de Melkweg. Veel van de diamantachtige blauwe sterren die deel uitmaken van het gebied en zichtbaar zijn op de opname, vallen met een massa die in sommige gevallen honderd keer zo groot is als die van onze zon onder de meest massieve sterren die tot op de dag van vandaag onder de loep zijn genomen.

‘Monsterlijke’ Eta Carinae speelt een spelletje met astronomen

Een beest van een ster. Dat is Eta Carinae, welke ruim honderd keer zo massief en vier miljoen keer zo helder is als de zon. Om ons heen zijn wel meer objecten van zulke proporties te vinden, maar het bijzondere aan deze is dat de ster gevaarlijk balanceert op de rand van stellaire stabiliteit en diens uiteindelijke lot: totale zelfvernietiging als een supernova. Observaties die recentelijk uit zijn gevoerd met de ruimtetelescoop Hubble hebben laten zien dat we Eta Carinae in de gaten moeten houden, want tijdens die waarnemingen heeft men een verrassende en onverwachte ontdekking gedaan: het object kan binnen afzienbare tijd ‘exploderen’.

252114

“Voorheen zag je een nevel en een vage kleine kern in het midden,” aldus Kris Davidson van de Universiteit van Minnesota. “Nu is in feite een ster met een nevel zichtbaar. De verschijning is compleet anders. Het licht dat afkomstig is van de ster zorgt nu voor meer dan de helft van de totale uitvoer van Eta Carinae,” zei hij. Verwacht werd dat dit op zijn vroegst in het midden van deze eeuw het geval zou zijn, maar de ster blijkt enkele decennia voor op schema te lopen. “We weten zou weinig over deze zeer massieve objecten dat het niet erg verrassend zou zijn als Eta Carinae de volgende donderdag een supernova wordt.”

Hubble’s nieuwe camera doet van zich spreken

De nieuwe camera van de ruimtetelescoop Hubble die tijdens een onderhoudsmissie in mei werd geïnstalleerd lijkt naar behoren te werken. Met de Wide Field Camera 3, zoals het apparaat wordt genoemd, heeft men kortgeleden de spiraalarmen van het relatief nabijgelegen stelsel M83 gedetailleerder dan ooit vast weten te leggen. Het object wordt gekenmerkt door talloze stervormingsgebieden, welke voornamelijk in diens kern te vinden zijn. Een nieuwe opname toont honderden jonge sterrenhopen, stokoude zwermen open sterclusters en honderdduizenden individuele sterren, waarvan het merendeel uit blauwe en rode superreuzen bestaat.

Ruimtetelescoop Hubble doet weer van zich spreken

Hubble is back. De eerste resultaten van diens meest recente observaties, welke de ruimtetelescoop in de afgelopen tijd met vier van de zes instrumenten die het bezit heeft uitgevoerd, zijn woensdag vrijgegeven door de ruimtevaartorganisatie NASA. Het vaartuig kreeg enkele maanden geleden een uitgebreide onderhoudsbeurt waarbij tijdens een vijftal ruimtewandelingen twee nieuwe wetenschappelijke instrumenten werden geïnstalleerd, twee apparaten gerepareerd konden worden en er hardware in de telescoop geplaatst werd dat ervoor moet zorgen dat diens missie tot op zijn minst 2014 zal duren. De poging om de prestaties van de Hubble te verbeteren lijkt geslaagd te zijn.

Hyperactief sterrenstelsel gevonden aan de rand van het universum

Door elf miljard jaar terug in de tijd te kijken heeft men voor de eerste keer de beweging van sterren in een zeer verafgelegen sterrenstelsel in kaart weten te brengen en is bepaald dat dit met een snelheid van ruim anderhalf miljoen kilometer per uur gebeurt. Dat aantal is twee keer zo groot als de snelheid waarmee de zon door het melkwegstelsel raast. De snelbewegende sterren, welke onder de loep zijn genomen door de ruimtetelescoop Hubble en de 8-meter Gemini South telescoop in Chili, kunnen ons meer vertellen over hoe deze verafgelegen stelsels, die een fractie zijn van de grootte van onze Melkweg, zich ontwikkeld hebben tot de volgroeide sterrenstelsels die we dezer dagen om ons heen zien.

Hubble bekijkt Jupiters nieuwste litteken

Nadat eerder deze week de eerste bevestigingen van de inslag op planeet Jupiter gegeven werden, werd ook onze geliefde ruimtetelescoop te nieuwsgierig en legde hij de nieuwste kneuzing van de gasplaneet vast. Het is eigenlijk zo dat de volledige instelling van diens Wide Field Camera 3 nog niet voltooid is en dit proces werd dan ook eventjes onderbroken om toch maar dit unieke beeld vast te leggen. Het is de meest gedetailleerde foto van Jupiters ‘blauwe plek’ die tot nu toe is gemaakt. “Een bijzondere opname die het onderbreken waard was,” aldus de ruimtevaartorganisatie NASA.

Update: Landing ruimteveer Atlantis uitgesteld naar zaterdag

“Ik ben op dit moment videocamera’s bij het raam van de commandant en op het vliegdek aan het zetten om de landing vast te leggen,” schreef astronaut Mike Massimino vanuit een baan om de aarde gisteren op de populaire website Twitter. Hij en zijn zes collega’s, die in de afgelopen anderhalve week onderhoud pleegden aan de ruimtetelescoop Hubble, moeten vandaag om 16.01 uur onze tijd zien te landen in Florida na een enerverende missie. Verschillende instrumenten werden vervangen of gerepareerd en het vaartuig kan nu als het goed is nog circa vijf jaar waarnemingen blijven verrichten.

Astronauten laten telescoop Hubble los na succesvolle reparatiemissie

De onderhoudsmissie naar de ruimtetelescoop Hubble heeft men met succes weten te voltooien. Het vaartuig werd vandaag voor de laatste keer aangeraakt door menselijke handen tijdens de vijfde ruimtewandeling die op het programma stond. De astronauten Andrew Feustel en John Grunsfeld deden er maarliefst zeven uur en twee minuten over om de laatste reparaties aan de ruimtetelescoop te verrichten voordat het losgekoppeld zou worden. In dat tijdsbestek werden nieuwe accu’s en sensoren geïnstalleerd en werd er ook nieuw isolatiemateriaal aangebracht.

Onderhoudsmissie ruimtetelescoop Hubble vordert gestaag

De reparatie aan de ruimtetelescoop Hubble lijkt zonder al te veel problemen te verlopen. Gisteren voltooiden astronauten John Grunsfeld en Andrew Feustel de derde ruimtewandeling die in de elf dagen durende missie plaatsvindt met het openen en installeren van nieuwe elektronica op één van de belangrijkste instrumenten van het observatorium, de zogeheten Advanced Camera for Surveys. Het instrument, dat in feite bestaat uit drie verschillende camera’s, was tot voor kort één van de meest gebruikte apparaten van de telescoop, maar elektrische problemen in 2006 en 2007 zorgden ervoor dat slechts één camera bleef werken, degene die gevoelig is voor ultraviolet licht.

Chinees ruimteschroot komt akelig dichtbij shuttle en ruimtetelescoop

Een deel van het puin dat ontstond bij de vernietiging van een weersatelliet die in een baan rond de aarde draaide en twee jaar geleden werd geraakt door een Chinese raket, heeft de shuttle Atlantis en de aan het vaartuig gekoppelde ruimtetelescoop Hubble gisteren op een relatief kleine afstand gepasseerd. Het ruimteschroot bevond zich zo’n honderdvijftig meter onder en ongeveer vier kilometer buiten de baan waar men op dit moment in ‘vliegt’ en had een grootte van ongeveer tien centimeter. Enkele uren voordat het brokstuk de ruimtevaartuigen om 23.28 uur onze tijd zou passeren, was men al op de hoogte van de nadering.

Robotarm shuttle Atlantis grijpt ruimtetelescoop Hubble

Eén van de belangrijkste delen van de onderhoudsmissie naar de Hubble Space Telescope is met succes volbracht. Vanavond om 19.14 uur Nederlandse tijd brachten de bemanningsleden van het ruimteveer Atlantis de telescoop en de robotarm van het gevaarte in verbinding met elkaar en koppelde deze aan het zogeheten Flight Support System, dat de reparatie die de komende dagen plaats gaat vinden moet vergemakkelijken. In totaal zal de bemanning van missie STS-125 vijf ruimtewandelingen uitvoeren om de instrumenten van de Hubble, die in maart 2002 voor het laatst werd bezocht, op te knappen.

Space Shuttle Atlantis klaar voor lancering van vanavond

Als het goed is vertrekt Space Shuttle Atlantis vanavond met diens zevenkoppige bemanning naar de ruimtetelescoop Hubble, die voor de vijfde keer in de negentien jaar dat het gevaarte in een baan rond onze planeet draait om objecten in het universum vast te leggen een onderhoudsbeurt zal krijgen. Tijdens vijf verschillende ruimtewandelingen zal men twee gloednieuwe instrumenten installeren, een tweetal defecte apparaten repareren en enkele andere belangrijke onderdelen vervangen, waaronder een nieuwe camera. De missie, die vandaag om 20.01 Nederlandse tijd van start moet gaan, zorgt ervoor dat de Hubble waarschijnlijk tot 2014 zijn werk kan blijven verrichten. De reparatie wordt vastgelegd in driedimensionale beelden, welke naar verwachting over een jaar in première zullen gaan.

Pensionerende camera Hubble ziet reusachtig ‘oog’ in de ruimte

Op maandag 4 mei jongstleden heeft één van de legendarische camera’s van de Hubble Space Telescope de planetaire nevel Kohoutek 4-55, die zich op een afstand van 4600 lichtjaar van onze planeet bevindt in het sterrenbeeld Zwaan (Cygnus), vast weten te leggen op de gevoelige plaat. Het is de één na laatste opname die de Wide Field Planetary Camera 2, zoals het instrument wordt genoemd, heeft gemaakt voordat het vervangen wordt tijdens een onderhoudsmissie die waarschijnlijk vanavond van start zal gaan.

Kosmisch vuurwerk in dwergstelsels houdt langer aan dan gedacht

Gegevens die zijn verzameld met de Hubble Space Telescope hebben aangetoond dat plotselinge uitbarstingen van stervorming in kleine dwergstelsels ruim honderd keer zo lang duren als men tot nu toe veronderstelde. Deze lange duur zou invloed kunnen hebben op het denkbeeld over hoe dergelijke sterrenstelsels van tijd tot tijd veranderen en schijnt licht op de evolutie van soortgelijke objecten. De conclusie is gebaseerd op een studie naar een drietal dwergstelsels – NGC 4163, IC 4662, NGC 4068 – dat zich op zo’n acht tot veertien miljoen lichtjaar van onze planeet bevindt. Het trio maakt deel uit van observaties die in het teken staan van stervorming in achttien relatief nabijgelegen stelsels die onderling veel overeenkomsten vertonen.